Gepost op

Stadhoudersbrief uit de kluis, of toch niet

Prins Bernhard is tot zijn dood de man van het verzet tegen de nazi’s geweest. Toch heeft de prins zich steeds weer moeten verdedigen tegen aantijgingen dat hij met de Duitsers onder één hoedje zou hebben gespeeld. Zo zou de prins in 1937 -het jaar van zijn huwelijk- 100.000 Reichsmark hebben gekregen voor het verstrekken van inlichtingen aan Hitlers veiligheidsdienst. Echter, een bewijs daarvoor ontbreekt tot nu toe.

Een tweede beschuldiging kwam harder aan en is ook veel hardnekkiger blijven rondzingen: prins Bernhard zou op 24 april 1942 een briefje naar Hitler of diens rechterhand, Himmler, hebben geschreven waarin staat dat hij namens de Führer stadhouder van Nederland zou kunnen worden als de Duitsers na overleg met de Engelsen de bezetting van Nederland zouden beëindigen. Het briefje -A5-formaat, zo luidt het verhaal- zou via het Vaticaan en een spionnennetwerk vanuit Noord-Amerika naar Hitler zijn gestuurd.

Sinds dubbelspionne Leonie Brandt-Pütz in 1946 ermee naar buiten kwam, is de stadhoudersbrief met enige regelmaat in het nieuws geweest. Niet alle verklaringen lijken even betrouwbaar, maar sommige getuigen hebben tot hun dood toe volgehouden de brief of een kopie ervan te hebben gezien. Onder hen de echtgenote van NSB-voorman Rost van Tonningen, verzetsvrouw Jeanette Kamphorst, dubbelspion Michael Graf von Stoltikow en SS-brigadegeneraal Eberhard Schöngarth.

Veel aandacht kreeg ook het boek ”Omwille van de troon” (2002) van oorlogsschrijver Tomas Ross, dat vol staat met insunaties richting de prins. De Rijksvoorlichtingsdienst wees Ross terecht, maar daar heeft deze zich weinig van aangetrokken.

De laatste die figuurlijk met de stadhoudersbrief wapperde, was Edwin de Roy van Zuydewijn. De ex van prinses Margarita beweerde de stadhoudersbrief in zijn bezit te hebben. Het was de zoveelste manier van De Roy van Zuydewijn om de koninklijke familie een hak te zetten. Het papier zelf legde hij nooit tafel.

Absurd
Prins Bernhard heeft het bestaan van de brief altijd ontkend. In 2004 was hij het duidelijkst: „Bij de zogenaamde Stadhoudersbrief gaat het om een vermeende brief van 1942, die door mij en volgens sommigen zelfs door mijn vrouw ondertekend zou zijn en waarin ik Hitler (volgens anderen Himmler) zou hebben aangeboden Nederland namens de bezetter te besturen. (…) Nog geheel los van mijn integriteit en persoonlijke loyaliteit ten opzichte van Nederland en de geallieerden, behoeft het nauwelijks betoog hoe absurd óók deze aantijging weer is. In april 1942 -dat wil zeggen op het moment dat het in de ”geallieerde wereld” duidelijk is dat de oorlog zal eindigen met een Duitse nederlaag- zou ik hebben aangeboden landvoogd te worden over Nederland als verlengstuk van dit Duitse regiem? Onzin!”

De prins wees ook op de ontkenning van het bestaan van de brief door minister-president Van Agt in de jaren ’70 en op een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) dat niet aan het licht bracht dat er maar iets is dat enigszins „wijst in de richting van de aanwezigheid van deze brief in de NIOD-archieven.” Prins Bernhard: „Ten overvloede kan worden opgemerkt dat ook buiten de NIOD-archieven de bewuste brief of een kopie daarvan nooit is gevonden.”

Dat de brief niet is gevonden, is echter nog geen bewijs dat de brief niet bestaat, zo stelde NIOD-onderzoeker Aalders. Een mening die niet door alle NIOD-wetenschappers wordt gedeeld.

Onhoudbaar
De grote vraag blijft: ligt de brief wel of niet in het CIA-archief? Veel serieuze onderzoekers denken dat het verhaal over de stadhoudersbrief verzonnen is, omdat mensen redenen hadden de prins in een kwaad daglicht te stellen.

Prof. H. Blom, kenner van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, stelde in een interview met deze krant in 2007: „Ik vind dat je moeilijk iets met zo veel stelligheid kunt suggereren als je niet met het bewijs voor de draad kunt komen.” Hij reageerde daarmee op zijn collega Aalders.

Ook prof. dr. E. J. H. Schrage beargumenteert in zijn boek ”Zur Lippe-Biesterfeld. Prinses Armgard, prins Bernhard en hun houding tegenover nazi-Duitsland” (2004) dat het verhaal over de stadhoudersbrief onhoudbaar is.

Agent
Toch blijft het afwachten wat uit de archieven van de CIA tevoorschijn komt, als dit dossier tenminste wordt vrijgegeven. Ook dat is nog maar de vraag. De veronderstelling dat de stukken vrijkomen, is namelijk gebaseerd op uitlatingen van de Nederlandse inlichtingenagent Jan Heitink, die een kopie van de brief onder ogen zou hebben gekregen. De CIA zou tegenover Heitink hebben gezegd dat het dossier over Bernhard met daarin de stadhoudersbrief na 17 maart 2008 zou vrijkomen, mits prins Bernhard en koningin Juliana minimaal drie jaar overleden zouden zijn. Dat is inmiddels het geval.

Zou de stadhoudersbrief inderdaad blijken te bestaan, dan is dat niet leuk voor de koninklijke familie. De kwestie zou opnieuw veel stof doen opwaaien, net als de zaken rond Greet Hofmans, Lockheed, Margarita en de vader van Máxima. Daar zit de koninklijke familie niet op te wachten.