Gepost op

Tilburg herdenkt het slechte en het goede

Nederland herdacht gisteren haar doden. In Tilburg is de Heikese Kerk op de Oude Markt nagenoeg gevuld, vooral met oud maar ook met jong.

Een bejaarde vrouw prevelt vanaf een van de achterste banken de tekst mee, met haar hoge oma-stem, van Marco Borsato’s ’Afscheid nemen bestaat niet’. „Mooi“, zegt ze in zichzelf. „Mooi.“

Helder en doordringend zingen Marlieke van Gulick (16, cello) en haar zus Kathelijne (18, altivool) de tekst, begeleid door Nadine Tijssens (18) op piano. De drie leerlingen van het Theresia-lyceum hebben zelf voor het nummer gekozen. Marlieke, na afloop: „We vonden de tekst heel toepasselijk. Ook al is iemand er lichamelijk niet meer, toch blijft hij terugkomen in verschillende elementen in de wereld.“ „Je blijft altijd herinneren“, vult Kathelijne aan. Niet alleen slechte dingen, maar ook goede. Nadine Tijssens: „Zoals de mensen die tijdens een oorlog anderen hielpen.“

Geweld

Zo heeft iedereen in de kerk zijn eigen herinneringen en momenten. Een bank verderop klinkt een snik, als het mannenkoor Sint Caecilia ’Près du fleure etrauger’ van Gounod begint. Grijze hoofden buigen licht voorover, de ogen sluiten.

Wie te jong is voor de Tweede Wereldoorlog, ziet in elk geval nog dagelijks geweld van over de hele wereld aan zich voorbij trekken. „Nog steeds worden mensen onderdrukt, gemarteld en gedood“, spreekt loco-burgemeester Els Aarts de kerk toe. „Maar ook het geweld onder jongeren neemt hand over hand toe, door intolerantie, verveling, onverschilligheid. Meer dan ooit is het nodig om ons samen verantwoordelijk te voelen voor de manier waarop we met elkaar omgaan.“

Het ’nu’ en ’toen’ lopen door elkaar tijdens de herdenking. Net als het jong en oud.

„Dat is belangrijk“, zegt August Sparidaens uit Tilburg. Hij is 75, heeft de oorlog meegemaakt, was twee jaar hospik in Indonesië bij de landmacht. Voor de leeuwen werden ze geworpen, zegt hij, de duizenden jonge mannen die na vier weken op zee en een paar weken jungle-training op patrouille gingen. „We hadden een nadeel: we waren blank. We liepen rond als schietschijven.“

Elk jaar is hij bij de herdenking. En aan het eind van elk jaar ook krijgt hij via de vereniging van oud-strijders een lijst, waarop ook staat wie er in de afgelopen periode is gestorven. „We zijn nu allemaal tussen de 75 en de 80 jaar uit, dus er vallen mensen weg. Daarom willen we proberen de herdenking over te brengen op de jeugd.“

Ondanks de lichte regen staan er toch honderden mensen rond het monument naast de concertzaal, onder wie aardig wat jongeren. Dus voorlopig lijkt de wens van Sparidaens uit te komen.