Gepost op

Een glaasje gin in Achterveld

We passeren een boer in ruste die met een motormaaier zijn gazon bewerkt. Hij lijkt erg op Anton Mussert, maar is ook een flinke jongen om te zien, in zijn combi tussen overall en tuinpak. We stellen dus maar geen vraag en beseffen opeens dat wijzelf in de oorlog ook ‘grijs’ zouden zijn geweest. Niet collaborerend zwart, niet heldhaftig wit, maar schaamtevol stil.

We lopen door De Glind; twee basisscholen en een mooie dorpskerk. Een beeld, put en straatnaam herinneren aan ds. Roelof Rudolph (1862-1914) die hier met een tehuis voor kinderen uit moeilijke gezinnen begon. Via de Schoonderbekerweg gaat het naar Achterveld.

Nummer elf is een groot, geheimzinnig huis, waar de witte muur van het balkon een aantal gaten in de vorm van een kruis heeft. Hier wonen Barend de Boom en Jolanda Peters. Hun erf trekt de aandacht. Er staan zeker twaalf stokoude Oost-Europese auto’s. Niet alleen de Trabant 600 (bestelvariant), maar ook nog oudere Trabanten, grote zwarte Tatra’s en zelfs een Gaz, de auto waarin men in de Sovjet-Unie rondreed in de jaren zestig.

Twee keer kapot
,,Barend de Boom werkt zelf ook in een garage”, zegt Theo Jansen, die zeventig is en in Achterveld woont. Hij komt uit een gezin waar moeder voor dertien kinderen moest zorgen, nadat vader vroeg stierf aan kanker. Ze woonden in de buurtschap Kleine Moorst, tussen De Glind en Scherpenzeel.

,,Als kind van vijf werd ik ge?vacueerd naar de Wieringermeer. En pas in 1945 mochten we terug. Maar ik zat daardoor wel zevenenhalf jaar op de St. Jozefsschool.” Het is ??n zin, maar die spreekt boekdelen.

Het gebied waarin we lopen, maakte volop deel uit van de Grebbelinie. Die werd in de achttiende eeuw ontworpen als buffer tegen aanvallen vanuit het oosten op de rijke provincie Holland. In 1926 werd het verdedigingswerk opgeheven, maar tien jaar later met veel ijver weer opgelapt. De Grebbelinie bestaat uit elf ‘kommen’ die van laag naar hoog lopen, van Spakenburg tot aan de Grebbeberg naast Ouwehand’s dierenpark in Rhenen. In de jaren dertig groef men ook het Valleikanaal, dat Eem en Nederrijn verbindt. De ‘kommen’ konden apart onder water worden gezet omdat ze gescheiden werden door ‘keerkades’.

Wij lopen door de vijfde kom, die als eerste werd ge?nundeerd. Dorpjes als Asschat, Leusbroek en Hamersveld verdwenen een tijdlang kopje onder. Dat gebeurde twee keer, in 1940 en 1945, door achtereenvolgens Nederlandse regimenten die de Duitsers wilden tegenhouden en Duitse troepen die verzet boden tegen de opmars van de Princess Patricia Canadian Light Infantry. Ruim veertig boerderijen in dit gebied zijn dan ook twee keer kapotgeschoten of afgebrand. Je kunt het zien aan een ingemetselde steen, waarop 1940 staat, naast een leeuw, zonder kroon en pijlenbundel maar wel omringd door vlammen. De hoeven werden ook twee keer herbouwd, in 1941 door de bezetters, in 1947 door de bevrijders.

Hartverlamming
Achterveld – waar alles St. Jozef heet – was in de oorlog een belangrijke plaats. Op 12 mei 1940 sneuvelden twaalf Nederlandse soldaten van het 1e regiment huzaren toen de Duitse 227e divisie doorbrak naar Terschuur. De gedenkplaat van Engelse steen staat naast die van graniet, gewijd aan de omgekomen burgers in Achterveld.

Dat zijn er 25, relatief veel voor zo’n dorp. Dat komt doordat de Duitsers verzet op de Grebbelinie zwaar straften. Opvallend is de uiteenlopende aard van de sterfgevallen.

Tien mensen, onder wie een jongetje van tien, overleden door granaatscherven of landmijnen aan het eind of na de oorlog. Elf mensen overleden in Duitse concentratiekampen; W?bbelin en Neuengamme. De eerste Achterveldse oorlogsdode was de 57-jarige A. Ossendrijver. Hij kreeg op 10 mei 1940 een hartverlamming, nadat hij het nieuws van de Duitse inval hoorde.

