Gepost op

Maart 2013 (525)

Cover 525 maartWim Ravenhorst hoorde in mei 2012 tijdens het evenement Militracks in Overloon dat iemand een boek aan het schrijven was over de markante persoon Jan Willem Siebrand uit Kampen. Deze drankenhandelaar zou tijdens de oorlog een dubbelrol hebben gespeeld door zowel voor het verzet als voor de Duitsers te werken. Ravenhorst was direct nieuwsgierig, omdat zijn vader veel aan Siebrand te danken heeft gehad. Voor Terugblik ’40-’45 beschrijft hij hoe het verder afliep. Het gaat hier om het boek De zaak Siebrand. De omstreden dubbelrol van een drankenhandelaar in oorlogstijd, van de hand van Henk de Koning.

Jac. Baart schreef een bijdrage over het ‘vergeten’ bombardement op Rotterdam op 31 maart 1943, het zwaarste bombardement dat Rotterdam heeft getroffen na 14 mei 1940. Na lange tijd is het aan de vergetelheid ontrukt: er verschene al diverse publicaties over en in 1993 werd er een monument voor onthuld.

Een tweede artikel over bombardementen gaat over het ‘mysterieuze’ bombardement op Den Helder in de nacht van 24 op 25 juni 1940. De bewoners dachten dat het de Duitsers waren geweest, maar het waren Engels bommenwerpers die een aanval op de marinehaven uitvoerden. Overigens is Den Helder de meest gebombardeerde stad van Nederland. Hans Nauta geeft onder andere een nauwkeurig lijstje van de tijdstippen waarop die nacht de bommen vielen tussen 23.30 en 3.10 uur. De hele aanval duurde dus ruim drieëneenhalf uur.

Altijd interessant wanneer er onbekende foto’s uit de oorlog te zien zijn. Giesbert Oskam toont enkele opnamen uit zijn collectie met de vraag waar deze zijn genomen. Een of twee lijken gauw traceerbaar, de overige opnamen zijn moeilijker te plaatsen. Hint: Groningen, Brabant en Bunschoten.

Tot slot bevat dit nummer de uitslag van de ledenenquête, die in 2012 is gehouden plus enkele stukken voor de Algemene Ledenvergadering op 6 april 2013.

Gepost op

November 2012 (521)

Op de cover deze keer drie Britse RAF-officieren, waaronder Air Vice-Marshal Chaplain Pentland. Ze poseren bij het zojuist onthulde monument voor het No. II (Army Co-operation) Squadron, dat 100 jaar bestaat. Verschillende vliegers van dit squadron zijn in de oorlog tijdens gevechten boven Nederlands grondgebied omgekomen en liggen in Nederland begraven. Het monument werd op 5 september onthuld op het terrein van het National Arboretum bij Alrewas, ten zuiden van Derby en is gewijd aan allen, die in 100 jaar zijn omgekomen. Momenteel dient het squadron in Afghanistan. Daar werd deze aflevering van Terugblik ’40’45 met enthousiasme ontvangen.

Na de capitulatie in mei 1940 nam de Kriegsmarine alle voorhanden zijnde Nederlandse marineschepen in gebruik. De scheen die bij de werven in aanbouw waren werden verder afgebouwd. Minder bekend is, dat er in 1939-1940 samenwerking was tussen de Koninklijke Marine en de Kriegsmarine. In Nederland was onvoldoende expertise op het gebied van geschut en bepantsering. Daarom werd voor drie in aanbouw zijnde slagkruisers een beroep gedaan op onze oosterburen.

Henk van Willigenburg, Slagkruisers voor Nederlands-Indië. De samenwerking tussen Kriegsmarine en Koninklijke Marine. Met fraaie illustraties van de hand van de auteur.

Ruurd Kok schrijft in een bijdrage over de opgraving van een geschutsstelling bij Moordrecht. Flak of Pak? Ofwel: luchtafweer of pantserafweer?

Diete Oudesluijs bericht over het voornemen om van de ‘Doodencel’ in het Scheveningse Oranjehotel een monument te maken. Inmiddels is een plan gepresenteerd om de cel gemakkelijker toegankelijk te maken voor het grote publiek. Tot voor kort kon niemand de cel bezoeken, omdat het gebouw nog in gebruik was als penitentiaire instelling.  De Stichting Oranjehotel werft actief fondsen om het te kunnen bekostigen.

