Gepost op

Overlevende leidt Duitsers rond in Sobibor

Om twee redenen heb ik Stalingrad op mijn shirt staan. Daar begon de nederlaag. En het is het symbool van de opvatting dat Wehrmacht en nazi’s niet als gescheiden eenheden gezien moeten worden. Dat de Wehrmacht niet de eenvoudige soldaten waren en de nazi’s het kwaad. Het hoorde allemaal bij elkaar, het was ??n vernietigende macht."

Florian Schubert (24) studeert sport en politiek in Hamburg en is de jongste van het gezelschap van 53 personen die Sobibor en andere vroegere kampen rond de Oost-Poolse stad Lublin bezoeken. Allen zijn Duitsers behalve gast/ooggetuige Jules Schelvis en de met hem meegekomen voorzitster van de Stichting Sobibor, Jetje Manheim (56) uit Amsterdam. De familie van haar joodse vader werd omgebracht in Sobibor. Haar vader werd gered door zijn latere vrouw die hem liet onderduiken. Een jaar na de oorlog trouwden ze."Over de familie van mijn vader werd nooit gesproken. Er heerste het zwijgen. Mijn broer en ik mochten dat niet doorbreken. Tien jaar geleden wilde ik die geschiedenis toch een plaats geven. Mijn ouders, die allebei nog leven, vertellen weinig maar in de Nederlandse archieven is alle informatie pijnlijk nauwkeurig terug te vinden."

Florian Schubert zegt dat ze in Duitsland heel goed weten wat de term Stalingrad inhoudt. Hij moet zich er ook niet mee in de buurt van rechts-extremisten wagen."Het is een behoorlijke provocatie." Zijn ouders, die vinden het prima."Ze zijn net zoals ik gegen das Vergessen, tegen het vergeten. Mijn vader is pas zesenveertig trouwens. Mijn grootouders? Die van vaderskant waren lid van de Nationaal-Socialistische Partij, die van moederskant sociaal-democraten. Alleen mijn oma van moederskant leeft nog. Ik weet niet wat ze van mijn Stalingrad zou zeggen, ik heb haar al zo lang niet gezien."

Wolfgang Pilgrim (57) uit Keulen is leraar geschiedenis. Hij maakt voor de achtste keer de reis naar de regio Lublin, de eerste zeven keer met leerlingen en nu met Bildungswerk Stanislaw Hantz dat vooral in Kassel zetelt en drie keer per jaar de tochten naar de kampen organiseert, twee keer naar Auschwitz en eenmaal naar Lublin/Sobibor.

Pilgrim: "Mijn vader zat bij de Luftwaffe. Eerst in La Rochelle in Frankrijk. ‘Ik moest kijken of er boten kwamen’, zei hij altijd, meer niet. Later ging hij naar Noorwegen. Daarover zei hij ook dat hij moest kijken of er boten aan kwamen. Meer niet. Hij zei niet dat die dan gebombardeerd werden en met zoveel mensen naar de kelder gingen. Toen ik op vakantie ging, ook naar Frankrijk en Noorwegen, de mensen sprak en de gedenktekens voor de vermoorden zag, kwam ik er achter wat hij werkelijk had gedaan. Als leraar wil ik proberen jongeren bij te brengen wat die generatie gedaan heeft. Hoeveel er zich voor interesseren? Tien procent ongeveer. Nee, met mijn vader ben ik nooit in discussie gegaan over zijn versie van het verhaal. Hij leeft nog, maar ik heb al dertig jaar geen contact meer met hem."

Het gezelschap verblijft in een klooster in Lublin, een oude, versleten stad waar ze echter – ook met geld van de Europese Unie – ijverig en degelijk aan het renoveren en restaureren zijn. In het grote klooster wonen ??n pastoor en enkele nonnen die er handig in zijn zich onzichtbaar te maken. Door onderdak te verlenen aan gasten is het klooster net in stand te houden.

Boeiend
In een zaaltje luisteren op een avond alle deelnemers aan de reis naar het verhaal van Schelvis. "Ik leerde op de middelbare school een beetje Duits. Maar verreweg het meest leerde ik in de kampen. Het droeg bij aan het overleven."

