Gepost op

Wonder boven jappenkamp

"Ik was bijna twintig toen het wonder gebeurde boven het jappenkamp Ambarawa 6", schrijft Frouwien Oldhoff uit Joure, zestig jaar na de bevrijding aan Jim van Praag in Wellington (Nieuw-Zeeland) die als waarnemer/navigator aan de zogenoemde pamflettenvluchten deelnam. "Ik probeer me voor de geest te halen wat ik zag op die dag eind januari 1945 in ons kamp. Alsof het pas geleden is, zie ik nog voor me wat er gebeurde. Ik stond toevallig buiten, hoorde vliegtuiggeronk en keek naar boven. Een vliegtuigje hing vrij dicht boven het kamp. Plotseling zag ik de kleuren rood-wit-blauw. Ik begon te schreeuwen: ‘Hollanders, Hollanders!’ Meer kon ik niet uitbrengen van alle gedachten die toen door me heen stormden. Er dwarrelden pamfletten neer. We gristen de papieren van de straat. Er stond een overzicht van de stand van de oorlog in Europa en in Azië op. En dan het zinnetje: ‘Houd goede moed, het eind van de oorlog is nabij.’ Geweldig!"

Voor bemanningslid Jim van Praag is de e-mailbrief van Frouwien Oldhoff zeer bijzonder. Hij mailt haar terug: "Voor de eerste keer heb ik een boeiend verslag gelezen over de reactie van onze landgenoten die de pamfletten zagen neerkomen. We hoorden toen ook al dat mensen gestraft werden als ze de pamfletten lazen. Dat maakte het resultaat van onze vlucht een beetje minder dan wij gehoopt hadden. Van moed was overigens geen sprake. We deden onze plicht." Extra benzine Van Praag vertelt verder: "Voor ons was het een interessante missie omdat onze B-25 vliegtuigen nog nooit zo ver hadden gevlogen. We hadden extra benzine in ons bommencompartiment en ook in de ‘drums’ in het achtergedeelte. Wij waren dus zeer ontvlambaar. Nadat wij de pamfletten hadden uitgeworpen, zagen wij twee Japanse Zeke jagers. Omdat onze vlucht volkomen onverwacht was, denk ik dat die Japanse piloten ontzettend schrokken en wegvlogen. E?n Japanse kogel in onze benzinetank zou onze dood geweest zijn. Gelukkig keerden we na ruim twaalf uren ongedeerd op onze basis terug."

Naast Van Praag bestond de bemanning van de N5-185 uit gezagvoerder en eerste piloot eerste luitenant A.G. Hagers, tweede piloot sergeant-majoor A.J. van der Heiden, telegrafist sergeant-majoor D. Stellema en luchtschutter sergeant A. Kanters.

Vanwege de enorme afstand die de B-25 bommenwerper moest afleggen, bevond zich in het bommencompartiment van het vliegtuig een extra 184-gallon benzinetank (1 gallon is ruim 4,5 liter). Ook waren er 23 blikken met ieder 4 gallon brandstof aan boord. Deze blikken stonden allemaal in de kruipgang tussen voor- en achtercompartiment. Eerst zou de extra tank worden leeggevlogen waarna de inhoud van de blikken met een trechter in deze tank zou worden gegoten. Na gebruik zouden de lege blikken door het fotoluik naar beneden worden afgeworpen.

Hans van der Heiden uit Eindhoven, zoon van de in mei overleden tweede piloot sergeant-majoor Ed van der Heiden, heeft hierover in het dagboek van zijn vader nog een interessant verhaal gelezen: "Als mijn vader over zijn schouder naar achteren keek, zag hij Dick Stellema die de blikken met benzine in de grote brandstoftank leeggoot. Stellema had inmiddels bij het zoveelste blik gemerkt dat het overgieten van de brandstof veel sneller ging als je het blik ondersteboven in de trechter zette en vervolgens met een bajonet een gat in de bodem stak. Dit was volgens hem geen probleem want de blikken werden, zodra ze leeg waren, toch meteen overboord gesmeten. Allemaal ballast nietwaar! Wat hij zich niet realiseerde, maar mijn vader maar al te goed, was dat met al dat overhevelen van brandstof het hele vliegtuig vol hing met benzinedamp. E?n vonkje van de bajonet op het metaal van het blik zou voldoende geweest zijn om het vliegtuig te laten ontploffen. Dan hadden ze helemaal geen Jappen nodig om niet meer thuis te komen. Mijn vader heeft boven alle lawaai en tumult Stellema toch duidelijk weten te maken dat hij daar subiet mee moest stoppen." Bedankt! Abel Oldhoff, geboren in Yog-yakarta (Djokja) op Midden-Java en tegenwoordig woonachtig in Ierland, zag het vliegtuig met pamfletten eind januari 1945 boven het jappenkamp Ambarawa 8 op Java. Hier was hij samen met zijn broers Jan en Wim geïnterneerd. Dit jaar las hij in een uitgave van ‘Stichting jongens in Japanse kampen’ een achtergrondverhaal over de pamflettenvluchten waarin ook de namen van de bemanningsleden werden genoemd. Hij dacht: "Deze mensen hebben wij nooit bedankt!" Hij startte een onderzoek en speurde twee nog levende bemanningsleden van de pamflettenvluchten op: Jim van Praag in Nieuw-Zeeland en Dick Stellema in Australië.

Abel Oldhoff zorgde er deze zomer voor dat zowel Van Praag als Stellema alsnog in het zonnetje gezet werd. Beiden kregen een oorkonde en een fles whisky voor ‘het wonder’ dat zij verricht hadden. Tevens was Oldhoff de initiatiefnemer van de plechtigheid die in augustus op Bronbeek (Arnhem) plaatsvond. Daar werd een ‘dankbaarheidskrans’ gelegd bij het KNIL-monument. Hierbij waren familieleden van de overleden bemanningsleden en kampbewoners aanwezig. Oldhoff: "Ik ben blij dat we deze dappere mannen hebben herdacht. Ze verdienen het dubbel en dwars."

Bron: www.spitsnet.nl