Gepost op

Ook Duitsers waren slachtoffer

Of de Duitsers de hoofdschuldigen waren aan de Eerste Wereldoorlog, daarover valt te twisten. Voor de Tweede Wereldoorlog waren zij in ieder geval in hoge mate verantwoordelijk. Ook kan gezegd worden dat die oorlog, zeker als we daar de Holocaust bij rekenen, juist aan de Duitse kant op een gruwelijke wijze gevoerd is. Maar dat mag ons niet doen vergeten dat veel Duitsers zelf ook zwaar geleden hebben onder die oorlog en de nasleep ervan.

Dit Duitse lijden is het thema van de bundel ”Duitsers als slachtoffers”. Daarbij gaat het met name om de geallieerde bombardementen op de Duitse steden, waardoor zo’n 30 miljoen mensen getroffen werden en vermoedelijk een half miljoen burgers omkwamen, en om de vlucht en de verdrijving van Duitsers uit de oostelijke gebieden van het Duitse rijk, Tsjechoslowakije en andere Oost-Europese landen. Bij die massale volksverhuizing kwamen bijna 2 miljoen mensen om: door honger, kou en regelrechte wraakacties. In totaal moesten toen circa 12 miljoen Duitsers de gebieden verlaten waar hun voorouders eeuwenlang gewoond hadden.

Lange tijd gold het in en buiten de Bondsrepubliek als ongepast om aandacht te vragen voor het Duitse slachtofferschap. Leidde dat niet tot een onverantwoorde relativering van de miljoenen slachtoffers die nazi-Duitsland zelf op zijn geweten had? Speelde men daarbij niet de rechts-extremisten in de kaart of in het algemeen hen die zich verzetten tegen de Ostverträge van Willy Brandt? Dat taboe is inmiddels doorbroken. Dat wijst erop dat Duitsland zijn dramatische verleden grotendeels verwerkt heeft: de zogenaamde Vergangenheitsbewältigung.

Speciale aandacht wordt in de bundel geschonken aan de wijze waarop men in de voormalige DDR met het oorlogsverleden omging. Beatrice de Graaf, enkele jaren geleden gepromoveerd op de verhouding tussen de DDR en de Nederlandse vredesbeweging, neemt dit onderdeel voor haar rekening. De communisten golden in de DDR als de voornaamste slachtoffers van de naziperiode. De Joden stonden een stuk lager op de ranglijst. De Bondsrepubliek zag men bij uitstek als de erfgenaam van het Derde Rijk. De bevolking van de arbeiders- en boerenstaat die de DDR pretendeerde te zijn, werd daarentegen met terugwerkende kracht onschuldig verklaard.

Beatrice de Graaf schreef in de bundel ook een hoofdstuk over de liquidatie van de DDR en met name hoe men omging met de archieven van de Stasi. Een deel van die archieven werd tijdens de Wende door mensen van de veiligheidsdienst vernietigd. Al spoedig rees de vraag hoe openbaar het resterende archief moest zijn. Niemand minder dan bondskanselier Kohl pleitte voor een zeer terughoudende openstelling. Ook kerkelijke vertegenwoordigers in de voormalige DDR kozen, ter wille van de maatschappelijke vrede, voor deze lijn. De meeste dissidenten bepleitten daarentegen openbaarheid van de archieven. Kohl, inmiddels afgetreden als bondskanselier, kreeg zelfs belang bij het beperken van de toegankelijkheid, toen hij verwikkeld raakte in een schandaal over steekpenningen en het aannemelijk was dat de Stasi-archieven daar enige opheldering over zouden kunnen geven.

Alles bij elkaar een bundel die inzicht geeft in de moeizame Duitse geschiedenis van de laatste driekwart eeuw. Uiteraard hebben we in Nederland na 1945 ook te maken gehad met het probleem van de bestraffing van collaborateurs, met als uitlopers de affaires rond Aantjes en Menten. De morele discussie over goed en fout in de oorlog laaide soms hoog op. Toch raakte dat de Nederlandse samenleving minder diep dan de complexe oorlogs- en naziproblematiek waar men decennialang aan de andere kant van onze oostgrens mee te maken had.

N.a.v. ”Duitsers als slachtoffers. Het einde van een taboe?” door Patrick Dassen, Ton Nijhuis en Krijn Thijs (red.); uitg. Mets & Schilt, Amsterdam, 2007; ISBN 978 90 5330 553 9; 477 blz.; € 25,-.
bron: www.reformatorischdagblad.nl