Twee uur lang en zonder pauze weet hij zijn publiek te boeien, ze hangen aan zijn lippen. Aan het eind schenkt hij gesigneerde exemplaren van zijn boek aan de organisatoren van Bildungswerk Stanislaw Hantz en de nog jonge uitgevers (‘die jongens’) uit Hamburg. Zijn handen trillen licht en als hij denkt dat niemand kijkt, veegt hij met zijn zakdoek een paar tranen weg.

De volgende dag voert een bus het gezelschap naar de plaats Izbica dat voor de oorlog een joods dorp was met meer dan negentig procent joden. In de oorlog werd het een doorgangskamp waar SS en Gestapo gruwelijk huishielden. Het Bildungswerk geeft samen met de Poolse historicus Robert Kuwalek (37), die de hele week de gids is, een informatieboekje uit met de geschiedenis van Izbica. Veel is weerzinwekkend. Hoe de commandant van Izbica de baby’s uit een ziekenhuisje met kraamvrouwen haalt, doodschiet en in een greppel gooit terwijl de moeders schreeuwend uit het raam kijken. Aan een Poolse getuige – die het later kon vertellen – vraagt hij wat water om het bloed van zijn handen te spoelen. Aan het eind van de oorlog weet hij te ontkomen en begint, nota bene onder zijn eigen naam, een caf? in Hamburg waar, nog absurder, veel joden tot zijn klanten gaan behoren. Als uitkomt wat hij gedaan heeft, verlaat zijn vrouw hem en pleegt hij zelfmoord in de cel.

Geweldssociologie
Micha Christ (30) uit Gijttingen is sociologe. Ze wil promoveren op geweldssociologie en dan vooral ten opzichte van de daders, ook die van de holocaust. Werken in een museum is haar ideaal, het liefst in het joods Museum in Berlijn."Dat is een prachtig museum." Ze gaat voor de derde keer mee."Ik ken het hier nu wel maar ik leer steeds opnieuw van de gesprekken met de deelnemers. Al tien jaar ben ik bezig met het thema. De eerste keer dat ik in Auschwitz was, was een shock. Daarna bleef het vragen regenen. En daar zal nooit een eind aan komen. Ik ben niet optimistisch voor de toekomst maar men moet vooral niet opgeven. De nazi’s waren moordenaars. Het is juist zo moeilijk te begrijpen dat het lang niet allemaal sadisten waren maar doodgewone mensen die tot die daden kwamen." Bildungswerk Stanislaw Hantz heette eerst Antifa Caf? en telt eigenlijk maar acht leden. Vier van hen organiseren de reizen: Sabine Biel (33) uit Hamburg, studente sociaalpedagogie, Markus Gijtte (33) uit Gijttingen, redacteur van tv-talkshows over ethische en politieke onderwerpen, Peter Hübner (44) uit Kassel, arbeider bij Volkswagen en Florian Ross (53) uit Kassel, mede-eigenaar van een groot kopieerbedrijf. De reizen zijn uiterst goedkoop; twee belangrijke sponsors zijn Ross en de vakbeweging uit Kassel.

Hübner legt uit wie Stanislaw Hantz was: een Pool die Auschwitz overleefde. "We vroegen hem of we onze organisatie zijn naam mochten geven en dat vond hij goed." Bij een bezoek aan het joodse kerkhof in Lublin zet Hübner een keppeltje op."Het hoeft niet per se maar ik heb me dat zo aangewend." Het kerkhof ziet er schamel uit, afgezien van een museaal gebouw geschonken door een Nederlands joods echtpaar. In Lublin, dat nu meer dan 300.000 inwoners heeft, woonden voor de oorlog 40.000 joden. Nu nog twintig."Mijn grootvader", zegt Hübner,"leeft niet meer. Ik had hem graag nog wat vragen willen stellen. Ik heb te vaak gehoord: ik heb het niet geweten. Ze hebben het w?l geweten, of ze wilden het niet weten. Mijn vader zei trouwens altijd: die Pollakken jongen, die zijn erg, onthou dat goed. Het is niet zo vreemd dat er nauwelijks nog joden in Polen leven."

