Gepost op

Terugblik maart 2017 nummer 569

Na Dolle Dinsdag werd in september 1944 in de Waalhaven te Rotterdam door de Duitsers een tankschip afgezonken, de Salomé. U leest hier alles over. Vlak voor de inval werd de Nederlandse onderzeeboot Hr.Ms. o11 in de haven van Den helder aangevaren door een sleepboot, enkele documenten.

In deze Terugblik gaan wij verder met de serie over de luchtoorlog boven Deventer, thans deel 3.

Onze voorzitter is al jaren op diverse gebieden actief bezig met de geschiedenis van omgekomen geallieerde vliegers in Nederland, u las hier al over in de Terugblik.

Voor die jarenlange inzet ontving hij eind januari van de Britse ambassadeur in Nederland een hoge onderscheiding. Penningmeester en secretaris waren hierbij aanwezig en doen verslag.

U leest regelmatig in de Terugblik artikelen over archeologie en Tweede Wereldoorlog. Nu kunt u daar een tentoonstelling over bezoeken in het Noordbrabants Museum, een korte impressie.
Continue reading “Terugblik maart 2017 nummer 569” »

Gepost op

Januari 2013 (523)

Het zal menigeen vreemd voorkomen, dat er op de Veluwe eenheden van de Kriegsmarine waren gestationeerd en wel in de Johan Willem Friso- en de Mauritskazerne in Ede, die werden omgedoopt in de Kommodore Bontekazerne. Maurice Laarman beschrijft de de opleiding van de rekruten van de 20. SStA (Schiffstammabteilung) en de inzet van de troepen bij de verdediging van Arnhem tegen de Geallieerde luchtlandingstroepen in september 1944. Onder de rekruten ook Nederlanders en Belgen. Een groot artikel met veel unieke foto’s uit het album van de voormalige commandant Suhrmeyer. Het artikel wordt besloten met twee bidprentjes voor gesneuvelde mannen, die in Ede zijn opgeleid.

Ruurd Kok schrijft over de eerste stap die is gezet om te komen tot een protocol voor de Luchtvaartarcheologie. Vroeger ging het er louter om de vliegtuigresten uit de grond te halen. Het Ministerie van Defensie houdt de regie in verband met de mogelijke aanwezigheid van onontplofte munitie en stoffelijke resten van de bemanning. Pas in april 2012 waren voor het eerst professionele archeologen betrokken bij bergingswerkzaamheden. Aanleiding tot dit artikel was een gesprek met Johan Gras, de oprichter van de Aircraft Recovery Group.

 

 

Gepost op

November 2012 (521)

Op de cover deze keer drie Britse RAF-officieren, waaronder Air Vice-Marshal Chaplain Pentland. Ze poseren bij het zojuist onthulde monument voor het No. II (Army Co-operation) Squadron, dat 100 jaar bestaat. Verschillende vliegers van dit squadron zijn in de oorlog tijdens gevechten boven Nederlands grondgebied omgekomen en liggen in Nederland begraven. Het monument werd op 5 september onthuld op het terrein van het National Arboretum bij Alrewas, ten zuiden van Derby en is gewijd aan allen, die in 100 jaar zijn omgekomen. Momenteel dient het squadron in Afghanistan. Daar werd deze aflevering van Terugblik ’40’45 met enthousiasme ontvangen.

Na de capitulatie in mei 1940 nam de Kriegsmarine alle voorhanden zijnde Nederlandse marineschepen in gebruik. De scheen die bij de werven in aanbouw waren werden verder afgebouwd. Minder bekend is, dat er in 1939-1940 samenwerking was tussen de Koninklijke Marine en de Kriegsmarine. In Nederland was onvoldoende expertise op het gebied van geschut en bepantsering. Daarom werd voor drie in aanbouw zijnde slagkruisers een beroep gedaan op onze oosterburen.

Henk van Willigenburg, Slagkruisers voor Nederlands-Indië. De samenwerking tussen Kriegsmarine en Koninklijke Marine. Met fraaie illustraties van de hand van de auteur.

Ruurd Kok schrijft in een bijdrage over de opgraving van een geschutsstelling bij Moordrecht. Flak of Pak? Ofwel: luchtafweer of pantserafweer?

Diete Oudesluijs bericht over het voornemen om van de ‘Doodencel’ in het Scheveningse Oranjehotel een monument te maken. Inmiddels is een plan gepresenteerd om de cel gemakkelijker toegankelijk te maken voor het grote publiek. Tot voor kort kon niemand de cel bezoeken, omdat het gebouw nog in gebruik was als penitentiaire instelling.  De Stichting Oranjehotel werft actief fondsen om het te kunnen bekostigen.

