Gepost op

oktober 2012 (520)

Ruim honderdduizend joden zijn uit Nederland weggevoerd naar de Duitse vernietigingskampen in Polen. Ze werden vermoord in gaskamers, of stierven door ziektes, mishandeling, uitputting door zware arbeid of tijdens transporten. Jarenlang waren van die mensen alleen een paar summiere gegevens bekend: hun naam, waar en wanneer ze waren geboren en waar en wanneer ze waren gestorven. De afgelopen jaren is dat ingrijpend veranderd.

Op de Community van het Digitaal Joods Monument wordt hun adres vermeld en verschijnen steeds meer foto’s. Nu krijgen namen een gezicht. Daarmee wordt het verhaal nog intenser. Ook de zichtbaarheid van de slachtoff ers in het straatbeeld is vergroot door de plaatsing van vele Stolpersteine in de trottoirs voor huizen, waaruit de mensen zijn weggehaald. Van een vernietigingskamp als Auschwitz is zeer veel bekend, omdat er nogal wat overlevenden zijn geweest, die hun verhaal hebben kunnen vertellen.

Over een gruwelijk oord als Sobibór weten we weinig. Er waren nauwelijks overlevenden en de plaats van het delict is door de daders opgeruimd. En dan, wanneer een archeoloog aan het werk is, duikt daar opeens een naamplaatje op van een Amsterdams kind Lea de la Penha. Omgebracht op 9 juli 1943, samen met haar ouders en bijna 2400 andere mensen. Verschillende, maar samenhangende invalshoeken, die in dit nummer van Terugblik ’40-’45 toevalligerwijze in verschillende artikelen en bijdragen bij elkaar komen.

Jac.J. Baart: Was Euch Gefällt – Naspeuringen. Het septembernummer van Terugblik ’40-’45 bevatte een vraag van Erik Zwiggelaar over een fraai boekwerk dat hij in zijn bezit heeft.Het is een verslag van een in Nederland rondreizend Duits amusementsgezelschap. Jac. J. Baart geeft een fraai overzicht van enkele bijzonderheden over de Duitse legereenheden, waarvoor het gezelschap heeft opgetreden. Zo zijn de Männer der Schnellen 504 in Heerenveen niet de opvarenden van Schnellboote, maar reden ze op de fiets met twee Panzerfausten aan het stuur.

Tijdens recente opgravingen in Sobibór werd een naamplaatje gevonden van het Nederlandse meisje Lea Judith de La Penha, die daar op 9 juli 1943 werd vermoord. Haar kleine naamplaatje is een aangrijpende getuigenis van deze gruweldaad. Peter Krans schrijft er een bijdrage over.

Ruurd Kok schrijft een opinie-artikel over grafroven en de meerwaarde van archeologisch onderzoek naar WO2-resten. “Zolang verzamelaars in Nederland dergelijke bodemvondsten blijven kopen, dragen ze bij aan het voortbestaan van deze kwalijke praktijk.”

De student aan de Saxion Hogeschool in Deventer Sebastiaan Pothoven doet een oproep om meer te weten te komen over de aanwezigheid van Kochbunkers in Nederland. Dat zijn groot uitgevallen rioolbuizen, die rechtop in de grond werden gezet en als schuilplaats fungeerden.

Alphons Siebelt vestigt de aandacht op de overeenkomsten tussen illegale feestprogramma’s uit Vlaardingen, Rotterdam en Leiden. Twee voor de verjaardag van koningin Wilhelmina (31 augustus 1940) en een voor Leidens Ontzet (3 oktober 1940). De overeenkomst kan geen toeval zijn. Ligt de oorsprong in Vlaardingen bij de verzetsgroep De Geuzen?

Diete Oudesluijs schrijft over de onthulling van een monument in Zöschen en Spergau voor de slachtoffers van de strafkampen die daar lagen. Ook Nederlandse namen zijn daar terug te vinden.

In de serie Groeten uit… schrijft Jac. J. Baart een kaartje uit Wenen, met daarop de voormalige Flaktorens die daar nog te zien zijn. Peter Krans doet de groeten uit Zwitserland vanaf de Stadt Luzern. In dat schip hangt een plaquette die herinnert aan de Zwitserse generaal Henri Guisan.

Het oktobernummer bevat verder nog recensies, de rubriek Onlangs Verschenen en nieuwsberichten. Artikeltjes en bijdragen over: Stolpersteine in Lochem, monument in Warnsveld, opgravingen in Westerbork, Informatiepanelen in Kamp Amersfoort van Albert Ziëck, Flaktorens in Wenen en een plaquette op het schip de Stadt Luzern in Zwitserland.