Gepost op

Gevallenen koopvaardij herdacht

Nabestaanden, (oud–)zeelieden en vertegenwoordigers van organisaties legden kransen en bloemen bij De Boeg aan de Boompjes. Burgemeester Ahmed Aboutaleb legde de eerste krans namens het gemeentebestuur van Rotterdam. Het Rotte’s Mannenkoor omlijstte de plechtigheid. Een havenpastor en een koopvaardijdominee hielden korte toespraken. Na de kranslegging volgde een defilé.

Op het nationale monument De Boeg staat de tekst „Zij hielden koers". Zeelieden die op 10 mei 1940 ’buitengaats’ waren, moesten voor de Nederlandse regering en daarmee voor de geallieerden varen. Zij waren vaarplichtig. De Britten en Amerikanen huurden de schepen van de rederijen en betaalden die ook.

Het betrof niet alleen zeelieden van de grote vaart. Alle zeewaardige schepen werden ingezet voor het vervoer, ook kustvaarders en vissersschepen. Zo bracht de Iris van de KNSM onder leiding van kapitein Klaas de Jong op 10 mei 1940 vanuit IJmuiden al het goud van De Nederlandsche Bank naar Londen. Een vissersboot smokkelde op diezelfde dag honderd joodse mensen naar de Britse hoofdstad.

In totaal voeren duizend schepen voor de geallieerden. De helft daarvan, zoals de Iris, gingen ’naar de kelder’. In de meeste gevallen door een torpedo, afgevuurd door een Duitse onderzeeër. Het HAL–schip van Gerrit Winterswijk, nu 90 jaar oud, zonk al op 7 oktober 1939; niet door een torpedo, maar door een Duitse magneetmijn.

De kranslegging bij De Boeg is niet al in 1957 begonnen, nadat het monument op 10 april van dat jaar was onthuld door prinses Margriet. Het gebeurde voor het eerst pas in 1966, op initiatief van de Stichting Koopvaardijpersoneel 1940–1945.