Gepost op

Frederik Bolks uit Nordhorn zoekt zijn vader

Hier in Nordhorn is hij geboren en getogen. Maar hij is, en blijft, Nederlands staatsburger. Zijn grootvader trok begin deze eeuw naar de Duitse textielstad en voorstad van Twente, vlak over de grens bij Oldenzaal. Geboren in de Graafschap Bentheim en goed Alt-Reformiert, volgde vader Heine Bolks de oproep van dominee Frits Slomp, die over de grens fietste om voor de Duitse gereformeerden te preken.Heine Bolks vond de dood als verzetsheld, op 8 maart 1945. Hij was toen 29. Op die dag in maart schoten de Duitsers 49 Nederlanders dood, als vergelding voor de aanslag op Rauter, bij Woeste Hoeve. Van hen waren 48 de dag ervoor Kamp Amersfoort binnengebracht. Ze kwamen uit de gevangenis van Scheveningen. De negenenveertigste was daar al enkele maanden: Heine Bolks.

Zes weken later werd het kamp bevrijd – te laat. De familie in Duitsland zou de vader nooit meer terugzien. De jeugd, en eigenlijk het hele leven, van de vier kinderen werd overschaduwd door het gemis. Frederik Bolks was toen een baby van ??n jaar.Afgelopen maandag vond hij in de archieven van het NIOD een acte uit ’48, van het Afwikkelingsbureau Vught. Daarin staat de naam van zijn vader. Hij was gevangene nr. 10027. Altijd heeft zijn zoon gedacht, dat de executie van juist zijn vader, op dat moment, perverse willekeur was. Snel iemand aanwijzen om een rond getal te krijgen, en daarbij is dan nog een telfout gemaakt. Zo werd het verhaal altijd verteld. Maar nu begint hij weer te twijfelen.

Zat er toch beleid achter? Koos kampcommandant K.P. Berg bewust voor zijn vader? Vanwege diens verzetsdaden? En zo ja, is daarvan dan iets terug te vinden in de justitiële verhoren, die men Berg heeft afgenomen alvorens hem de doodstraf te geven? En kan hij op die manier misschien nog iets zinnigs over het leven en sterven van zijn vader te weten komen? Vragen, vragen, en slapeloze nachten.Nu Frederik Bolks afgekeurd is en met zijn 57 jaar thuiszit, heeft hij veel tijd om na te denken. ,,Mijn moeder bleef alleen met de kinderen achter. De eerste jaren zonder kinderbijslag. Die gaven de Duitsers niet aan zo’n Nederlands gezin. Ze zweeg. Zo lang ze leefde, heeft ze nergens over gepraat. Zij was Duitse van geboorte en aan haar familie had ze niets. Haar eigen broer heeft zich op zijn achttiende bij de Wehrmacht gemeld als vrijwilliger – wellicht bang dat de oorlog al was afgelopen voordat hij had kunnen meedoen. Ze kon dus met niemand praten. Ze was als versteend. Enerzijds haar broer, bij de Wehrmacht, niet meer teruggekomen. Anderzijds haar man, bij het Nederlandse verzet, ook niet meer teruggekomen. Die twee, denk ik weleens – die hebben levenslang gevochten in haar. Ook mijn grootvader zweeg. Kijk. Deze krant, het Salland’s Weekblad van 7 september 1947, kreeg ik pas op zijn sterfbed van hem. Hierin staat het verslag van mijn vaders begrafenis.”

