Gepost op

V1 op Rijssen: Het was één grote vlammenzee

Londen en later ook Antwerpen worden in 1944 en 1945 bestookt met V1’s en V2’s. Drie lanceerinstallaties voor de V1 staan bij Rijssen, niet ver van de weg richting Markelo. Ook vanuit Almelo worden ze gelanceerd. In Hellendoorn staat een installatie voor de V2. Duitsers vorderen regelmatig paarden en wagens om ’s nachts hun wapens van de stations naar de lanceerbases te vervoeren. Overdag is dat te gevaarlijk, omdat Engelse vliegtuigen op elk voertuig schieten. De boeren krijgen de volgende dag hun eigendom weer terug.

Gevaar

In de zomer van 1944 wordt voor het eerst vanuit de omgeving Rijssen een V1 afgeschoten. Toch lopen de Rijssenaren daar niet het meeste gevaar van, omdat ze naar het zuidwesten vliegen. De V1’s die in Almelo worden gelanceerd, zijn gevaarlijker. Die komen recht over Rijssen heen.

„Veel V1’s waren in de fabrieken gesaboteerd. Er mankeerde vaak wat aan”, zegt Gradus Kamphuis. Om die reden stort er meer dan eens een vliegende bom vroegtijdig neer. „Je kon het al horen als er iets mis was. Dan begon de raket te stotteren. Net als bij een motor die niet goed loopt.”

Al de keren dat een V1 in de buurt van Rijssen neerstort, loopt het goed af. De bommen raken in het open veld de grond en vaak gaat hij niet af. Maar in de nacht van 25 op 26 maart 1945 voltrekt zich in Rijssen een ramp. Ds. W. C. Lamain van de gereformeerde gemeente Rijssen-Wal zegt die avond vanaf de kansel dat er iets ernstigs gaat gebeuren. Er zijn mensen in de kerk voor wie het de laatste keer is dat ze er zijn geweest, zo zegt de predikant. Enkele uren later worden zijn woorden bewaarheid.

Onbewust van het naderende gevaar gaat de dan 14-jarige Gradus Kamphuis die avond naar bed in zijn ouderlijke woning aan de Huttenwal. Evenals zijn ouders, broers en zussen slaapt hij beneden. „Het was boven veel te gevaarlijk, door die overkomende V1’s. Als er iets zou gebeuren, konden we beter beneden slapen.”

Vlammenzee

Rond twee uur in de nacht wordt Gradus met een schok wakker. „Ik hoorde een enorm geraas en een geluid alsof het plotseling heel hard regende. De kerosine spoot tegen de ramen.” Alle leden van het gezin Kamphuis kunnen naar buiten komen. „Ik rende in mijn pyjama de straat op. Het enige wat ik dacht, was: wegwezen!”

Eenmaal buiten ziet Gradus een grote vlammenzee, die even later ook zijn ouderlijk huis in de as zal leggen. Zijn ouders en de kinderen vluchten de ene kant op, naar de opa en oma van Gradus, de jonge Rijssenaar en zijn zusje vluchten zelf de andere kant op, naar de oom van hun vader.

Later zal blijken dat er door de V1 negen doden gevallen zijn. Vier daarvan in het huis van Gradus’ buren, aan de andere kant van de muur waar hij naast lag te slapen. Onder hen is een jongen die deze nacht graag bij zijn oom wilde slapen. De andere vijf doden vallen in het huis aan de overkant van de straat. Het zijn vier kinderen en hun vader. Ook voor Gradus is dat een ernstige gebeurtenis. „Ik speelde altijd met de omgekomen kinderen. Overigens stond je daar niet direct bij stil. Ik was eerst opgelucht dat ik het er goed vanaf had gebracht. Daarna drong het pas echt tot me door.”

Het drama zal echter nog meer levens eisen. Aanvankelijk zetten Duitsers de straat af, mogelijk omdat ze denken dat het tijdmechanisme in de bom nog moet afgaan. Als de klap uitblijft, mogen hulpverleners de straat in.

Bom

Wanneer de hulpverleners het vuur bestrijden, komt er een Engels vliegtuig over. De piloot denkt mogelijk dat hij boven een gebombardeerde plaats vliegt. Hij cirkelt enkele keren en gooit dan een bom precies in de vlammenzee. Daardoor verliezen nog meer Rijssenaren het leven. In totaal komt het dodental op zeker 23. Onder hen vijf brandweermannen. Waarschijnlijk komen er ook minstens twee Duitsers om. Ooggetuigen zien op de plek van de ramp twee helmen met gaten erin.

Behalve de dodelijke slachtoffers is er ook een groot aantal gewonden. Een van hen is de grootvader van Gradus Kamphuis. „Mijn opa stond zo’n 300 meter van het vuur te kijken toen de bom werd afgeworpen. Hij werd getroffen door een scherf.” Opa merkt er behalve een hevige pijnscheut in de schouder niets van en gaat naar huis. Wanneer hij de middag erna aan tafel zit, valt hij plotseling op de grond. Hij zit helemaal onder het bloed en wordt naar de dokter gebracht. „Die ontdekte dat er een scherf in zijn schouder zat.” De dokter vraagt of opa een verdoving wil, maar dat hoeft niet. Kamphuis: „Opa zei: „Hij is er zonder verdoving ingegaan, dus gaat hij er ook zonder verdoving weer uit.””