Gepost op

oktober 2012 (520)

Ruim honderdduizend joden zijn uit Nederland weggevoerd naar de Duitse vernietigingskampen in Polen. Ze werden vermoord in gaskamers, of stierven door ziektes, mishandeling, uitputting door zware arbeid of tijdens transporten. Jarenlang waren van die mensen alleen een paar summiere gegevens bekend: hun naam, waar en wanneer ze waren geboren en waar en wanneer ze waren gestorven. De afgelopen jaren is dat ingrijpend veranderd.

Op de Community van het Digitaal Joods Monument wordt hun adres vermeld en verschijnen steeds meer foto’s. Nu krijgen namen een gezicht. Daarmee wordt het verhaal nog intenser. Ook de zichtbaarheid van de slachtoff ers in het straatbeeld is vergroot door de plaatsing van vele Stolpersteine in de trottoirs voor huizen, waaruit de mensen zijn weggehaald. Van een vernietigingskamp als Auschwitz is zeer veel bekend, omdat er nogal wat overlevenden zijn geweest, die hun verhaal hebben kunnen vertellen.

Over een gruwelijk oord als Sobibór weten we weinig. Er waren nauwelijks overlevenden en de plaats van het delict is door de daders opgeruimd. En dan, wanneer een archeoloog aan het werk is, duikt daar opeens een naamplaatje op van een Amsterdams kind Lea de la Penha. Omgebracht op 9 juli 1943, samen met haar ouders en bijna 2400 andere mensen. Verschillende, maar samenhangende invalshoeken, die in dit nummer van Terugblik ’40-’45 toevalligerwijze in verschillende artikelen en bijdragen bij elkaar komen.

Jac.J. Baart: Was Euch Gefällt – Naspeuringen. Het septembernummer van Terugblik ’40-’45 bevatte een vraag van Erik Zwiggelaar over een fraai boekwerk dat hij in zijn bezit heeft.Het is een verslag van een in Nederland rondreizend Duits amusementsgezelschap. Jac. J. Baart geeft een fraai overzicht van enkele bijzonderheden over de Duitse legereenheden, waarvoor het gezelschap heeft opgetreden. Zo zijn de Männer der Schnellen 504 in Heerenveen niet de opvarenden van Schnellboote, maar reden ze op de fiets met twee Panzerfausten aan het stuur.

Tijdens recente opgravingen in Sobibór werd een naamplaatje gevonden van het Nederlandse meisje Lea Judith de La Penha, die daar op 9 juli 1943 werd vermoord. Haar kleine naamplaatje is een aangrijpende getuigenis van deze gruweldaad. Peter Krans schrijft er een bijdrage over.

Ruurd Kok schrijft een opinie-artikel over grafroven en de meerwaarde van archeologisch onderzoek naar WO2-resten. “Zolang verzamelaars in Nederland dergelijke bodemvondsten blijven kopen, dragen ze bij aan het voortbestaan van deze kwalijke praktijk.”

De student aan de Saxion Hogeschool in Deventer Sebastiaan Pothoven doet een oproep om meer te weten te komen over de aanwezigheid van Kochbunkers in Nederland. Dat zijn groot uitgevallen rioolbuizen, die rechtop in de grond werden gezet en als schuilplaats fungeerden.

Alphons Siebelt vestigt de aandacht op de overeenkomsten tussen illegale feestprogramma’s uit Vlaardingen, Rotterdam en Leiden. Twee voor de verjaardag van koningin Wilhelmina (31 augustus 1940) en een voor Leidens Ontzet (3 oktober 1940). De overeenkomst kan geen toeval zijn. Ligt de oorsprong in Vlaardingen bij de verzetsgroep De Geuzen?

Diete Oudesluijs schrijft over de onthulling van een monument in Zöschen en Spergau voor de slachtoffers van de strafkampen die daar lagen. Ook Nederlandse namen zijn daar terug te vinden.

In de serie Groeten uit… schrijft Jac. J. Baart een kaartje uit Wenen, met daarop de voormalige Flaktorens die daar nog te zien zijn. Peter Krans doet de groeten uit Zwitserland vanaf de Stadt Luzern. In dat schip hangt een plaquette die herinnert aan de Zwitserse generaal Henri Guisan.

Het oktobernummer bevat verder nog recensies, de rubriek Onlangs Verschenen en nieuwsberichten. Artikeltjes en bijdragen over: Stolpersteine in Lochem, monument in Warnsveld, opgravingen in Westerbork, Informatiepanelen in Kamp Amersfoort van Albert Ziëck, Flaktorens in Wenen en een plaquette op het schip de Stadt Luzern in Zwitserland.