Gepost op

Roemenië gaat holocaust bestuderen

De jonge politici zullen in Jeruzalem een seminar volgen over de geschiedenis van de holocaust in Roemenië en het holocaust-onderwijs. Vertegenwoordigers van alle partijen zullen aan de studieweek meedoen, met uitzondering van die van de extreem nationalistische Grotere Roemeense Partij.

Dat vertelde de Roemeense ambassadeur in Israël, dr. Valeria Mariana Stoica, deze week aan de voorzitter van het Yad Vashem-directoraat, Avner Shalev.

Shalev stelde de oprichting van de onderzoekscommissie voor na twee omstreden verklaringen van de Roemeense regering over de holocaust. Op 13 juni ontkende de regering dat er een holocaust in Roemenië had plaatsgevonden. Na protesten van de Roemeense Joodse gemeenschap en van Israël erkende de regering dat nazi-leiders in Roemenië Joden hadden gedeporteerd en uitgemoord.

De Roemeense president, Ion Iliescu, zei op 25 juli in een interview met het Israëlische dagblad Ha’aretz dat de holocaust niet uniek was voor de Joodse bevolking in Europa. „Vele anderen, onder wie Polen, stierven op dezelfde manier.” Volgens hem werden „in het Roemenië van de nazi-periode Joden en communisten gelijk behandeld.”

Israël tekende protest aan tegen de uitspraak van Iliescu. In de Tweede Wereldoorlog werden 420.000 van de 760.000 Joden die in 1939 in Roemenië woonden, vermoord. Het pro-nazi-regime van Ion Antonescu werkte aan de deportatie van de Joden mee. Ook kwamen 20.000 zigeuners om. Iliescu suggereerde in een brief aan Israëls president, Moshe Katsav, dat Ha’aretz hem verkeerd had geciteerd en hij uitte zijn spijt daarover.

Avner Shalev zei dat drie Roemeense ministers van Onderwijs hem verteld hadden dat zij concrete plannen hadden voor holocaustonderwijs in het ’nieuwe’ Roemenië, waar communisten en ultranationalisten jarenlang valse informatie hebben verspreid over de holocaust. „Maar de ministers voerden hun plannen niet uit”, aldus Shalev.

Naar aanleiding van het gebrek aan onderwijs over de holocaust en de recente omstreden uitlatingen van Roemeense functionarissen, stelde Shalev voor een onderzoekscommissie in te stellen. Ook andere Europese landen en de Verenigde Staten hebben in de afgelopen jaren dergelijke commissies in het leven geroepen. „De resultaten zijn zeer positief. Hun verhaal wordt gepubliceerd en verspreid. Dat is deel van een proces om de werkelijke gebeurtenissen onder ogen te zien. Daarna kan niemand meer zeggen dat de holocaust niet heeft plaatsgehad.”

Op 28 juli al deelde de Roemeense regering mee dat de holocausteducatie op de universiteiten van dat land zal worden uitgebreid en dat er een holocaustgedenkdag zal worden ingesteld.