Gepost op

Onkunde rond de oorlog

Vandaag is het zestig jaar geleden dat parachutisten landden tussen Oosterbeek en Ede. Ze rukten op naar Arnhem om de Rijnbrug op de Duitsers te veroveren. Tegelijkertijd stormden de geallieerden vanuit Belgi? over de grens om via Eindhoven en Nijmegen de Arnhemse oeververbinding vanaf de andere kant te bereiken. Via de Veluwe was het dan nog maar enkele tientallen kilometers naar de IJsselmeerkust. Als de geallieerden daar zouden arriveren, zouden de verbindingen tussen de Duitsers in West-Nederland en Duitsland zijn afgesneden.

Dit plan, Operatie Market Garden, slaagde slechts ten dele. Brabant werd bevrijd, maar de Slag om Arnhem mislukte, waardoor Noord-Nederland nog een bange oorlogswinter tegemoet ging.

Wie van de jongeren weet dit nog? Stramme, grijze veteranen met baret en medailles herdenken elk jaar hun gevallen kameraden. Schoolklassen uit de omgeving worden zo veel mogelijk bij de plechtigheden betrokken. Maar wat zegt een oorlog van zestig jaar geleden jongeren nu werkelijk? Ze kennen de Tweede Wereldoorlog soms uit verhalen van hun (over)grootouders. Kinderboeken over de Duitse bezetting verschijnen er ook veel minder dan enkele decennia geleden.

Schoolboeken zijn dan ook een belangrijk middel om de boodschap van de bange bezettingsjaren over te dragen. Dat laat soms echter te wensen over, concluderen H. D. I. Homan en E. T. van Praag in hun studie ?Tijd voor kwaliteit?. Termen worden vaak niet verklaard, stereotypen niet weerlegd, dubieuze onderzoeken niet aan de kaak gesteld. Grondrechten worden niet duidelijk behandeld. Leerlingen worden nauwelijks uitgedaagd tot meningsvorming. De impact van de huidige multiculturele samenleving, die opnieuw spanningen tussen etnische groepen kan opleveren, is in de methoden niet terug te vinden.

Zonder veteranen
Homan en Van Praag voerden het onderzoek uit in opdracht van het ministerie van VWS, waar een adviescommissie zich bezighoudt met de jeugdvoorlichting over de oorlogsperiode, in relatie tot het heden. Steeds meer veteranen en andere ooggetuigen vallen weg. Dat dwingt tot bezinning op de vraag hoe de oorlog in de toekomst herdacht moet worden en hoe de les van de oorlog kan worden overgedragen.

Bij de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers en de Bevrijding is de laatste jaren vaak zorg uitgesproken over de gebrekkige kennis van jongeren en hun geringe betrokkenheid bij herdenken en vieren. Daarbij is vaak gewezen op de rol van het geschiedenisonderwijs.

Uit onderzoek van het bureau Interview-NSS in 2001 bleek dat jongeren weinig meer weten van het oorlogsleed dat Europa in de eerste helft van de jaren veertig trof. Ongeveer de helft wist dat koningin Wilhelmina in die tijd het Nederlandse staatshoofd was. Ruim eenderde kruiste het juiste antwoord aan bij een meerkeuzevraag over collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zestien procent dacht dat het Duitse leger in 1939 Nederland binnenviel in plaats van Polen. En wat is er tijdens de Kristallnacht gebeurd? Veertig procent kiest voor ?De inval in Nederland?, 36 procent voor ?Werden joodse bezittingen vernield? en 17 procent voor ?Kwamen de nazi?s aan de macht in Duitsland?.

Multicultureel
Ook schiet de kennis tekort over de minderheden die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd. Weinig is ook bekend over vooroordelen, antisemitisme, racisme en discriminatie, terwijl deze verschijnselen ook in de huidige multiculturele samenleving de kop kunnen opsteken, of dat al doen.

Juist dit soort elementen geven de betekenis van de oorlog voor hedendaagse jongeren weer, maar dat verband moet volgens de onderzoekers in de schoolboeken duidelijker worden gelegd. Bovendien heeft de multiculturele samenleving nog een andere keerzijde: van een deel van de jongeren (in de grote steden de meerderheid) hebben de ouders en grootouders de oorlog niet meegemaakt, doordat ze van buiten Europa komen.

Volgens de kerndoelen die de overheid in de jaren negentig vaststelde, moet de Tweede Wereldoorlog en het verband met de huidige tijd in alle geschiedenismethoden worden behandeld. Volgens de onderzoekers komt dit uitgangspunt in basisvorming en tweede fase echter steeds meer in het gedrang. Homan en Van Praag pleiten voor handhaving en verdieping van de kerndoelen. Ook het belang van oorlogsherdenkingen moet meer onder de aandacht van de scholieren gebracht worden.

Zorgvuldig
Voor auteurs van schoolboeken hebben EDUdesk en Parel ook de nodige aanbevelingen in petto: Zorg ervoor dat in de beschrijvingen mensen uit minderheidsgroepen als individuen naar voren komen met persoonlijke levensstijlen en interesses. Ga zorgvuldig om met het gebruik van woorden als Joden, zigeuners en Duitsers. Besteed aandacht aan ontwikkelingen in de (voormalige) overzeese gebiedsdelen gedurende de oorlog. Zorg voor positieve beelden van minderheden. Voorkom dat leerlingen door de tekst worden buitengesloten. Vermijd waar mogelijk stereotypen, karikaturen en etnocentrisme. Bij de keuze van citaten, illustraties, bijschriften en bronnen moet ervoor gewaakt worden dat er niet onbedoeld een discriminerende samenhang ontstaat.

Zowel auteurs als docenten zouden aandacht moeten besteden aan culturele verschillen tussen mensen in Nederland, zowel tijdens de oorlog als in het heden. Aandacht moet er ook zijn voor de betekenissen van racisme, discriminatie, antisemitisme, stereotype en dergelijke begrippen. Discriminerende citaten of beelden uit de Tweede Wereldoorlog moeten altijd in een context geplaatst worden. Lesmateriaal moet leerlingen stimuleren teksten en beelden kritisch te bekijken. En ten slotte: Zorg ervoor dat de opdrachten realistisch zijn en geen ruimte bieden voor angstaanjagende fantasie?n.

Bron: Reformatorisch Dagblad