Gepost op

In memoriam: Isser Harel (1912-2003)

Niets aan Isser Harel deed vermoeden dat hij een meesterspion was. De in Rusland geboren Jood was nauwelijks 1,40 meter lang. Hij was al vroeg kaal en had enorme flaporen. Vanwege zijn geringe lengte kreeg hij al snel de bijnaam ”Isser de Kleine”. Hij maakte in zijn priv?-leven meestal een introverte en zelfs schuchtere indruk. Toen een van zijn buren hem bij wijze van uitzondering in zijn uniform van luitenant-kolonel zag, riep de man dan ook in verbazing uit: „Hoe kan zo’n rustig mannetje als jij zo’n belangrijke officier zijn?”

Toch was Harel een geboren spion. Toen hij in 1930 op 17-jarige leeftijd van Rusland naar Palestina emigreerde, smokkelde hij al een revolver door de strenge Britse douane. Hij vertrouwde alleen zijn vrouw Rivkah en de agenten die onder zijn bevel stonden. Op de vraag of Isser ook persoonlijke vrienden had, liet een familielid zich eens ontvallen: „Vrienden? Hij kent iedereen en iedereen kent hem. Maar ik geloof niet dat hij ook maar ??n echte vriend heeft. Hij vertrouwt niemand… zelfs ons niet.”

Zijn gevoel voor geheimhouding was legendarisch. Niemand uit zijn omgeving wist wat voor werk hij deed; zelfs zijn vrouw was niet volledig op de hoogte van de activiteiten van haar echtgenoot. Harel liet een dubbele muur in zijn huis metselen, met een geheime toegang, waarachter hij zijn uitgebreide archief verborg. Toen hij eens een taxi in Tel Aviv aanhield en de chauffeur hem vroeg waar hij naartoe wilde, antwoordde hij slechts kortaf: „Mijn bestemming is geheim.”

Isser Harel werd in 1912 in het Russische Vitebsk als Isser Halperin geboren. In 1930 emigreerde hij naar het toenmalige Palestina. In de eerste jaren was hij werkzaam in de landbouw in de kibboets Shefayim, waarvan hij een van de oprichters was. In 1942 voegde hij zich bij de Joodse strijdmacht Haganah. Na een snelle carrière werd hij twee jaar later hoofd van de afdeling inlichtingen van de Haganah.

Met de oprichting van het officiële Israëlische leger, de IDF, na de stichting van de staat Israël, werd Harel een van de eerste luitenant-kolonels en kreeg hij de leiding over de binnenlandse veiligheidsdienst Shin Bet. In 1952 werd hij hoofd van de geheime dienst Mossad. Hoewel de dienst toen in naam al bestond, was het Isser Harel die de Mossad uitbouwde van niets tot een van de beste en meest gevreesde inlichtingendiensten ter wereld. De richtlijnen en de stijl die hij invoerde zijn tot op de dag van vandaag in de organisatie terug te vinden.

Harel bereikte dat doel door van zijn mensen absolute toewijding en onbesproken moreel gedrag te verlangen. Hij stond bekend als een harde en veeleisende baas die weinig ophad met sociale activiteiten of ontspanning. Hij had geen gevoel voor humor en was snel op zijn teentjes getrapt. Zijn enige hobby’s waren het beluisteren van operamuziek en het lezen van detectiveromans.

Toch dwong Isser enorm veel respect af, niet het minst bij zijn ondergeschikten. Zijn agenten wisten dat ze altijd en overal op zijn onvoorwaardelijke steun konden rekenen. Het uitgangspunt van veel andere geheime diensten dat een door de mand gevallen of gevangengenomen spion geen waarde meer heeft, was in Harels ogen een gruwel. Persoonlijk nam de Mossad-chef deel aan alle belangrijke operaties die zijn dienst uitvoerde.

In het begin van de jaren ’50 legde Harel zich vooral toe op het volgen van communistische en extreem linkse elementen in de jonge Israëlische samenleving. Door de massale toevloed van Joden was het uiterst lastig zicht te houden op de werkelijke bedoelingen van de immigranten.

Een van de belangrijkste wapenfeiten van Harel op dat gebied was de arrestatie van Israël Beer, een persoonlijk assistent van premier David Ben Gurion. Beer presenteerde zich als Joodse wetenschapper uit Wenen met aanzienlijke militaire ervaring. Daardoor wist hij snel op te klimmen in de rangen van het Israëlische leger. Vertrouwend op zijn natuurlijke achterdocht en intuïtie ontmaskerde Isser Israël Beer als een Sovjetspion.

Het hoogtepunt in Harels carrière vormde echter ongetwijfeld de opsporing en ontvoering van Adolf Eichmann, de man die het brein was achter de formulering en uitvoering van de Duitse ”Endlösung” van het Jodenvraagstuk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Persoonlijk leidde Harel de hele operatie – van de bestudering van de dossiers over Eichmanns rol in de holocaust, de arrestatie van de nazi in Argentinië tot de boodschap aan Ben Gurion: „Ik heb een cadeautje voor u meegenomen.”

Hoewel de opsporing van oorlogsmisdadigers voor de Israëlische geheime diensten altijd al een hoge prioriteit had gehad, begon de Mossad-baas zich in 1957 serieus met de kwestie-Eichmann bezig te houden. In dat jaar ontving Harel aanwijzingen dat Eichmann nog in leven was en onder een valse naam in Argentinië woonde. Vanaf dat moment zette Isser zijn tanden in de zaak. Uiteindelijk ging hij met een team agenten naar Buenos Aires en wist Eichmann op 11 mei 1960 gevangen te nemen. Korte tijd later stond de Duitser voor de Israëlische rechter, die hem ter dood veroordeelde. De reactie van Harel, vier dagen na de ontvoering van Eichmann, was typerend voor zijn totale controle over zijn emoties: „Ik kon alleen maar denken hoe alledaags hij eruitzag.”

Enkele jaren na de triomf van de ontvoering kwam er plotseling een einde aan de Mossad-carrière van Isser Harel. De meesterspion was een terreurcampagne begonnen tegen een groep Duitse geleerden die in Egypte aan een omvangrijk raketprogramma werkten. Volgens Harel vormden de projectielen een serieuze bedreiging voor Israël. Ben Gurion was echter een andere mening toegedaan en beval zijn inlichtingenchef met zijn activiteiten tegen de wetenschappers te stoppen. De onenigheid tussen beide mannen leidde in het voorjaar van 1963 uiteindelijk tot het ontslag van Isser Harel, net voor David Ben Gurion zelf het veld ruimde als minister-president.

In juni 1966 bracht Paula, de vrouw van Ben Gurion, het tweetal bij elkaar voor een verzoening. De voormalige premier gaf Harel een foto van hemzelf met op de achterkant de woorden ”Voor Isser, een beschermer van de eer, de veiligheid en de geheimen van de staat. David Ben Gurion”.

Harel nam in 1965 zijn oude beroep weer op als veiligheidsadviseur van premier Eshkol. Na tien maanden hield hij het echter alweer voor gezien. De rest van zijn loopbaan vulde hij met politieke activiteiten en schrijven. Dinsdag overleed de meesterspion op 91-jarige leeftijd na een langdurige ziekte. E?n ding is zeker: Harel heeft zijn bijnaam ”Isser de Kleine” bepaald geen eer aangedaan.