Gepost op

NSB-kinderen in Kamp Westerbork

Reacties zouden niet uitblijven, wist directeur Dirk Mulder van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. „We voorzagen dat sommige van onze donateurs het niet leuk zouden vinden dat hier een dag lang kinderen van NSB’ers zouden rondlopen.”

Een speciale informatiebrief werd verstuurd, ook als voorbereiding op de tentoonstelling die in december over het onderwerp komt. Voor sommigen mocht het niet baten. Een boze meneer trok per omgaande zijn donateurschap in. „Jammer dat u aandacht besteed aan NSB’ers en ander tuig dat in het kamp heeft gezeten”, zo schreef hij.

Het geeft aan hoe gevoelig de materie ligt, zegt Mulder. „Daar hebben we ook wel mee geworsteld. De naoorlogse periode van internering van NSB’ers hoort nu eenmaal bij Westerbork. Anderzijds willen we niet ”kamp” met ”kamp” vergelijken. Hoe moeilijk de collaborateurs het in het kamp ook hadden, het staat in geen verhouding met het lijden dat hier in de nazitijd plaatsvond.”

Dubbel leed
Om diezelfde gevoeligheid was de themadag donderdag grotendeels besloten. Zo konden de ongeveer veertig aanwezige kinderen van ’foute’ ouders zo open mogelijk hun verhaal doen. Een verhaal dat nooit went, zo beaamden twee NSB-kinderen donderdagavond tijdens het open avondgedeelte. Dirk Bruggeman (80) en zijn zus Karin (72) spraken over het ’foute’ gezin waaruit ze stammen. Iets wat ze ook al een aantal keer voor schoolklassen deden.

De oorlog trok een diep spoor door het gezin, zo werd duidelijk. Broer Jan kwam niet meer thuis van het oostfront, waar hij voor Duitsland vocht. Vader bleek na de oorlog in gevangenschap te zijn overleden. Iets wat zijn vrouw en zes kinderen pas na vijf jaar te horen kregen.

Moeder Bruggeman trof dubbel leed. Behalve het verlies van zoon en man, ook nog de vernederingen te moeten ondergaan waar ’foute’ gezinnen veel mee te maken kregen. Praten kon mijn moeder er nauwelijks over, vertelt Karin. „Sommige standpunten stelde ze ook niet bij, iets wat ik moeilijk kon accepteren.”

Het verleden heeft onder de zes broers en zussen Bruggeman niet tot verwijdering geleid. Ongebruikelijk, aldus auteur Chris van der Heijden, zelf zoon van een ’foute’ vader. Hij zei donderdagavond dat het denken over de oorlog in meer dan de helft van de NSB-gezinnen na de oorlog tot scheuring en verwijten leidde. Ook Van der Heijdens vader verliet het gezin.

Over de oorlog werd thuis vooral gezwegen, zegt Van der Heijden. „Ik heb jarenlang niet geweten wat een fascist was, ook niet toen de overbuurvrouw me uitschold voor ”vuil fascistenjong”. Ik dacht altijd dat een fascist een vader was die bij zijn gezin wegliep.”

Goed en fout
De historicus schetste donderdagavond hoe het denken over de oorlog steeds meer rond de termen ’goed’ en ’fout’ ging draaien. In de eerste jaren na de oorlog viel dat nog mee, betoogt hij. „In 1959 kon iemand als De Quay, die gecollaboreerd had, nog premier worden. Dat had begin jaren tachtig echt niet gekund, toen het goed-foutdenken op zijn hoogtepunt was. Mede door de boeken van dr. Lou de Jong was voor nuance geen enkele ruimte.”

Universitair docent Homme Wedman sluit zich daarbij aan. Hij analyseerde het laatste deel van De Jongs documentaireserie ”De Bezetting”, dat over de NSB ging. „Ongekend ongenuanceerd en verwijtend”, zegt hij erover. „Ook in de laatste versie van 1990 hield hij vast aan het goed-foutschema. Al het onheil was door Mussert over Nederland gebracht. Dat is de enige naam die wordt genoemd.”

De themadag en tentoonstelling in december zijn de eerste in hun soort, zegt directeur Mulder. Hij is daarom extra benieuwd wat het losmaakt. „Tenslotte blijft het een bizarre periode uit de geschiedenis van Kamp Westerbork. Moet je je voorstellen: Zes dagen na de bevrijding kwamen hier de eerste NSB’ers binnen. En de 900 Joden die hier nog zaten, moesten hen vervolgens bewaken. Die vonden dat ook verschrikkelijk.”
bron: www.reformatorischdagblad.nl