Gepost op

‘Onbekwame gevechtswagen’ opgegraven

Een ‘onbekwame gevechtswagen’. In 1953 beschreef de Generale staf van het Nederlandse leger zo de Staghound-pantserwagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn de Staghounds gebruikt door het Britse leger. Na de oorlog gebruikte het Nederlandse leger de ‘afdankertjes’. In 1953 waren ze op en kregen ze een nieuwe bestemming. "Overal in Nederland werden in de jaren vijftig deze voertuigen ingegraven; bij bruggen, sluizen, stuwen en andere strategische plekken", legt E. de Reijer, directeur van de stichting Functioneel Bunker Beheer uit. Op vliegbasis Volkel werden vier en mogelijk zes van deze tankkazematten aangelegd. "Er liggen er in ieder geval twee aan de hoofden van de hoofdbaan, en twee langs de lange zijden", vertelt R. Wildekamp, vrijwilliger van het basismuseum de Typhoon. "Maar mogelijk zijn er nog twee. Nu liggen de bonken staal in de weg voor ons nieuwe navigatiesysteem, dus moest deze weg. De stichting Functioneel Bunker Beheer is er blij mee en plaatst de uitgegraven wagen in het IJssellinie museum in Olst." De IJssellinie en de ingegraven pantserwagens bij Volkel maakten tijdens de Koude Oorlog deel uit van de verdedigingslinie. "Tegen de Russen", legt De Reijer uit. "Nederland vormde in de jaren vijftig, toen Duitsland nog niet bij de pas opgerichte NAVO hoorde, de frontlinie tegen een mogelijke aanval op ‘het westen’. De IJssellinie was een geheim, omvangrijk project ter verdediging. Toen Duitsland eind jaren vijftig werd opgenomen, verdween die noodzaak omdat die verdediging opschoof naar het oosten." Wildekamp beaamt dat de koepels op Volkel nauwelijks zijn gebruikt. "Alleen in het begin waarschijnlijk, in de jaren vijftig." Na het verwijderen van een betonnen laag van dertig ton kwam de pantserwagen gisteren tevoorschijn. "Hij ziet er nog behoorlijk goed uit", concludeert Wildekamp. "En dat terwijl hij vol water stond." Na een opknapbeurt in Nijverdal reist de pantserwagen door naar Olst. "Waarschijnlijk wordt hij daar weer deels in het beton gezet, om het publiek een beeld te geven hoe het er uit zag", aldus De Reijer.

Bron: Brabants Dagblad