Op de school voor voortgezet onderwijs in Izbica krijgen enkele leerlingen prijzen van Bildungswerk: ze schreven gedichten en verhalen over de joodse geschiedenis van Izbica. Wioletta Pyzik (15) wordt eerste met een verhaal dat ze van haar nog levende overgrootmoeder van 85 hoorde. Die verborg een 24-jarige joodse vrouw maar deze werd uiteindelijk toch afgevoerd. Haar grootmoeder weet nog steeds niet of de vrouw overleefde."Maar ze denkt van niet", zegt Wioletta. Ze weet niet of er nu nog joden in haar dorp leven."Het moet wel zo zijn." En op haar school van zeshonderd leerlingen? Niet ??n, dat weet ze zeker. Of ze denkt dat de geschiedenis van joden en Polen haar eerlijk onderwezen is?"Ik denk het wel. In ieder geval leer ik er iedere keer weer bij."

Tommy Merkle (29) uit Berlijn studeert cultuurwetenschappen. Hij is lange periodes in Amsterdam geweest, vooral in kraakpanden. Nu is hij weer serieus aan het studeren. Zonder beurs."Die krijg je niet als je ouders genoeg verdienen." Hij werkt een beetje bij in een punkcaf?. Hij was degene die namens het destijds nog Antifa Caf? geheten Bildungswerk Schelvis voor het eerst in Geldermalsen opzocht. "Toen had hij alle kleuren haar en wist ik echt niet wat ik voor vlees in de kuip had", zegt Schelvis."Maar het is een erg aardige jongen."

In een nagebootste Ierse pub in Lublin gaat ‘s avonds de discussie over de kampen verder. "Nee", zegt Merkle, "dit is niet typisch iets van de derde generatie. Misschien dat slechts vijf procent er zich druk om maakt." Het is te merken dat Der Tommy ondanks zijn jeugdige leeftijd een belangrijke rol speelt in het Bildungswerk: hij heeft ze goed op een rijtje en lacht veel. "Hij is iemand van het eerste uur", zegt een ander. "Optimistisch?", zegt Merkle, "nee, niet echt. Ik ben ook niet pessimistisch trouwens. Men moet het toch proberen. In ieder geval moet je je humeur en humor niet verliezen. Mensen die te fanatiek de wereld willen verbeteren zijn vaak saai en vervelend."

Elmar Schwinger (63) uit Wiesenbronn bij Würzburg is op eigen gelegenheid gekomen want de reis van Bildungswerk was volgeboekt. De gepensioneerd historicus maakt een nerveuze indruk. Sinds hij in 1963 zes weken bij het Auschwitzproces zat, heeft het hem te pakken, laat het hem niet meer los, zegt hij. "Ik wil een boek schrijven over de jodendeportaties uit mijn streek. Sommige hoofdstukken heb ik op internet gezet."

Geschiedenis
Cordula Kappner (62) kent Schwinger, want ze komt uit dezelfde omgeving. Ze zegt dat ze schrok toen ze hoorde dat hij zou komen. "Ik weet niet wat hem bezielt. Veel mensen die met pensioen gaan, weten niet wat ze moeten doen met hun tijd. Dan duiken ze maar in de geschiedenis, vooral in de joodse. Dat is natuurlijk ook wel wat." De vroegere bibliothecaresse is geboren in Dresden en woonde lang in de DDR. Ze wil de herinnering aan de joodse geschiedenis van enkele dorpen bij Würzburg, waar ze nu woont, levend houden. Er werden daar uit zeven dorpen 48 joden afgevoerd naar Izbica, weet ze. Door kinderen uit de dorpen waar zij woont heeft ze 48 stenen met de namen van de slachtoffers laten beschilderen. Ze wil die neerleggen op het kerkhof van Izbica waar in de oorlog massa-executies plaatsvonden. Samen met enkele anderen doet ze dat ook, na een toespraakje verspreidt ze de stenen over een rommelig terreintje waarop twee vormeloze gedenktekens staan.

Haar nobele gedachten moeten concurreren met de wrange woorden van gids Robert Kuwalek dat het op een heuveltje gelegen kerkhof de verzamelplek is van de alcoholisten van het dorp en in de weekends soms gebruikt wordt voor party’s.

Bron: www.nd.nl

Zie ook: www.deathcamps.org/sobibor

Bron: joods.nl