Gepost op

„Over de oorlog wordt niet gepraat”

Wempe is al sinds 1994 voorzitter van de vereniging in Den Haag, die weer een lidvereniging is van het landelijke Voormalig Verzet. De oud-verzetsman vindt het welletjes geweest.

„Onze vereniging telt 25 oud-verzetsmensen in de leeftijd van 85 tot 95. Op onze maandelijkse bijeenkomsten krijgen we met moeite nog tien mensen bij elkaar.” Op de bijeenkomsten drinken de oud-verzetsmensen koffie, maar over de oorlog wordt niet gepraat. „Ik zou niet weten wat de andere leden hebben gedaan in de oorlog,” zegt Wempe.

Septemberridders
De geboren Hagenaar vertrouwt het ook niet zo wanneer mensen zo graag willen praten over die tijd. „Wanneer mensen vaak en uitgebreid hun verhaal doen, wordt de waarheid soms geweld aangedaan. We noemen zulke vertellers septemberridders, mensen die op Dolle Dinsdag de straat opgingen en om te bewijzen dat ze ‘goed’ waren geweest, hele verhalen verzonnen. Vaak hadden die niet zo’n mooi verleden als ze voorspiegelden.”

Wempe vertelt zijn verhaal bescheiden en zorgvuldig. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij als ambtenaar op het ministerie van Justitie. Dat stond tijdens de oorlog in Apeldoorn. Alle ministeries waren in die tijd verspreid over heel Nederland, zodat ze minder kwetsbaar waren bij een aanval vanaf de kust. Wempe kopieerde vrijstellingsbewijzen, waardoor mensen geen enkele beperking van de vrijheid van beweging werd opgelegd.

Stempel
Toen er een Duitse ambtenaar op het ministerie kwam werken, zette die een Duitse stempel onder de bewijzen, wat kopiëren lastiger maakte. „Door toeval kwam ik in bezit van een Duits stempel. Sinds die tijd geloof ik niet meer in toeval. Ik maakte kopieën, zette er een stempel bij en speelde de brief door aan het verzet.”

Toen een collega van Wempe fulltime in het gewapend verzet ging en werd gefusilleerd, nam Wempe zijn plaats in de verzetsgroep in. „Ik rolde erin en vond het te knullig om nee te zeggen. Ik had nog geen gezin. Als ik dat wel had gehad, dan weet ik niet of ik het zou hebben gedaan.”

In oktober 1944 moest Wempe stoppen. Een ambtenaar van de burgerlijke stand gaf hem een seintje dat zijn naam bekend was geworden bij de bezetter. Hij vond een onderduikadres bij de familie Brink in het Apeldoornse Ugchelen.

Na de oorlog onderhield Wempe weinig contact meer met zijn verzetskameraden. Wempe: „In de oorlog hadden we één doel: saboteren wat je kon.

Na de oorlog bleken de motieven van verzetsmensen toch sterk te verschillen, doordat iedereen zijn eigen politieke en godsdienstige richting weer verkoos. We waren veel te druk met de wederopbouw om aan de oorlog terug te denken. Er werd wel een comité voor oudgedienden opgericht, maar dat werd in 1950 weer opgeheven.”

In 1980 kwam Voormalig Verzet Den Haag tot stand. In de begintijd had de vereniging 225 leden. De 25 die nu nog over zijn, ondernemen niet meer zo veel als vroeger. Per 11 mei heft de vereniging zichzelf op.

Wempe: „De voortdurende alertheid om bijeenkomsten te organiseren en de aanwezigheid bij een afscheidsplechtigheid vergt te veel aandacht en inzet van ons bestuur. We hebben het goed gehad met elkaar en we willen het graag ook goed afsluiten.”