Slechts ??n inwoner werd gefusilleerd door de Duitsers, maar in Leusden trof meer mensen dat lot. Het ging om twee represailles, een bij kasteel Stoutenburg op 29 december 1944 en een andere bij de Asschatterkeerkade op 27 april 1945. Op die dag, om vier uur ‘s middags, dachten de Duitsers dat vanuit de boerderij van de familie Herder op hen werd geschoten. Iedereen moest meteen weg en de hoeve werd in brand gestoken.

Zeventien mensen liepen op straat, begeleid door woedende soldaten van de Wehrmacht. Vier mannen moesten op de dijk stilstaan, de rest moest snel doorlopen. Moeders en kinderen hoorden de schoten waarmee vader of man werden gedood. De groep werd met paard en wagen naar Amersfoort gebracht. Het paard sloeg op hol, de wagen kantelde en een oudere gehandicapte mevrouw raakte daarbij ernstig gewond. Ze stierf op 6 mei.

Voedselconferentie
De nonnen in Huize St. Jozef vierden hun bevrijding precies zestig jaar na de bouw van de instelling. Ze maakten een grot met een Maria-beeld, die er nog is. Voor de Maria-kapel van de grote St. Jozefskerk staat een ontroerend beeldje (uit 1970) van een meisje met een duif in haar hand. ‘Bijna vrij’ heet het, ’28-30 april 1945′.

De data markeren de omslag in het gebied. De grote rooms-katholieke parochiekerk was in 1945 observatiepost. De Canadezen spaarden de toren. Vlak bij de Achterveldse kerk is de voormalige St. Jozefsschool. Nu is het een soort dorpshuis, ‘De Moespot’. Maar op 30 april overlegden Duitsers en geallieerden over voedseldroppings in bezet Nederland.

Het was een bijeenkomst op hoog niveau, in twee sessies, op 28 en 30 april 1945. Het voorstel kwam van de Duitse Reichskommisar in Nederland Seyss-Inquart. Hij wilde afzien van executies en inundaties in West-Nederland en voedseldroppings toestaan, in ruil voor het niet aanvallen van de randstad door de geallieerden. De geallieerden wilden wel een gevechtspauze aangaan, maar meer droppings, met vliegtuigen, maar ook met schepen en vrachtwagens; bovendien moest er worden gepraat over Duitse capitulatie. Seyss-Inquart nam generaal Schwebel mee en zeven hoge Nederlandse ambtenaren, onder wie Hirschfeld en Louwes, die over eten en logistiek gingen. Prins Bernhard kwam bewust met zijn pronkauto, een van Seys-Inquart afgepikte Mercedes. Er waren twee Russische waarnemers en namens de geallieerde bevelhebber Eisenhower zaten generaal Bedell Smith en De Guingand aan, chefstaf van Montgomery. Het leek gezellig; prins Bernhard zorgde voor sloffen sigaretten en een fles gin, de ronde tafel gaf het idee van gelijkwaardigheid. Maar Bedell Smith werd boos toen Seyss-Inquart koppig bleek. ,,Weet u wel dat u hiervoor na de oorlog zult worden opgehangen?” ,,Dat laat me koud”, reageerde de Oostenrijkse nazi-bestuurder. ,,Dat zal het inderdaad”, zei Bedell Smith.

Achterveld boeit. We lopen door, maar zien nog net dat slager Van der Donk behalve eigen worst ook een krop sla en een komkommer aanbiedt voor 1,35. Binnendoor gaat het naar Leusden. Langs de Asschatterkeerkade is het een feest van kazematten en Hollandse bunkers. Net over de brug die de ingang van dit dorp vormt, slaan we linksaf.

De Liniedijk is een onverhard bospad dat sterk heuvelt. Het ligt uitgestrekt langs de oostkant van Leusden. Dat de prachtige route nog bestaat, is te danken aan de buurtbewoners die in 1973 het gemeentelijk bouwplan (de ‘sprong over het Valleikanaal’) tegenhielden. Pal langs de drie meter hoge dijk staan zeven bunkers; de grootste is Duits. Net zo min als de Grebbelinie de opmars van Hitlers troepen kon tegenhouden, bood ze diezelfde troepen vijf jaar later afdoende bescherming. We lopen door de grote groene ruimte die Leusden-Zuid van het centrum scheidt. Dan het bos in onder Amersfoort; de begraafplaats Rusthof, het Russisch ereveld en het Kamp Amersfoort. Dat is precies vandaag 60 jaar geleden bevrijd, pas op 7 mei 1945. Hoe dat kwam? Het is een verhaal apart, dat elders in deze krant staat.

# Traject:

Barneveld (Walderveense Molen) – Kamp Amersfoort, ongeveer 24 kilometer

# Verrassende plek:

De grote rooms-katholieke parochiekerk van Achtervold was in 1945 observatiepost. De Canadezen spaarden de toren.

# Gedachte van de dag:

Journalisten zijn net koeien: herkauwers met overproductie.

Bron Nederlands Dagblad