Geplaatst op

januari 2012 (512)

W. Oldenburg besteedt aandacht aan het noodlot van de bemanning van de Modjokerto. Dit vrachtschip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd werd op 28 januari 1942 door een Japanse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd door de Japanse marine opgepikt en op Zuid-Celebes aan land gezet. De ramp hadden ze overleefd, maar helaas werden ze op 24 maart allemaal onthoofd. Oldenburg noemt de namen van de slachtoffers, zowel de Nederlanders als de twintig Chinese twee Indonesischebemanningsleden. De meeste staan op een monument aan de Calandstraat in Rotterdam.

Dit nummer van Terugblik ’40-’45 bevat het tweede deel van een reisverslag van Jac. J. Baart over de plaats waar de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 feitelijk begon: de Westerplatte in Gdansk, Danzig. Het eerste deel verscheen in nummer 511 van december 2011.

Geplaatst op

december 2011 (511)

Jac. J. Baart maakt enkele ‘maritieme notities rond de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog’. Op 1 september 1939 openden de Duitsers de aanval op Polen op de Westerplatte bij Gdansk, Danzig. De auteur beschrijft de strijd gedetailleerd. Het artikel is voorzien van een aantal foto’s van overblijfselen, zoals de ruïne van een Poolse kazerne, en van monumenten.

R.E. Taselaar schrijft over de ‘problematiek van het Rijksduitse gezin Kunze’. De in Duitsland geboren Alfred Kunze was in 1920 naar Nederland gekomen en had een Duitse vrouw. Na de bevrijding werd zijn gezin opgesloten in de Koning Willem III-kazerne te Apeldoorn. Kunze zelf was als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. In 1946 werd het gezin vrijgelaten en in 1948 mocht vader zich bij hen voegen. Tot hun dood zijn ze in Nederland gebleven.

In het septembernummer van Terugblik ’40-’45 stond een interview met Esther Captain en Kees Ribbens over hun publicatie Tonen van de oorlog. Jan Anderson, een van de oprichters van de Documentatiegroep ’40-’45 reageert op dit interview, afgenomen door Wim de Natris en Alphons Siebelt. ‘Wij zijn niet alleen de mensen van de emblemen’ zegt hij en daarmee wil hij maar zeggen dat de leden van de Documentatiegroep ’40-’45 niet alleen maar verzamelaars zijn, maar zeker ook deskundigen, die vaak meer weten en bezitten dan de veel van de ruim 60 oorlogsmusea die Nederland telt. De vereniging probeert ‘de verzamelaars op het niveau te krijgen van een goed museum’.