Gepost op

Slachtoffers op een namenwand

Het idee ontstond tijdens een ontmoeting van comitévoorzitter J. Grishaver en directeur D. Mulder van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Het voorlezen ging dag en nacht door, vijf dagen lang.
De belangstelling was zo groot, dat de website van het Nederlands Auschwitz Comité drie keer crashte.
Er waren toen 40.000 hits op hetzelfde moment.

Geleidelijk ontstond het idee voor een tastbaarder herinnering, een namenwand, vergelijkbaar met de lange zwarte muren in een park in Washington waarop alle slachtoffers van de strijd in Vietnam vermeld staan.

Op de wand komen niet alleen de namen van 102.000 Joodse Nederlanders, maar ook die van verzetsstrijders en andere politieke gevangenen en van zigeuners die in een kamp (of onderweg ernaartoe) de dood vonden.

De meesten van hen kregen geen fatsoenlijk graf. Vergaste Joden werden verbrand. Soms herinnert niets op aarde meer aan hun bestaan.

„Via een namenwand wil het Nederlands Auschwitz Comité hun een waardige en tastbare plaats in onze herinnering geven”, zegt voorzitter Grishaver.

Jaarlijks organiseert het comité op de laatste zondag van januari de herdenking van de bevrijding van het kamp op 27 januari 1945. Dat gebeurt bij het monument ”Nooit meer Auschwitz” van Jan Wolkers in het Amsterdamse Wertheimpark. Daar moet ook de namenwand komen te staan.

Het is een drukbezochte plaats waar veel wandelgroepen langskomen, stelt het comité. Er zijn daar in de naaste omgeving meer belangrijke plaatsen die aan de Tweede Wereldoorlog herinneren, zoals het monument ”De Dokwerker”, de Hollandse Schouwburg en het Verzetsmuseum. Het park ligt midden in de stad, en veel wandelroutes langs oorlogsmonumenten en langs het Verzetsmuseum komen erop uit.

Er komt een tussenruimte van zo’n 30 meter, zodat het monument van Wolkers niet in de verdrukking raakt. Het comité wil de wand via tuinarchitectuur koppelen aan dat monument. De schrijver en beeldend kunstenaar is volgens het comité erg positief over het idee voor een nieuw gedenkteken. Of hij het ook gaat maken, is nog niet duidelijk.

De namenwand moet in 2009 af zijn. „Dat wordt hard werken, maar je moet ergens een streefdatum stellen”, zegt Grishaver. Het stadsdeel Centrum heeft inmiddels positief gereageerd, maar nog geen toezegging gedaan, zegt hij.

Samen met instanties als het Nederlandse Rode Kruis en de Nederlandse Oorlogsgravenstichting wil het comité de namen compleet krijgen. „Daar moeten we heel zorgvuldig in zijn; we mogen niemand vergeten.”

Veel vragen over de uitwerking moet voorzitter Grishaver nog onbeantwoord laten. De vormgeving van de wand? Dat is nog niet uitgewerkt. „Het kunnen, bij wijze van spreken, ook vijf wanden worden, waar de mensen tussendoor lopen.”

Komen alleen de namen erop? „We weten nog niet of er ruimte is voor de leeftijden, en of we de namen per kamp groeperen, of alfabetisch, met steeds de kampnaam erachter.”

De kosten? Geen idee. De financiering? Ongetwijfeld een combinatie van overheidssubsidie en particuliere giften. Daar zegt Grishaver vertrouwen in te hebben. „Sommigen beweren het anders, maar de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog neemt werkelijk eerder toe dan af.” Dat maatschappelijk draagvlak is nodig om een financieel fundament onder het plan te leggen.