Gepost op

Pastorie als bolwerk van verzet

„Het was een warme dag in juli 1943, de terrasdeuren van de pastorie stonden open. Ik hoorde zware stappen in het grind, keek door het raam naar buiten en zag een grote groep SS’ers onze kant op komen. Mijn moeder poogde nog wapens in de dakgoot te verstoppen, maar het was al te laat.” De moeder van de toen 19-jarige B. Hettinga werd afgevoerd, nadat een halfjaar eerder haar vader de cel in verdween. Ze bleef in de pastorie achter met haar twee broertjes van 10 en 11 jaar.

Het is het beginpunt van haar actieve ’carrière’ in het verzet. Van der Woude-Hettinga weet zich die dag nog goed te herinneren. Nu 84 en woonachtig in het Friese Dronrijp vertelt ze honderduit over het ”oranjehuis” in Hasselt, zoals de pastorie in die dagen genoemd werd.

„Ik was destijds in de kost in Zetten, waar ik op school zat. Toen mijn moeder werd opgepakt, was ik net een dag terug in Hasselt.” Ze besloot abrupt haar studie te staken om voor haar overgebleven twee broers te zorgen. Ook zonder de dominee en zijn vrouw bleef de pastorie een middelpunt van verzet in die omgeving.

Weinig weten
Zelf bracht ze de verzetskrant Trouw rond en deed ze koerierswerk. „Ik wilde niet weten wat er in die pakketjes zat. Hoe minder je wist, hoe veiliger je was.”

Haar vader, dominee J. Hettinga, wist zijn detentie te overleven door te veinzen krankzinnig te zijn. Nadat de Duitsers capituleerden, gingen zij, haar twee jonge broers en haar vader terug naar de pastorie in Hasselt. Ook haar drie broers die elders in het verzet zaten, keerden terug. Alleen haar moeder en oudste broer waren onvindbaar. Ze keerden maanden na de oorlog terug, na diverse concentratiekampen te hebben overleefd.

In 1946 besloten dominee Hettinga en zijn herenigde gezin in Harlingen een nieuw leven te beginnen. „Mijn ouders hebben met geen woord meer over de oorlog gerept”, zegt ze. In 1983 werd ze verrast toen ze voor haar ouders, broers en zichzelf zes verzetsherdenkingskruisen kreeg uitgereikt.

Haar werd bij die gelegenheid gevraagd of ze voorlichting wilde geven over de oorlogsjaren voor de stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945. Ze besloot haar verhaal te doen en bij nagenoeg elke lezing kreeg ze dezelfde vraag. „Of ik mijn verhaal op ging schrijven. Ik moest er niet aan denken.”

Niet onderuit
Een toevallige ontmoeting met de voorzitter van de Historische Vereniging van Hasselt deed haar echter beseffen dat ze wel moest. „Ik kon er niet meer onderuit.” Het boek, tot stand gekomen met geld van onder meer het Prins Bernhard Cultuurfonds, is vandaag gepresenteerd en onder meer bij Goedhart Boeken in Hasselt verkrijgbaar.