Gepost op

Opschudding in Italië rond collaborateurs

De fascist Benito Mussolini was van 1922 tot 1943 de wettige premier van Italië. Nadat de Grote Fascistische Raad hem had afgezet en de koning hem had laten arresteren, bevrijdden de Duitsers hem weer. Met steun van de nazi’s richtte Mussolini in het noorden van het land zijn Italiaanse Sociale Republiek (RSI) op, met Salo als hoofdstad.

De Italianen die voor de RSI vochten, „zijn en waren vijanden van de staat”, aldus oud-president Giuliano Vassalli van het constitutioneel hof donderdag in de krant La Repubblica: „Er is geen land in Europa waar de collaborateurs van het nazisme worden beloond.”

De 93-jarige Vassalli werd tijdens de oorlog zelf door de Duitsers opgepakt en zwaar gemarteld. Samen met historici en de Nationale Vereniging van Italiaanse Partizanen (ANPI), voert hij komende week actie tegen het omstreden wetsontwerp.

De wet voorziet in de instelling van een ”Orde van de Driekleur” met levenslang pensioen, zowel voor de antifascistische partizanen, die veelal communisten waren, als voor „de strijders die van mening waren dat het eerbaar was te kiezen voor de verdediging” van de RSI.

„Wat willen ze nog meer? Zij hebben alles al gehad”, aldus Vassalli verontwaardigd. Collaborateurs kregen in 1946 amnestie, toen communistenleider Palmiro Togliatti minister van Justitie was, in 1948 zaten de neofascisten al weer in het parlement en „nu zijn ze aan de macht”, aldus Vassalli. Tot de coalitie van premier Silvio Berlusconi behoort de Nationale Alliantie van voormalige neofascisten.