Gepost op

De hond die een jappenkamp als krijgsgevangene overleefde

Hondenliefhebbers weten het best dat er vaak geen betere makker en metgezel is dan hun viervoeter. Iedereen kent wel het hondje van Willem van Oranje waarvan de legende vermeldt dat het na het overlijden van zijn baas van verdriet doodging.

De hond op het praalgraf van de prins in Delft staat symbool voor de trouw van de prins aan zijn volk en de trouw van het volk aan Oranje.

Al sinds de oudheid staan honden voor trouw, waakzaamheid en vriendschap. Verhalen over hondentrouw tot in de dood spreken tot de verbeelding. Je hoeft maar aan Snuf de hond te denken of de fantasie gaat met je op de loop. In heel de geschiedenis werden honden ingezet bij krijgshandelingen. Bij bijna elk militair treffen waren honden aanwezig, soms zelfs prominent – de bostonterriër in de Amerikaanse Burgeroorlog, de dobermanns en de Duitse herders in de Eerste Wereldoorlog. Ook in de Tweede Wereldoorlog verrichtten honden wapenfeiten: ze werden gebruikt als verkenner, koerier of mijnenhond. Veel honden gedroegen zich bij gevechten zeer heldhaftig. Ze werden bijna als mens gezien en kregen medailles en oorkondes. Robert Weintraub beschreef het waargebeurde en unieke verhaal van de hond die een jappenkamp als krijgsgevangene overleefde en andere gevangenen de moed gaf om de verschrikkingen te doorstaan. Ze heette Judy en was een Engelse pointer – een bekend jachthondenras.

Dodenspoorweg

Weintraub schrijft in zijn dankwoord dat hij in de zomer van 2013 een paar regels tegenkwam over een hond die in de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen was gemaakt. Hij ging op zoek naar meer informatie en kwam bij insiders terecht die hem hielpen. Een van hen was de Nederlander Henk Hovinga, die onder andere met ”Op dood spoor” het onthutsende verhaal schreef van de dodenspoorweg door het oerwoud: de Pakan-Baroespoorweg.

Weintraub sprak vervolgens talloze amateur- en professionele historici, dook in archieven en raadpleegde musea, sprak tijdgenoten en overlevenden van de jappenkampen. Er was al eerder, in 1973, een boek verschenen over de hond, ”The Judy Story”, en in 2006 vormde Judy zelfs het middelpunt van een tentoonstelling in het Imperial War Museum over moedige dieren in oorlogstijd. The Times berichtte in 1972 over een nationaal eerbetoon aan de oorlogsdoden toen de naam van de pointer werd voorgelezen en de kerkklokken beierden om haar te eren.

Beeld completer

Het is de verdienste van Weintraub dat hij een intrigerend boek schreef over de pointer die op veel mensen echt een onvergetelijke indruk maakte vanwege haar moed en dienstbaarheid in tijden van de ergste oorlogsverschrikkingen. In 2015 verscheen het onder de titel ”No Better Friend”, en nu is het in een vertaling van Janet Limonard-Harkink en Brenda Mudde bij uitgeverij Karakter uitgegeven. Weintraub vertelt niet alleen het verhaal van de enige hond die in de Tweede Wereldoorlog de status van krijgsgevangene kreeg, maar ook nog eens ervaringen van al die krijgsgevangenen in Zuidoost-Azië.

Het begint in september 1936 als twee Britse zeelui in Sjanghai op zoek gaan naar een hond. Al snel gaat Judy (afgeleid van haar Chinese voornaam Shudi, wat vreedzame betekent) aan boord van de Gnat, een Engelse kanonneerboot die op de Jangtze vaart. Ze wordt daar de mascotte van de lui aan boord en de lezer komt zo ook veel te weten over de aanwezigheid van de Britten in China en de komst van de Japanners daar. Vanwege de internationale oorlogsdreiging reist Judy, nu niet meer op de Gnat maar op de Grasshopper, naar Hongkong en Singapore. De auteur praat intussen de lezer bij over de oorlogsontwikkelingen in het Verre Oosten.

Tempel

Na een paar andere eigenaren wordt de jonge Frank Williams het baasje van Judy. Van Singapore vluchten ze naar Sumatra. Het boek verhaalt over de gruwelen die de Japanners in het Oosten aanrichten – in Gloegoer verrichten de gevangenen dwangarbeid en bouwen ze een tempel. Met een zogenaamd helleschip varen ze naar Pakan Baroe, waar ze moeten bouwen aan een spoorlijn die, in tegenstelling tot de Birmaspoorweg, geen lang leven beschoren zal zijn.

De omstandigheden waaronder de gevangen Nederlanders, Britten, Australiërs verkeren zijn mensonterend en gruwelijk. De lezer krijgt te maken met een ruig verhaal waarbij hij continu naar adem zal happen. Samen met Nederlandse, Engelse en Amerikaanse gevangenen wordt Judy blootgesteld aan ongekende wreedheden, tropische ziektes en ondraaglijke hitte waardoor velen omkomen. Maar de band die de soldaten met Judy krijgen, geeft hun kracht om dit alles te doorstaan. Ze proberen allemaal Judy ongehavend door de ontberingen te loodsen en vergeten daarbij hun eigen leed.

Overal in het boek traceert Weintraub Judy: de hond redt met gevaar voor eigen leven talloze gevangenen. Williams weet van de Japanse bewaker Banno voor elkaar te krijgen dat de hond de officiële status van krijgsgevangene krijgt.

Uiteindelijk overleven Williams en Judy de oorlog, ze schepen zich in naar het Verenigd Koninkrijk. Williams moet daar zo goed en zo kwaad als het gaat het gewone leven weer oppakken, maar kampt met angsten. De diagnose posttraumatische stressstoornis wordt in die tijd nauwelijks gesteld bij mensen als Williams, en voor trauma’s bij honden is al helemaal geen aandacht. Ook wordt de ellende die de teruggekeerde veteranen in het Verre Oosten hebben meegemaakt, genegeerd en weggepoetst – die valt als het ware in het niet bij de Holocaust in Europa.

Gedesillusioneerd

Ten einde raad gaat een gedesillusioneerde Williams met zijn Judy naar Tanzania, toen nog een Britse kolonie. Hij wordt belast met het zaaien en oogsten van enkele grote pinda-arealen. De twee zijn weer snel gewend aan het leven in de wildernis. In Tanzania leeft Judy weer op met de jacht op slangen, apen en olifanten. Op 17 februari 1950 gaat de hond dood, ze is dan 14 jaar, wat vergelijkbaar is met 98 mensenjaren. Williams maakt een graf met een monument en een lange tekst ter nagedachtenis van Judy, die „in haar korte leven velen die zonder haar voorbeeld en standvastigheid hun beproevingen niet hadden doorstaan, inspireerde tot moed, hoop en levenswil.”

Boekgegevens

”Geen betere vriend”, Robert Weintraub; uitg. Karakter, Uithoorn, 2017; ISBN 978 90 452 1431 3; 424 blz. (met fotokatern); € 24,99.

Bron: Reformatorisch Dagblad