Behalve een uitgebreide preekbespreking van die (her)begrafenis in Heemse en een lofdicht op de verzetsheld, staat er ook in een tussenzinnetje dat Bolks’ ,,vrouw en kinderen helaas niet aanwezig konden zijn vanwege grensmoeilijkheden”.,,Als kind heb ik de gespleten situatie zelf ervaren toen ik naar school ging. Wat moest ik zeggen? Ik was bepaald niet de enige zonder vader. Sterker nog, de meesten hadden geen vader meer. Elke Duitse familie had geliefden verloren; vader, broer of zoon. Velen stierven ergens in Rusland aan het Oostfront. ‘Mein Vater ist gefallen’, zeiden ze. Dat zei ik dan ook maar. Maar ‘gefallen für das Deutsche Vaterland’, d?t was de mijne natuurlijk niet. Dat wist ik als klein kind al wel. Tja. Als je in Nederland woont, is er begrip. Als je vader op zo’n manier gestorven is, sta je automatisch aan de goede kant. Maar dat geldt hier niet! Als ik er nog aan terugdenk… Er was in al die schooljaren maar ??n jongen die tegen mij zei: ‘Ik wou dat ik zo’n vader had gehad als jij.’ Die had vast thuis van z’n ouders gehoord dat hij in het Nederlandse verzet was geweest. Maar er hardop over praten deed niemand.”

Zijn hele arbeidsleven werkte hij voor hetzelfde bedrijf, en in dezelfde werkplaats, als zijn vermoorde vader. ,,Veel Duitse collega’s hadden hem gekend. Maar meer zeiden ze dan ook niet. Alleen maar: ,,Jao, Jao, den haben wir gekannt”. Nooit een slecht woord, dat niet. Maar ook nooit een goed woord. Dat was misschien te pijnlijk voor ze, wanneer ze zelf fout geweest waren. En dan had ik nog vele Nederlanders als collega’s. Pas later drong het tot me door hoe gek het eigenlijk was dat ik gewoon met mijn Nederlandse paspoort de grens over mocht en zij niet. Nu denk ik dat ze in de oorlog fout waren. Daarom waren ze natuurlijk naar Duitsland gekomen.”Frederik Bolks heeft altijd gedacht dat de dikke deken van zwijgzaamheid en schaamte typisch iets van hier was, iets voor de Duitse kant van de grens. Maar nu is hij daar niet meer zo zeker van. ,,Als ik zie hoe het verleden van Kamp Amersfoort pas nu verwerkt wordt, pas na een halve eeuw bespreekbaar wordt en een herdenkingsplek krijgt, dan is er toch niet veel verschil tussen Nederland en Duitsland.”

Zijn vader gaf gehoor aan de oproep van dominee Frits Slomp. Frits de Zwerver riep al begin jaren dertig in de Graafschap (Grafschaft Bentheim) op tot verzet tegen de nazi’s. Later werd hij een van de leiders van de Landelijke Ondergrondse. In 1943 ging Bolks de grens over, dook onder bij Nederlandse familie en ging bij de L.O. Heine ging bij een knokploeg die onderduikers hielp, sabotage pleegde, de Duitsers wapens ontfutselde en droppings organiseerde. Eenmaal sprong hij dwars door een raam, om aan de achtervolgers te ontkomen. Een andere keer verkleedde hij zich als Duits soldaat en praatte zich met zijn vloeiende Duits een wapenmagazijn binnen.

Niemand had argwaan, en met twee geweren kwam hij er weer uit. Zo ging dat. Het zijn heldenverhalen, en een held was hij. Eenmaal een Nederlander, altijd een Nederlander. Het verzet zelf dacht daar soms anders over. Bolks moest in het begin argwaan overwinnen, omdat hij in Duitsland geboren was. Ook kreeg zijn gezin geen levensmiddelen of -bonnen. Zaken waarvoor de Ondergrondse normaal zorg droeg als een echtgenoot in het verzet zat. Nordhorn lag voor het Nederlandse verzet te ver weg, of misschien werd een tochtje over de grens te gevaarlijk gevonden.Na zijn arrestatie op 7 oktober 1944 ging hij naar Kamp Erica bij Ommen. Daar moest hij een nacht in ijskoud water staan – gewond, want in zijn been stak een bajonet. De knokploeg wilde hem later nog bevrijden uit het Huis van Bewaring in Zwolle. Maar de Duitsers waren sneller: hij was al in Kamp Amersfoort. De leden van de verzetsgroep danken hun leven aan het feit dat Heine Bolks niet is doorgeslagen tijdens de verhoren.

