Gepost op

Geschiedenisles uit een stripboek

Dat er van 1940 tot 1945 oorlog was in Nederland weet je vast wel. De Duitsers vielen op 10 mei ons land binnen. Ook weet je vast wel iets over concentratiekampen, waar veel Joden naartoe werden gestuurd die nooit meer terugkwamen. En over een hongerwinter waarin mensen zelfs bloembollen aten.

Na het lezen van het stripboek ”De ontdekking” weet je dat er in die tijd nog veel meer dingen speelden. Maar saai om dat te weten te komen, is het absoluut niet.

Samen met Jeroen ga je als het ware op ontdekking uit. De hoofdpersoon, die wel wat weg heeft van Kuifje, gaat bij zijn oma op zolder op zoek naar spullen voor de rommelmarkt op Koninginnedag. Tussen alle rommel vindt hij haar oorlogsplakboeken. En een gele ster. Dan begint zijn oma te vertellen. Hij hoort van haar dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn familie dingen zijn gebeurd waarover altijd gezwegen is.

Heel verschillend
De oma van Jeroen heet in het verhaal Helena. Ze is dertien jaar als de oorlog uitbreekt en heeft twee oudere broers, Theo en Wim. Oma’s beste vriendin, het Joodse buurmeisje Esther, is twee jaar eerder met haar ouders uit Duitsland gevlucht.

De gezinsleden reageren heel verschillend op de Duitse onderdrukking. Helena’s vader zit bij de Amsterdamse politie. Hij moet gehoorzamen aan zijn baas, vindt hij. Dus neemt hij deel aan razzia’s op Joden en is zelfs betrokken bij de arrestatie van de Joodse buren, onder wie Esther. Dit wordt door zijn vrouw en kinderen niet begrepen.

Theo, de oudste broer, die steeds ruzie heeft met zijn autoritaire vader, gaat het huis uit. Hij wordt vrijwilliger in Duitse dienst en sneuvelt later aan het Oostfront. Wim, de andere broer, zoekt aansluiting bij het verzet. Hij raakt daarin steeds meer betrokken en vecht later mee met de oprukkende Engelse troepen. Helena zelf verspreidt illegale krantjes en begeleidt in de hongerwinter kinderen uit de stad naar Friesland.

Na de bevrijding vindt Helena haar moeder en haar broer Wim weer terug in Amsterdam. Vader wordt als verrader opgepakt en overlijdt kort daarna. Helena’s moeder wil niet meer in Amsterdam wonen en het gezin verhuist om ergens anders een nieuw leven op te bouwen.

Over de moeilijke oorlogstijd is in de familie nooit meer gesproken. Jeroen is de eerste die dit verhaal van oma te horen krijgt. Enkele dagen later maakt Jeroen de Dodenherdenking op 4 mei mee. Daar doet hij een schokkende ontdekking. Welke? Dat verklap ik nog niet.

Kuifje
Het boek is een strip. De tekeningen doen dus vooral het verhaal. Ze zijn humoristisch, maar ook weer niet te grappig. Dat zou niet bij zo’n zwaar onderwerp als de Tweede Wereldoorlog passen.

”De ontdekking” spreekt de vmbo-leerlingen aan. Heidi, Marline, Joachim en Jan pakken gelijk een exemplaar van tafel. Dan blijft het even helemaal stil. „Ziet er leuk uit”, oordelen de leerlingen even later. De namen van Suske en Wiske en Kuifje worden genoemd. Het is al snel duidelijk: uit dit boek willen ze wel les krijgen.

De jongeren uit 2 vmbo van de Fruytierscholengemeenschap in Apeldoorn hoeven daar niet lang meer op te wachten. De stripboeken zijn inmiddels door geschiedenisleraar G. M. Mulder besteld. „In het boek staan alle nieuwsfeiten uit de Tweede Wereldoorlog”, zegt hij. „En op deze manier wordt het aantrekkelijk gebracht.” Belangrijk vindt Mulder het ook dat er goed over het boek na te praten valt. „In het boek gaat het over ??n gezin waarin iedereen heel verschillende keuzes maakt. Wij oordelen vaak heel gemakkelijk over goed en kwaad. Maar uit het boek blijkt dat het helemaal niet altijd zo gemakkelijk ligt.”

Werkstuk
De jongeren zelf zouden niet zo snel naar hun opa of oma toestappen om te vragen hoe het in de oorlog was. Behalve Marilene. Zij is samen met Heidi bezig met een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog en bevroeg haar opa laatst over zijn tijd in Indonesië. De opa van Jan is niet zo spraakzaam over die periode. „Hij woonde op het platteland. Het enige dat ik weet is dat hij wel eens Duitse auto’s voorbij zag rijden.”

Hoewel boeken over de oorlog alleen door Jan wel eens uit de kast worden gehaald, vinden de jongeren het wel belangrijk om iets over de Tweede Wereldoorlog te weten. Heidi: „Je moet toch weten wat er in die tijd is gebeurd. Je moet er wat van leren. Zeker nu er misschien bijna wel weer een oorlog komt.”