Gepost op

Wilhelmus met paperclip op celmuur gekrast

Een select gezelschap luisterde gisteren naar het levensverhaal van de 83-jarige verzetsvrouw.
In 1939 kwam zij vanuit Indonesië naar Nederland, dat zojuist gemobiliseerd was.

„Een plat, nat en koud land waar ik bijna direct in het verzet geraakte door mijn joodse vriendin Rosette. Ik bracht haar, nadat ze was ondergedoken, haar huiswerk. Eensklaps was ze verdwenen. Dan gaat het allemaal snel. Je gaat niet in het verzet, je wordt gevraagd. Je komt bovendien uit een heel sociaal gezin. Je brengt eerst pakjes weg, later grotere pakketten en dan zijn het plotseling mensen.“

In het geval van Joke Folmer waren de te verbergen mensen veelal bemanningsleden van vliegtuigen.
„In totaal, denk ik, zo’n driehonderd onder wie 75 bemanningleden. Ik ben nooit gecontroleerd. Jongens werden veel sneller gecontroleerd.“

De op Schiermonnikoog wonende verzetsvrouw hekelt het standpunt dat het grijze Nederlandse volk te weinig aan het verzet zou hebben gedaan
„Dan word ik boos. Ik zag hoe voor de onderduikadressen ’s morgens een zak kolen, een fiets of een paar schoenen was gezet. Ik maakte het mee dat ik in de trein door een onbekende conducteur gewaarschuwd werd om mijn vijf piloten niet door de hoofduitgang te laten gaan maar door de goederenuitgang. Dan zag ik later dat er nazi’s stonden te controleren.“

Haar verhaal is er een van mildheid, zelfs als de bezetter haar martelt waaraan zij enkele kromme vingers overhoudt: „Lastig bij het bedden opmaken.“
Ter dood veroordeeld in Vught, op transport gezet naar Duitsland en uiteindelijk gered door de Rode Legers behield Joke Folmer het leven en haar herinneringen.
bron: www.brabantsdagblad.nl