,,De heer Weitkamp uit Hardenberg werkte met mijn vader samen, en was een van die mensen. Eindelijk hadden we iemand gevonden die uit de eerste hand over hem kon vertellen. Vijftig jaar hadden we daarop gewacht. Maar twee weken voor onze ontmoeting overleed hij.”Met de zoon van Weitkamp zet Frederik Bolks nu zijn speurtocht voort. Bij herdenkingen deelt hij pamfletten uit met een beknopte levensbeschrijving en een oude pasfoto. Wie iets weet of zich iets herinnert, kan dan met Weitkamp bellen (0523-271562).

Soms is hij zo met ‘die oorlog’ bezig, dat zijn vrouw zich zorgen maakt. ,,Laat het toch een beetje rusten.” Maar dat kan hij niet meer. Dodenherdenkingen zijn belangrijk geworden. Bijvoorbeeld in Heemse. Daar ligt, tegenover het borstbeeld van Frits de Zwerver, een zwerfkei met drie namen erop: Heine Bolks, Pieter Arends, Herman Scheffer. ,,Weet je wat ik mooi vind? Dat ze die kei speciaal van vlakbij de grens vandaan hebben gehaald.”,,Elke vijf jaar is de herdenking in Markelo, waar we naartoe gaan. Op het Overijssels Verzetsmonument daar staat immers de naam van mijn vader. En sinds kort hebben Denekamp en Nordhorn samen een herdenking op 8 mei. Nederlanders en Duitsers samen, op de dag van de Auschwitz-herdenking. De offers wil ik herdenken. Niet de daders. Maar wel de Joden, de verzetshelden, de deserteurs, de slachtoffers. Met medeburgers uit Nordhorn herdenk ik ook de Reichskristallnacht. Die noemen wij nu Reichspogromnacht, omdat ‘Kristall’ te lieflijk klinkt. We houden dan een fakkeloptocht door de stad en staan stil bij de huizen van de verdreven Joden. Soms wonen er mensen die het bezit destijds van de Joden geroofd hebben.”

De nieuwe herdenkingsplek bij Kamp Amersfoort is voor hem belangrijk. ,,Das’t daor lopst, en denkst: hier moet het gebeurd zijn. De schietbaan, het beeld van De Stenen Man. Ik ben daor rustig over, as ik weet: daor is het west. Maar het is wel zo, als je een vraag beantwoord hebt, komt er meteen een nieuwe. Dat wordt met de jaren erger. Misschien ook omdat mijn zoon Frank nu 28 is. Bijna de leeftijd die mijn vader had.”Wat heeft Frederik Bolks overgehouden van zijn bijzondere afkomst, de moeilijke jeugd in Duitsland? Een bevochten geloof, overtuigd Nederlanderschap en gemengde gevoelens . ,,Mijn vader is gevallen voor zijn Nederlandse vaderland en dat moet je herdenken. Hij volgde zijn geweten. Maar hij liet een vrouw en vier kleine kinderen achter. Dat was een zeer hoge prijs.”

Zou hij, als ‘derde generatie Bolks’, ooit Duitser worden? ,,Dat is eenvoudig geen kwestie. En voor mijn kinderen ook niet. Mijn dochter studeert Nederlands. Als het niet hoeft, dan liever niet. Je blijft toch Nederlander. Mijn zus is Duits geworden na haar huwelijk met een Duitser, maar na zijn dood wilde ze per se weer Nederlandse worden. Dat kon niet, zeiden ze. Toen hebben we een brief naar Koningin Beatrix geschreven. Toen kon het wel.”

Bron: 05-05-2000 Nederlands Dagblad