Na het drama verhuist de familie Kamphuis naar een woning die van joden is geweest. „Zij zouden niet meer terugkeren.” In 1949 is het nieuwe huis aan de Huttenwal gereed. Op de plaats van de woning van de buren komt een straat.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt er geen monument voor de slachtoffers opgericht. Wel herinnert een plaquette in de brandweerkazerne aan de vijf omgekomen brandweerlieden. Psychologische hulp voor de nabestaanden zit er ook niet in. Kamphuis: „Wij zijn van de harde generatie. Hulp was er niet en we hadden het ook niet nodig.”

——————————————————————————–

Onbemand straalvliegtuig en voorloper ruimteraket

Geheime wapens

Ze kunnen vliegen, zijn onbemand en hebben springstoffen aan boord. Daarmee stoppen de overeenkomsten tussen de V1 en de V2 wel zo’n beetje.

Al voor de Tweede Wereldoorlog begint Duitsland met de ontwikkeling van geleide wapens. Ze moeten angst inboezemen, grote schade aanrichten en voorkomen dat er onder de eigen militairen slachtoffers vallen.

Er worden meerdere types gemaakt. Enkele ervan worden uiteindelijk gebruikt in de strijd tegen de geallieerden. Vergeltungswaffe (vergeldingswapen) 1 is een soort straalvliegtuig zonder piloot. De V2 is de voorloper van de raketten die de Amerikanen inzetten bij de ruimtevaart.

Een van de drijvende krachten achter de wapens is Wernher von Braun. De jonge Duitser ontwikkelt in het dorpje Peenemünde, in het noordoosten van het land, het modernste wapentuig. In de fabriek werken veel dwangarbeiders, ook Nederlanders.

Na een aantal tests, waarbij meerdere raketten vroegtijdig neerstorten, zijn de onbemande wapens gereed. De geallieerden hebben op dat moment al ontdekt waar de wapens worden geproduceerd. Ze bombarderen Peenemünde in 1943, waarna de productie wordt verplaatst naar onder meer een ondergrondse fabriek. Dwangarbeiders fabriceren daar onder onmenselijke omstandigheden de V1 en de V2. Velen saboteren met gevaar voor eigen leven de wapens. Zeker 200 dwangarbeiders krijgen voor het onklaar maken van de raketten de doodstraf. Door de sabotage komen wapens regelmatig niet van de grond. Andere storten kort na de lancering neer. Dat heeft voordelen voor Londen en Antwerpen, die zo minder vaak worden getroffen. Maar de sabotage in de fabrieken heeft dramatische gevolgen voor plaatsen zoals Rijssen, waar de raketten vroegtijdig neerstorten.

Londen is het belangrijkste doelwit van de Duitsers. Daar vallen duizenden doden en tienduizenden gewonden. Met name burgers zijn het slachtoffer. Ongeveer 1 miljoen Londenaren raken dakloos. Wanneer eind 1944 de Westerschelde in handen van de geallieerden komt en de haven van Antwerpen kan worden gebruikt voor de aanvoer van oorlogsmaterieel, ligt ook deze stad zwaar onder vuur.

De V1’s en V2’s worden onder andere in Nederland gelanceerd. Vanuit Wassenaar wordt op 8 september 1944 de eerste V2 op Londen afgevuurd. Het grootste drama met een ballistische raket gebeurt op 16 december 1944. De Duitsers vuren vanuit Hellendoorn een V2 af op Antwerpen. Het projectiel komt neer op een Antwerpse bioscoop. Er vallen 567 doden. Anderhalf uur later wordt de havenstad nogmaals getroffen. Deze keer zijn er 71 slachtoffers te betreuren.

De geallieerden, die een overmacht hebben in de lucht, doen er alles aan om de nieuwe wapens te bestrijden. De V1 is relatief eenvoudig neer te halen. De snelste geallieerde jachtvliegtuigen slagen er met enige regelmaat in om naast een V1 te gaan vliegen en hem door een tik met een vleugel van zijn koers te halen, zodat deze in zee stort. Neerschieten is te gevaarlijk, wegens het explosiegevaar. Wanneer de Duitsers de truc opmerken, bouwen ze detonators in de vleugels van de V1. Bij aanraking ontploft het wapen meteen. De V2 is niet neer te halen. De snelheid van 5000 km/u en de maximale vlieghoogte van 93 kilometer beletten dat.

Ook worden diverse lanceerinstallaties gebombardeerd. In Den Haag gaat dat op 3 maart 1945 op een dramatische wijze mis. In plaats dat een opslag van V2’s wordt getroffen, verwoesten geallieerde bommen de wijk Bezuidenhout. Er vallen 550 doden.

De aanvallen met geleide wapens zorgen voor veel angst. Maar sommige mensen blijven er heel nuchter onder. De bejaarde ds. Van Neerbos van de gereformeerde gemeente van Rilland-Bath zegt: „Op elke bom staat een adres. Als hij niet voor mij bestemd is, vliegt hij wel voorbij.”

Ze moesten de Tweede Wereldoorlog beslechten in het voordeel van Duitsland. Maar behalve dat er tussen de 15.000 en 20.000 doden vielen, zaaiden de geheime wapens van de nazi’s vooral paniek onder de burgers. Vandaag is het 65 jaar geleden dat de eerste V1 werd afgeschoten op Londen. Exact een week na D-day. Op 8 september volgde de V2. De geallieerden waren echter niet meer te stuiten.
bron: www.reformatorischdagblad.nl