Gepost op

Verschil tussen het boek en de bronnen

Jonathan Daniels (1903-1981) wist met zijn boek tot vandaag toe de toon te zetten met het door hem bedachte concept van Harry Truman als „alledaagse Amerikaan” die zijn kracht ontleende aan zijn „ongewone gewoonheid.” Dr. Hans Veldman dacht dat meer informatie over de schrijver interessant zou zijn. Het proefschrift ”De perschef als biograaf” is een biografie van de biograaf en dit werpt inderdaad nieuw licht op de president ?n op het werk van zijn voormalige perschef.

Daniels’ vader, Josephus, was wisselend hoofdredacteur van The News & Observer in het zuiden van de VS en politicus. Hij diende als minister van Marine onder president Woodrow Wilson en had de flamboyante politicus Franklin D. Roosevelt als staatssecretaris. In die atmosfeer werd Jonathan geboren.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog werd Daniels op verzoek van -de door hem bejubelde- president Roosevelt benoemd als lid van een adviesraad op defensiegebied. Daniels raakte daar teleurgesteld vanwege de vele interne ruzies waarin hij verzeild raakte. Korte tijd later werd hij echter naar het Witte Huis gepromoveerd en werd daar politiek assistent van president Roosevelt (in Veldmans boek vaak met zijn initialen FDR aangeduid).

Roosevelt vertrok in januari 1945 naar de conferentie van Jalta, om daar met Churchill en Stalin de toestand in de wereld te bespreken. Daniels moest op het Witte Huis perschef Stephen Early vervangen.

Dat was een weinig eervolle taak. De Grote Drie waren overeengekomen dat er geen pers bij de conferentie zou zijn en dat er alleen achteraf foto’s zouden worden gemaakt door fotografen van de marine. Daniels wist dus niets over hetgeen werd besproken.

Het meest curieuze zit echter in de foto’s van de conferentie. In Jalta waakte Early als een arend over de presentatie van de zieke president. FDR mocht koste wat het kost niet met krukken of in een rolstoel worden vereeuwigd. De fotografen mochten alleen afdrukken als de perschef ”shoot” riep.

Vervolgens werden de foto’s naar Daniels in Washington gestuurd, die ze dan aan de hand van uitgebreide instructies moest schiften. Foto’s waarop Roosevelt te mager naast de weldoorvoede Churchill en de glunderende Stalin stond afgebeeld, werden achtergehouden. Veldman publiceert er enkele die hij in het archief van Daniels heeft gevonden.

Veldman vermoedt dat Daniels nauwelijks iets wist van de werkelijke gezondheidstoestand van de president. Ook na de terugkomst van Roosevelt eind februari 1945 -toen Daniels door het vertrek van Early definitief als perschef werd benoemd- ontkent hij „absoluut” berichten uit Europa dat het niet goed zou gaan met FDR.

Zelfs de slechte presentatie van de -door zijn staf- goed voorbereide toespraak van de president in het Congres over Jalta, alarmeerde de presidentiële staf niet. Terwijl Daniels het publiek nog verzekerde dat de president gezond was, kwam op 12 april het bericht dat hij was overleden. Het verraste en verdoofde Daniels.

De nieuwe president, Harry S. Truman, beviel Daniels niet. Hij ging terug naar de journalistiek van The News & Observer. De oud-perschef dacht zoals de Christian Science Monitor later diepzinnig schreef, dat Truman zoveel had „om nederig over te zijn.”

Daniels matigde zijn positie echter vrij snel. Truman vroeg hem in 1948 een biografie over hem te schrijven. In oktober 1950 verscheen ”The Man of Independence”.

Alle stappen van zijn onderzoek had Daniels vastgelegd in zijn zogenaamde ”Research Notes”. Veldman beschrijft hoe de Notes op veel punten sterk afwijken van het boek. De Notes bevatten de feiten, het boek is met een uitdrukkelijk doel geschreven. Veldman heeft de verschillen tussen de Notes en het boek geanalyseerd en die zijn veelzeggend.

Daniels verzweeg in zijn boek Trumans falen als zakenman. Verder blijft diens vroegere lidmaatschap van de racistische Klu Klux Klan onbesproken. Hij negeerde HST’s driftbuien en diens -waarschijnlijke- drankprobleem. De aantekeningen maken aannemelijk dat Truman al als senator wist van het (kostbare) atoomprogramma, terwijl Daniels in het boek doet voorkomen alsof Truman daarvan pas in zijn eerste week als president hoorde.

In de jaren tachtig en negentig waren Daniels’ ”Research Notes” weer een belangrijke bron voor ten minste drie nieuwe biografieën over Truman. Op basis van deze aantekeningen lag immers een heel ander boek voor de hand dan dat Daniels had geschreven.

Veldman concludeert dat Daniels’ biografie eigenlijk een doelgericht campagneboek was en verbaast zich erover dat het boek steeds zo gezaghebbend is geweest. Historici die Truman welgezind waren en zijn, hebben het doorlopend gebruikt als een klassieke bron over Truman. De constructie van HST als „alledaagse Amerikaan” is bewust door Daniels bedacht, maar is tot op heden algemeen in de ”trumaniografie” aanvaard. Sterker: terwijl Daniels in de jaren zeventig reeds erkende dat hij Truman te weinig als „reëel politicus” had beschreven, stelde Daniels’ eigen News & Observer in 1998 Trumans vermeende integriteit nog als voorbeeld voor president Clinton in de zaak-Lewinsky. Veldmans boek biedt een aardig kijkje achter de schermen van de Amerikaanse politieke geschiedschrijving.

Titel: ”De perschef als biograaf”
Auteur: Hans Veldman
Uitgeverij: Aspekt, Soesterberg, 2003
ISBN 90 75323 96 4
Pagina’s: 221
Prijs: € 19,90.
Geschreven door: Evert van Vlastuin