Gepost op

oktober 2012 (520)

Ruim honderdduizend joden zijn uit Nederland weggevoerd naar de Duitse vernietigingskampen in Polen. Ze werden vermoord in gaskamers, of stierven door ziektes, mishandeling, uitputting door zware arbeid of tijdens transporten. Jarenlang waren van die mensen alleen een paar summiere gegevens bekend: hun naam, waar en wanneer ze waren geboren en waar en wanneer ze waren gestorven. De afgelopen jaren is dat ingrijpend veranderd.

Op de Community van het Digitaal Joods Monument wordt hun adres vermeld en verschijnen steeds meer foto’s. Nu krijgen namen een gezicht. Daarmee wordt het verhaal nog intenser. Ook de zichtbaarheid van de slachtoff ers in het straatbeeld is vergroot door de plaatsing van vele Stolpersteine in de trottoirs voor huizen, waaruit de mensen zijn weggehaald. Van een vernietigingskamp als Auschwitz is zeer veel bekend, omdat er nogal wat overlevenden zijn geweest, die hun verhaal hebben kunnen vertellen.

Over een gruwelijk oord als Sobibór weten we weinig. Er waren nauwelijks overlevenden en de plaats van het delict is door de daders opgeruimd. En dan, wanneer een archeoloog aan het werk is, duikt daar opeens een naamplaatje op van een Amsterdams kind Lea de la Penha. Omgebracht op 9 juli 1943, samen met haar ouders en bijna 2400 andere mensen. Verschillende, maar samenhangende invalshoeken, die in dit nummer van Terugblik ’40-’45 toevalligerwijze in verschillende artikelen en bijdragen bij elkaar komen.

Jac.J. Baart: Was Euch Gefällt – Naspeuringen. Het septembernummer van Terugblik ’40-’45 bevatte een vraag van Erik Zwiggelaar over een fraai boekwerk dat hij in zijn bezit heeft.Het is een verslag van een in Nederland rondreizend Duits amusementsgezelschap. Jac. J. Baart geeft een fraai overzicht van enkele bijzonderheden over de Duitse legereenheden, waarvoor het gezelschap heeft opgetreden. Zo zijn de Männer der Schnellen 504 in Heerenveen niet de opvarenden van Schnellboote, maar reden ze op de fiets met twee Panzerfausten aan het stuur.

Tijdens recente opgravingen in Sobibór werd een naamplaatje gevonden van het Nederlandse meisje Lea Judith de La Penha, die daar op 9 juli 1943 werd vermoord. Haar kleine naamplaatje is een aangrijpende getuigenis van deze gruweldaad. Peter Krans schrijft er een bijdrage over.

Ruurd Kok schrijft een opinie-artikel over grafroven en de meerwaarde van archeologisch onderzoek naar WO2-resten. “Zolang verzamelaars in Nederland dergelijke bodemvondsten blijven kopen, dragen ze bij aan het voortbestaan van deze kwalijke praktijk.”

De student aan de Saxion Hogeschool in Deventer Sebastiaan Pothoven doet een oproep om meer te weten te komen over de aanwezigheid van Kochbunkers in Nederland. Dat zijn groot uitgevallen rioolbuizen, die rechtop in de grond werden gezet en als schuilplaats fungeerden.

Alphons Siebelt vestigt de aandacht op de overeenkomsten tussen illegale feestprogramma’s uit Vlaardingen, Rotterdam en Leiden. Twee voor de verjaardag van koningin Wilhelmina (31 augustus 1940) en een voor Leidens Ontzet (3 oktober 1940). De overeenkomst kan geen toeval zijn. Ligt de oorsprong in Vlaardingen bij de verzetsgroep De Geuzen?

Diete Oudesluijs schrijft over de onthulling van een monument in Zöschen en Spergau voor de slachtoffers van de strafkampen die daar lagen. Ook Nederlandse namen zijn daar terug te vinden.

In de serie Groeten uit… schrijft Jac. J. Baart een kaartje uit Wenen, met daarop de voormalige Flaktorens die daar nog te zien zijn. Peter Krans doet de groeten uit Zwitserland vanaf de Stadt Luzern. In dat schip hangt een plaquette die herinnert aan de Zwitserse generaal Henri Guisan.

Het oktobernummer bevat verder nog recensies, de rubriek Onlangs Verschenen en nieuwsberichten. Artikeltjes en bijdragen over: Stolpersteine in Lochem, monument in Warnsveld, opgravingen in Westerbork, Informatiepanelen in Kamp Amersfoort van Albert Ziëck, Flaktorens in Wenen en een plaquette op het schip de Stadt Luzern in Zwitserland.

