Gepost op

Schrift is tweede dagboek uit Kamp Vught

?Ik ben blij dat dit dagboek boven water is gekomen. We willen bekijken, in overleg met degene die het dagboek heeft afgestaan, of we haar verhaal mogen vertellen in het museum. ?
Het andere in Vught geschreven dagboek is van David Koker, een 20-jarige joodse jongeman uit Amsterdam die tussen februari 1943 en februari 1944 op losse papiertjes notities maakte. De destijds uit het kamp gesmokkelde dagboeknotities zijn in 1977 uitgegeven. David Koker schrijft volgens Van den Eijnde wat afstandelijker dan Helga Deen.
David Koker heeft evenals Helga Deen de oorlog niet overleefd.

Verliefd

Helga Deen woonde tot haar achttiende jaar met haar ouders Willy en K?the en haar jongere broer Klaus aan de Pelgrimsweg in Tilburg. De huidige bewoners hebben geen herinneringen aan het gezin Deen, ook niet de ouderen die er al lang wonen.
Helga zit in de eindexamenklas van de Rijks HBS Willem II. Ze is smoorverliefd op Kees van den Berg in Tilburg. In april wordt ze gedeporteerd naar barak 34B van het concentratieKamp Vught. Ze houdt voor Kees vanaf 1 juni 1943 een dagboek bij waarin ze vooral schrijft over haar gevoelens.
Een maand later stopt het dagboek op de dag dat het gezin Deen woordt overgebracht naar Westerbork.
Haar laatste passage: ?Iedereen schrijft en ook ik doe het nog. Misschien lang, misschien kort. Maar ik kan vanavond niet veel schrijven, dat voel ik wel. Misschien toch zenuwachtig??

Schril contrast

De laatste woorden in het dagboek staan in schril contrast met de eerste regel: ?Het valt tot nu toe alles ontzettend mee.? Verderop: ?Werkelijk de barakken liggen hier schitterend, zo vrij en ruim. Overal lopen hier strafgevangenen rond, langzaam en vriendelijk, er is niets verschrikkelijker.?
Het zijn woorden waaruit blijkt dat Helga Deen vastberaden is niet ten onder te gaan. ?God, telkens als ik naar buiten kijk sta ik weer verbaasd. Het is als een vriendelijk dorp midden in de bossen of eigenlijk kun je beter zeggen als een sanatorium.?
Haar levenswil kan haar niet behoeden voor de gruwelijke werkelijkheid. Vanuit Westerbork wordt het gezin Deen op 13 juli naar Sobibor getransporteerd. Daar worden vader, moeder, Helga en haar broer Klaus op 16 juli 1943 omgebracht.
Haar dagboek weet haar geliefde Kees te bereiken. Hij koestert haar woorden en bergt haar brieven, het dagboekschriftje, een haarlok en een vulpen zorgvuldig op in haar damestasje. Zijn herinneringen bewaart hij in een afgesloten kastje op zijn schildersatelier.
Na zijn overlijden in 2001 komt dit tasje in het bezit van zijn zoon Conrad. Conrad -die uit pi?teit het dagboek nooit heeft gelezen-, gaf het recent in bruikleen aan het Regionaal Archief Tilburg. ?Het is mooi dat het dagboek daar is. Het een stuk Tilburgse geschiedenis?, aldus de zoon.

Bron: Brabants Dagblad