Gepost op

Utrechter adverteerde voor onderduikplaatsen

Op die manier hielp hij vele joodse onderduikers aan veilige adressen. Voor dat werk kreeg hij gisteren postuum een Yad Vashem-onderscheiding. Van Dijl werd in 1943 gearresteerd en kwam uiteindelijk in het concentratiekamp Dachau terecht. Twee jaar later bevrijdden de Amerikanen hem. Hij overleed in 1998.Een postume onderscheiding was er ook voor het Groningse schoolhoofd Egbert Star, die aan Sari Magnus en haar moeder, zus en zwager onderdak bood. Star werd volgens Sari door christelijke naastenliefde gedreven. Dat geldt ook voor Willem Kwerreveld en zijn vrouw Josina Kwerreveld-van Kooten uit Wassenaar, bij wie de driejarige Jacob Schilo tot het einde van de oorlog ondergedoken was. Josina nam de onderscheiding voor haarzelf en haar overleden man in ontvangst. Jan Bastiaans (postuum), zijn vrouw Cornelie (postuum) en dochter Truus Warsen-Bastiaans uit Haarlem werden geëerd voor de opvang van Bob Jacobs, een joodse jongen uit Duitsland, en zijn ouders. Hoewel Jan in de loop van de oorlog ernstig ziek en hulpbehoevend werd en in 1944 overleed, konden de onderduikers tot het einde van de oorlog blijven.Adrianus Wijntje, zijn vrouw Hendrika Wijntje-van Ginhoven, broer Jan en schoonzus Johanna Cornelia Segboer hadden aan de Dordtselaan in Rotterdam een centrum voor illegale activiteiten waaraan vele onderduikers hun leven te danken hebben. Zij kregen de onderscheiding allen postuum. De inmiddels overleden Jan de Klerk en zijn weduwe Anna Lambooy-Swagerman vingen in 1942 de pasgeboren Bram Poons op, die met een navelbreuk in het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag lag. Zijn ouders waren al weggevoerd en zijn nooit meer teruggekomen. Na de oorlog moest Bram tot zijn verdriet naar aangetrouwde familie van moederskant. Anna staakte na geruime tijd haar bezoeken aan Bram, omdat zijn nieuwe moeder die niet op prijs stelde. Enkele jaren geleden wist zij Bram via een ouderling van haar kerk op te sporen en kon zijn het contact herstellen.