Gepost op

Kleuren in oorlogstijd

Alphons Hustinx (1900-1972) was zijn tijd ver vooruit. Platgetreden paden waren aan de Limburger niet besteed. Studeren -rechten- deed hij voor de vorm, en vooral niet omdat hij zich druk zou moeten maken over zijn toekomst. „Hij werd geboren in een bemiddelde familie”, vertelt Erik Somers van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD).

Zijn rusteloze levenshouding bracht Hustinx op plaatsen waar de meeste tijdgenoten slechts van konden dromen: Afghanistan bijvoorbeeld, en Zuid-Afrika. Ook reisde hij door nazi-Duitsland en was daar in 1933 getuige van de eerste grote NSDAP-bijeenkomst na Hitlers machtsgreep.

Film en fotografie oefenden een bijzondere aantrekkingskracht uit op de man die in Roermond zijn thuishonk had. Hij experimenteerde met de kleurendia, die in 1936 werd geïntroduceerd. Bewegend beeld volgde een paar jaar daarna, wat resulteerde in een filmdocumentaire: ”Kleur en glorie onzer tropen”. Dat was de eerste kleurenfilm over Nederlands-Indië. Hustinx trok er het land mee door. Somers: „Het was een stomme film, die hij in bioscopen en theaters zelf becommentarieerde.”

De cineast en fotograaf was op die manier veel onderweg, ook in de periode 1940-1945. Gedurende die reizen legde hij het dagelijks leven in Nederland vast. „Hij fotografeerde heel erg breed, van oorlogsomstandigheden tot toeristische kiekjes van de omgeving. En veel oorlogsaffiches, waarop propaganda of mededelingen van de Duitsers en de NSB stonden”, aldus Somers.

Fotograferen was in de oorlogsjaren op zichzelf al een bijzonderheid. Somers: „Het was een kostbare aangelegenheid. Lang niet iedereen had een fototoestel.” Naast vak- en persfotografen kende Nederland in die tijd ook een actieve groep amateurs, die zelfs een eigen blad uitgaf. „Fotograferen was echt een noviteit, het was spannend en revolutionair.”

De bezetter verbood fotografie niet. Veel mocht worden vastgelegd, maar militaire objecten bijvoorbeeld niet. Volgens Somers deden mensen ook aan zelfcensuur „Ze namen zich in acht, ze wilden niet onnodig problemen maken.”

Het grootste probleem in de oorlogstijd was materiaalschaarste. „Alles raakte op: fotopapier, filmrolletjes, chemicaliën. Veel mensen bewaarden hun rolletjes voor de bevrijding, want die moest in ieder geval worden vastgelegd.”

Hustinx leek minder last te hebben van het schaarsteprobleem. Hij liet 1648 foto’s na, juist met het alledaagse leven als onderwerp. Het meest bijzonder aan de foto’s is dat die in kleur zijn. Somers: „Het NIOD beschikte tot voor kort over ongeveer dertig kleurenopnames.”

Een initiatief van de Nederlandse oorlogs- en verzetsmusea, de herinneringscentra en het NIOD om alle beschikbare beelden -zo’n 175.000- via een digitaal archief te ontsluiten, bracht de neef en erfgenaam van Hustinx, Lodewijk Imkamp, ertoe de kleurendia’s ter beschikking te stellen aan het NIOD. Prinses Margriet opent deze Beeldbank WO2 volgende week donderdag.

Somers van het NIOD noemt dit digitale archief bijzonder. „Maar met name door de kleurenfoto’s van Hustinx wordt het beeld van de oorlogsjaren letterlijk genuanceerd. De beelden die mensen in hun hoofd hebben zitten, zijn zwart-wit. Vanaf nu wordt die werkelijkheid ingekleurd.”

De stelling dat het meeste oorlogsbeeldmateriaal nu -zo veel jaar na dato- wel boven water is, deelt Somers niet. „Nee, dat denk ik niet. Alleen al het overhoophalen van de collecties voor de Beeldbank WO2 leverde weer veel onbekend en heel interessant materiaal op. Wij weten ook zeker dat er nog niet eerder gepubliceerde foto’s in albums en privécollecties aanwezig zijn. Het is onze ervaring dat mensen er óf bovenop zitten vanwege de emotionele waarde, óf dat ze zich niet bewust zijn van het materiaal dat ze bezitten.”

Het NIOD wil digitale kopieën van privéfoto’s graag toevoegen aan de beeldbank. Ook vraagt het instituut aan bezoekers van de website of zij het digitale archief willen verrijken. Somers: „Van heel veel foto’s is niet bekend wat of wie erop staan. Via de website kunnen mensen die informatie nu gemakkelijk met ons delen.”