Gepost op

‘Tot de laatste man, doorgaan!’

Empel

Flip van Zuijlen was tientallen jaren getrouwd, maar zijn vrouw heeft hij nooit gezien. Flip was blind. Rietje: „Hij was in de oorlog gewond geraakt aan zijn hoofd, ze hebben toen bewust zijn oogzenuwen door moeten snijden om erbij te kunnen tijdens de operaties. Dat verhaal heb ik pas veel later gehoord, hij praatte nooit over de oorlog.“ Rietje werkte op de Steffenberg in Vught, waar Flip van Zuijlen terechtkwam. Er woonden daar na de oorlog een stuk of honderd blinden. Daar werden Rietje en Flip verliefd.
Flip is intussen gestorven, maar op deze prachtige dinsdagmiddag schuift Rietje weer aan in De Lachende Vis in Empel, voor de jaarlijkse reünie van Moveo: Meer Ontspanning Voor Ernstige Oorlogsgewonden. Zo heet de vereniging trouwens niet meer, het is nu Samen Verder Gaan. Negen jaar geleden werd Moveo, door particulieren opgericht in 1950, ontbonden er waren niet meer genoeg oorlogsslachtoffers over. De reünie bleef, ook sedertdien georganiseerd door Ton Boogmans uit Den Bosch. Gisteren stelde Boogmans de overblijvers een ernstige vraag: moeten we ook niet eens ophouden met deze reünie? „Nee dus. Hoewel we nog maar met een man of twintig over zijn.“ Die twintig zijn oorlogsslachtoffers, weduwen en chauffeurs. De laatste categorie was essentieel voor Moveo, zij stelden na de oorlog hun auto en tijd ter beschikking om de oorlogsgewonden een paar dagjes uit te bezorgen. Zo toerden ze jarenlang door het land en door Italië, Engeland, Frankrijk, België. Nee, niet door Duitsland.
Stan Baudoin, vanaf de eerste chauffeur: „Ik had een zaak en vroeg Rietje, m’n vrouw, wel eens: ’Wat zal ik doen, meiske?’ Dan zei ze: ’Ga maar, jongen’. Want het was altijd weer heel plezierig, heel dankbaar om die mensen te rijden.’’
Het wordt gemakkelijk onderschat wat een uitje betekende voor de in meerdere opzichten getraumatiseerde groep oorlogsslachtoffers. Aan een tafeltje zitten er een paar bijeen, ze struikelen over elkaar heen om te mogen vertellen hoe ze door alles en iedereen, de overheid voorop, in de maling zijn genomen. Het ene verhaal is nog tragischer dan het andere. Ze voelen zich allemaal tekortgedaan, misdeeld, vergeten. Kleine uitkerinkjes, de plicht tot werken. Jan Luijten uit Veldhoven schreeuwt ronduit: „We zijn besodemieterd!“
Luijten mist zijn rechterarm. „Ge komt oe eige elken dag un paor keer tegen.“ Hij soms op wat hij allemaal links heeft moeten leren doen, schrijven, eten, werken. „En oe kont afvegen“, roept Stan Baudoin met een vette grijns. Want gelukkig wordt er ook nog heel wat gelachen bij de reünies.
Henk Wielens uit Tilburg was het lachen 65 jaar geleden ineens vergaan. Oorlog, direct de pineut. „Op de eerste dag van de oorlog, 10 mei, hebben ze me meteen te pakken gehad.“ Het kostte hem zijn rechterbeen. En nog een hoop meer.
Wielens was daarom na de oorlog flink in zijn nopjes met Moveo. „Ik vind het de mooiste instelling die er ooit geweest is. Heerlijke buitenlandse reisjes hebben we gemaakt – en allemaal gratis.’’
Toon Hoes uit Den Bosch was de districts-commissaris in de regio zuid, hij moest het allemaal regelen. „Moveo is afgekeken van de Belgen, daar hebben ze de slachtoffers na de Eerste Wereldoorlog niet alleen geholpen met bijvoorbeeld de noodzakelijke verbouwing van huizen, maar ook door ze ontspanning te bieden.“ De tripjes gaf de oorlogsslachtoffers warmte, een identiteit. Maar de wrok blijft. Ton Boogmans: „Als je ziet hoe ze met ons omgingen, na drie jaar verplichte dienst in Indië? En als je dan ziet hoe de heren nu met alle egards worden behandeld als ze drie maanden vrijwillig in het buitenland hebben gezeten?“ Daarom is de oorlog niet afgelopen, niet voor hen. En daarom kan er nog geen einde komen aan de reünies. „Tot de laatste man, doorgaan!“

Bron: www.brabantsdagblad.nl