Gepost op

Tafel van Dakota-vleugel vliegt de deur uit

Het succesverhaal van Hagenaars Hans Wiesman en Dolph Bode kan makkelijk worden gebruikt als scenario voor een nieuwe ‘Indiana Jones’-film. Allebei getooid met zo’n kaki hoed en in geelbruin bemodderde tropenpakken hebben ze niet alleen zulke avonturen beleefd in Zuid-Amerika, maar ook in de Amerikaanse staten Arizona en Texas. Het duo was in de oerwouden en woestijnen niet op jacht naar een joekel van een diamant of een Inca-schat, maar naar oude Dakota- vliegtuigen. Van de wingtips (vleugeltippen) maken de heren namelijk conferentietafels en gigantische bureaus.

Lianen
Goedkoop zijn de meubelstukken niet; voor een beetje ‘wingtafel’ betaal je zo’n 26.000 gulden. Soms moesten ze weken of maanden flink zoeken naar de aluminium wrakken, die ‘begraven’ lagen onder het hete woestijnzand op een vliegtuigkerkhof. Wiesman: "Er vliegen nu nog ongeveer driehonderd Dakota’s. Daarom kun je ook steeds moeilijker aan onderdelen komen, temeer daar de nog beschikbare onderdelen worden bewaard voor actieve toestellen. We zijn samen ook naar Bolivia en Venezuela geweest. Overwoekerd door gifgroene lianen vind je daar aan de rand van het oerwoud nog wel eens een oude Dakota. We hebben er in Venezuela wel eens eentje uit een stinkend moeras laten takelen." "Probleem is dat iedereen zich daar dan meteen eigenaar noemt. De koffieboer die toevallig langskomt, politieagenten, de havenmeester. Iedereen wil een bundeltje dollars zien. Heb je pech, dan kom je ook nog de gouverneur tegen." In plaats van met Indy’s onafscheidelijke zweep zwaaiden ze dan maar met dollars of met peso’s.

Kogelgaten
Het tweetal is ook in Spanje gaan zoeken en in Noord-Afrika. Dolph Bode weet trouwens nog een vliegtuig in België dat al veertien jaar aan de ketting staat. "Maar we kunnen dat toestel alleen compleet kopen. Kost wel een half tot ??n miljoen gulden". Oud Dakota-materiaal is schaars en bewerkelijk. Sommige onderdelen zijn doorboord met kogelgaten. Dat kan gebeurd zijn boven Normandië, tijdens de Koreaanse oorlog of boven Vietnam. Wiesman (53): "Ik ben niet geboren maar wel getogen in Borneo. Daar werd ik ‘bitten by the bugs’, zoals de Engelsen zeggen. Ik werd gek op de Dakota’s. Die vliegtuigen waren daar een belangrijk vervoermiddel. Voor mij was de Dakota de levenslijn naar Europa, naar opa en oma". Meer dan vijftig jaar nadat in Santa Monica, Californië, de laatste DC-3 werd gebouwd kwamen ze elkaar tegen. Als kunsthandelaar had Dolph Bode, die getrouwd is met de kleindochter van Albert Plesman, een vleugeltip meegenomen. Hij liet hem zien aan jeugdvriend Hans Wiesman, die zoals gezegd z’n hele leven al iets met die vliegtuigen had. Als freelance artdirector bij Pall Mall voerde Wiesman vanuit de Verenigde Staten ook het pilotenthema rond het succesvolle sigarettenmerk in. De heren besloten te gaan samenwerken en hebben inmiddels ook al een internetsite (http://www.avionart.com). Wiesman en Bode kunnen niet alle onderdelen gebruiken. Bovendien moeten ze de vleugels van achttien kilo – "die moeten wel anderhalve ton de lucht in tillen" – intensief laten bewerken. Dat doen een vader en zoon, die daarvan zo vuil worden dat ze ‘de Zwarte Pieten’ worden genoemd. Eerst halen die de anti-corrosielak eraf en daarna begint het polijsten, dat soms weken duurt. Het resultaat is een plaatje. De tafels spiegelen zo schitterend dat de eigenaar de kleur van z’n ogen erin kan zien. Een dubbele achtervleugel als conferentiedesk is zeldzaam en kostbaar. "Dit is toys for boys, speelgoed voor jongens", zegt Dolph Bode (50). "Van de neus maken we lampen. Propellers zijn kunststukken op zich". Het prijskaartje blijkt geen probleem voor bekende Nederlanders die bijvoorbeeld jaarlijks in het zakenblad Quote worden genoemd. Er zijn inmiddels twaalf van de vijftig tafels verkocht en omdat het duo er wellicht niet meer kan leveren, worden de prijzen waarschijnlijk met de dag hoger.