Gepost op

De tijd in Indië had ik niet willen missen

De afgelopen tien jaar heeft ze als veteraan elke keer meegelopen in het defil? in Wageningen. Bij begrafenissen van leden van het Koninklijk Huis stond zij steevast langs de route. En morgen is Francine Cools-Van Straten uit Uden opnieuw van de partij in Den Haag tijdens de Nederlandse Veteranendag. Ze is 83 jaar oud en nog erg vitaal. Pas vorig jaar is ze gestopt met linedance. Om haar eigen woorden te gebruiken: „Ik mankeer nog niets.“

Zestig jaar geleden, op 23-jarige leeftijd werd ze als vrijwilligster bij de kort daarvoor opgerichte Marine Vrouwenafdeling (Marva) naar het oorlogsgebied in Indië uitgezonden. Ze had zichzelf daarvoor opgegeven en ze begrijpt nog niet ’dat haar moeder haar heeft laten gaan’. „Ik was 17 toen de oorlog uitbrak en 22 toen die voorbij was. Uitgaan was er in die tijd niet bij. We hadden in Amsterdam de hongerwinter meegemaakt. Ik wilde er wel eens uit en had genoeg van Nederland.“

Vier dagen
Met een viermotorig KLM-vliegtuig dat er met tussenlandingen in Rome, Caïro, Basra, Karachi, Calcutta en Singapore vier dagen over deed om van Amsterdam in Batavia te komen vloog ze naar Indië. Daar maakte Francine Cools-Van Straten de eerste politionele actie mee, een mooi woord voor oorlog om in Nederlands-Indië orde, rust en het gezag van de Nederlandse regering te herstellen. De ongeveer 175 Nederlandse vrouwen op de totale Nederlandse troepenmacht van ongeveer 100.000 man waren gehuisvest in Batavia en Soerabaja.
Francine: „Veel vrouwen zaten bij de verbindingsdienst, in een administratieve functie, als telefoniste, telexiste, bij het marinepostkantoor of ze werkten als tandarts- of doktersassistente. We sliepen met zijn zessen op een kamer in het Marvahuis in Batavia. De onderlinge band was heel sterk. Je kon niet terugvallen op familieleden of kennissen. We hoefden niet zoals de jongens te vechten maar zaten wel in gevaarlijk gebied. Maar terugkijkend zeg ik dat ik daar de tijd van mijn leven heb gehad. Ik ben er volwassen geworden. In Indië besefte ik dat er meer in de wereld is.“

Als secretaresse van de stafofficier codedienst moest de Marva 1e klas Fransje van Straten onder meer schuilnamen verzinnen voor schepen en havens. „Het Indonesische republikeinse leger TNI luisterde de telefoon af. Ze mochten niet weten welk schip in welke haven binnen was.“ Hoewel er sprake was van een oorlogssituatie was het in Batavia betrekkelijk veilig. Bij de politionele acties in Indië zijn ruim 6000 Nederlandse militairen gesneuveld. „Je werd iedere keer met de gevaren geconfronteerd. Ik kreeg op een gegeven moment ook bericht dat een jongen die me wel eens opzocht om koffie te drinken was gesneuveld.“

De Marva’s mochten niet zomaar ergens naar toe, „maar we hebben toch veel gezien“, vertelt de Indië-veterane. „Natuurlijk waren er ook contacten met de jongens die vochten. Die vonden het heerlijk om een keer met een Hollands meisje te praten. Er waren ook ontspanningsavonden. De jongens wilden dan dansen maar onze commandant zei altijd: ik kan geen tien meisjes verdelen over 300 jongens.“

Heimwee naar Indië
Na tweeëneenhalf jaar kwam voor Marva Fransje van Straten een einde aan het verblijf in Indië. Met het passagiersschip de Willem Ruys voer ze terug naar Nederland. „Heimwee naar Holland had ik niet, eerder heimwee naar Indië. Bij Hoek van Holland dacht ik: ik ga de boot niet af.“
Terug in Nederland had ze er geen zin meer in ’om voor alle gouden strepen’ van hoger geplaatsten bij de krijgsmacht in de houding te staan. Ze zwaaide af bij de Marva, was restaurantcassière bij chique Amsterdamse hotels en belandde 35 jaar geleden met haar inmiddels overleden man die wijnadviseur was in Brabant.
Ze is nooit meer terug geweest in Indonesië. Francine Cools- Van Stralen: „Je vindt toch niet meer terug zoals het was. Batavia ken ik nog als een villadorp, een beetje vergelijkbaar met Bussum of Hilversum. Nu is Djakarta (het vroegere Batavia) uitgegroeid tot een wereldstad. Maar de band met de vijf andere Marva’s die met me naar Indië gingen is nog heel hecht, al zijn ze niet allemaal zo gezond meer.“

De feiten
Op het Malieveld in Den Haag en andere delen van de Haagse binnenstad wordt morgen voor de tweede maal een manifestatie gehouden in het kader van de Nederlandse Veteranendag.
Ruim drieduizend veteranen en actief dienende militairen nemen deel aan een defil?. Tijdens het defil? vliegen talloze vliegtuigen over de Hofvijver.
Veteranen en schoolkinderen reiken medailles uit aan net van missies in het buitenland teruggekeerde militairen. Het motto van de Veteranendag is dit jaar ’Praat eens met een veteraan’.
De Veteranendag is een eerbetoon aan Nederlandse militairen die vanaf de Tweede Wereldoorlog of daarna in het voormalige Nederlands-Indië, Korea of Nieuw-Guinea zijn ingezet in oorlogssituaties of bij vredesmissies (zoals Libanon, Cambodja, Bosnië, Afghanistan en Irak).
Ook vaarplichtig koopvaardijpersoneel uit de Tweede Wereldoorlog wordt tot de veteranen gerekend. Nederland telt 140.000 veteranen, jong en oud. De groep jonge veteranen (nu 50.000) groeit snel.
Voor zorg- en hulpverlening kunnen veteranen terecht bij het Veteraneninstituut. Soms leidt een militaire uitzending pas jaren later tot psychische en lichamelijke klachten en sociale problemen.

bron: www.brabantsdagblad.nl