Gepost op

april 2012 (515)

In dit nummer het tweede deel van een reisimpressie, die Jac. Baart maakte van zijn bezoek aan Wolgograd, het voormalige Stalingrad. Wederom foto’s van indrukwekkende Sovjet-monumenten en overgebleven en goed geconserveerde ruïnes, voorzien van onderkoeld commentaar van de auteur.

Jan-Arie Gijsen (wiens naam door ons verkeerd gespeld werd, waarvoor onze welgemeende excuses), schreef een artikel over een aparte broche of speld, die enkele conductrices van de RET (Rotterdamsche Electrische Tram) droegen. Deze conductrices waren namelijk afkomstig van de Nederlandse Arbeidsdienst, de NAD. Daar hadden zij naar de smaak van de directie de juiste vooropleiding gekregen. De dames verdrongen niet de mannelijke collega’s, maar waren nodig omdat het reizigersvervoer toenam.

Een derde artikel betreft de plaats Avegoor tijdens de oorlog. Het is bekend, dat de SS daar in het oude Troelstra-oord een school had gevestigd. Eerder werd in Terugblik ’40-’45 aandacht besteed aan het lot van de joden in het kamp Palästina, maar dit artikel gaat over het dorpje zelf. Met enkel bijzondere foto’s.

Gepost op

maart 2012 (514)

Wie een beetje kennis heeft van de Tweede Wereldoorlog zal bij het horen van de plaatsnaam Stalingrad onmiddellijk denken aan de langdurige en gruwelijk strijd in die stad vanaf het najaar van 1942 en de grote nederlaag van het Duitse leger in februari 1943. De ommekeer in de oorlog, zoals meestal wordt geschreven. Jac. J. Baart bezocht Wolgograd en beschrijft monumenten die daar aan deze strijd herinneren. Dit is het eerste deel. Het tweede deel verschijnt in nummer 515 van april 2012.

Verder de rubriek Onlangs verschenen over nieuwe boeken en een redactioneel artikel over een documentaire van vijf studenten van de Groningse Hanzehogeschool over het concentratiekamp Mauthausen.

R. Taselaar geeft een aanvulling op zijn artikel over Alfred Kunze, dat vercheen in nummer 511 van Terugblik ’40-’45 (december 2011).

In dit nummer de jaarverslagen van de secretaris en de penningmeester van de Documentatiegroep ’40-’45.

Tot slot een korte poëtische bijdrage van de Rotterdamse kunstenaar Ton Hermans over een inslag van een V1.

 

 

Gepost op

januari 2012 (512)

W. Oldenburg besteedt aandacht aan het noodlot van de bemanning van de Modjokerto. Dit vrachtschip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd werd op 28 januari 1942 door een Japanse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd door de Japanse marine opgepikt en op Zuid-Celebes aan land gezet. De ramp hadden ze overleefd, maar helaas werden ze op 24 maart allemaal onthoofd. Oldenburg noemt de namen van de slachtoffers, zowel de Nederlanders als de twintig Chinese twee Indonesischebemanningsleden. De meeste staan op een monument aan de Calandstraat in Rotterdam.

Dit nummer van Terugblik ’40-’45 bevat het tweede deel van een reisverslag van Jac. J. Baart over de plaats waar de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 feitelijk begon: de Westerplatte in Gdansk, Danzig. Het eerste deel verscheen in nummer 511 van december 2011.

Gepost op

april 2011 (504)

Zeer veel Nederlanders hebben korte of langere tijd in Duitsland gewerkt. R.E. Taselaar beschrijft aan de hand van de ervaringen van dhr. C. Th. Ruijter en met behulp van een poststuk en foto’s enige aspecten van het leven in kamp Tirpitz bij Bremen. De mannen waren werkzaam bij DeSchiMAG (Deutsche Schiff- und Maschinenbau AG).

Begin 2002 kon de Amerikaan Rudy Appel van de Duitse overheid ca. DM. 1000 Wiedergutmachungsgeld te krijgen. Alleen moest hij wel aantonen, dat hij op 10 mei 1940 in Nederland woonde. Een neef van zijn vrouw nam contact op met het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en kreeg daar te horen, dat Rudy Appel in de Holocaust was omgekomen en dat zijn naam voorkomt op een lijst van (ex-)leerlingen die ieder jaar op 4 mei worden herdacht. Rudy Appel schrijft, met hulp van Willem Oldenburg, hoe dit zo heeft kunnen gebeuren.

Verder in dit nummer het tweede deel van het artikel van L.C. Smit over korporaal Huibert Breitenbach, één van de eerste oorlogsgewonden op 10 mei 1940.

In een korte bijdrage beschrijft Jac. J. Baart enige monumenten in Moermansk