Gepost op

?De achterdeur stond altijd open?

Keizersgracht 493 is een van de vele huizen die langs het water in het gelid staan. Het smal ogende pand, niet ver van het Anne Frankhuis, heeft een ongekende diepte, met een drie etages tellend achterhuis. De vele ruimtes achter de gevel boden in de oorlog plaats aan een keur van illegale activiteiten en onderduikers.

Het pand was in handen van uitgever Van Bottenburg, toentertijd een begrip in de gereformeerde wereld. Hij dirigeerde er in oorlogstijd het werk van zijn verzetsgroep. Ook het drukken van verzetskrant Trouw vond er plaats. Vandaag de dag herbergt het pand nog steeds onderduikers. In het officieel leegstaande pand huizen illegale Oost-Europeanen, om wildkraak tegen te gaan.

Een van de onderduikers van destijds was prof. dr. G. Kuijpers (81), emeritus hoogleraar politicologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. De jonge Gijs Kuijpers gaf er sinds juli 1944 leiding aan de zogeheten Luisterpost. Die zorgde voor het noteren van de letterlijke tekst van belangrijke toespraken voor Radio Oranje, zoals die van Churchill en koningin Wilhelmina. Ook redigeerde ze de gestencilde bulletins van Trouw, die aan het eind van de oorlog dagelijks verschenen. Een taak die steeds belangrijker werd naarmate de oorlog voortduurde, en de mensen na het uitvallen van de elektriciteit zelf geen radio meer konden luisteren.

Kuijpers herinnert zich Van Bottenburg nog goed. „Een fantastische man die veel in het verzet deed, al wist niemand precies wat.” Dat laatste bleek op een avond toen de uitgever kwam aankondigen dat iedereen die nacht het pand uit moest. Kuijpers: „Er zou iemand worden verhoord. We vonden het niet zo leuk, maar vragen stellen deed je in die tijd niet. Toen zijn we maar een nachtje thuis gaan slapen.”

De laatste eigenaar van het pand is antiquaar Ton Bolland. Hij nam de uitgeverij en het antiquariaat in 1969 over van het kinderloze echtpaar Van Bottenburg en bleef in het pand gehuisvest tot zijn vertrek in 2002. Van de weduwe Van Bottenburg hoorde hij dat in die bewuste nacht iemand uit de verzetsgroep van Van Bottenburg is verhoord, die kort daarvoor als spion was ontmaskerd. „De man is nog dezelfde nacht doodgeschoten.”

Het voorval was voor Kuijpers en zijn groep geen aanleiding om te verhuizen. Dat lag anders toen in oktober 1944 zijn goede vriend Jan Goldschmeding werd opgepakt, die ook bij Trouw werkte. Kuijpers: „Ons beleid was in zo’n geval: onmiddellijk wegwezen.” Dat gebeurde ook. Het bleek geen overbodige voorzorg. Goldschmeding is twee weken later in Wormerveer gefusilleerd. Ook Van Bottenburg is in de nadagen van ’44 opgepakt, toen zijn verzetsgroep alsnog werd verraden. Hij werd gedeporteerd, maar overleefde de concentratiekampen.

Bolland noemt de locatie van het huis aan de Keizersgracht „ideaal voor het verzet.” „Het was er een komen en gaan van mensen, wat extra inloop viel dus niet op.” Ook de buurt werkte mee, iedereen was ”goed”. Bolland: „De bewoners rondom lieten altijd de achterdeur openstaan. Het is regelmatig gebeurd dat verzetsmensen bij alarm via de daken en de huizen van de achterliggende Keizersgracht zijn weggekomen.

Lang heeft het verblijf van de Luisterpost aan de Prinsengracht niet geduurd. Na het oppakken van Goldschmeding vertrok de groep -die behalve Gijs en zijn jongere broer Jan bestond uit diens klasgenoot Jacques van Wesep en Francien van der Blom- naar een locatie aan de Prins Hendrikkade. Kuijpers: „Die hadden we al achter de hand.” Maar ook daar moest de groep na drie maanden vertrekken, naar zuivelbedrijf Zaanlandia aan de Herengracht.

Het abrupte verhuizen werd vergemakkelijkt door de gedeeltelijk valse identiteit van de Luisterpost-leden. Kuijpers: „Iedereen van ons liep in die tijd met rare papieren. Volgens de mijne was ik van de zogenaamde vereniging voor loondorsers. Dat goldt als voedselvoorziening, en dan was je vrijgesteld.”

Hoe fijnmazig het verzetsnetwerk was, bleek in de hongerwinter. De Luisterpost, die behalve Gijs’ jongere broer Jan bestond uit diens klasgenoot Jacques van Wesep en Francien van der Blom, kon gewoon doorgaan dankzij het ”Natura-apparaat”: Verzetsmensen die onderduikers van eten voorzagen. Kuijpers: „We hebben die maanden geleefd op een zak havermout. En af en toe wat appelen.” Kuijpers zegt nog met warme gevoelens terug te denken aan zowel Van Bottenburg als de eigenaars van de twee andere adressen die door de Luisterpost zijn bezet. „Hun volstrekte onbaatzuchtigheid is achteraf bezien verbazingwekkend. Betaalden wij wel de huur? Ik weet het niet meer. Het kan best zijn van niet.”

De onderduikadressen bleken bovendien prima dekmantels voor het eigenlijke werk dat er gebeurde. Kuijpers: „Het maken van de dagelijkse Trouw-bulletins werd ’s morgens om vijf uur afgesloten, waarna Francien de tekst direct na spertijd afleverde bij een aantal stencilposten. Vervolgens kregen we om een uur of elf bezoek van een kennis van meneer De Wilde, van ons toenmalige onderduikadres. Die kwam ons dan trots de nieuwste editie van Trouw brengen, om ons te plezieren. Hij hield ons voor gewone onderduikers.”

Dit is de laatste aflevering in een vijfdelige serie over bijna vergeten onderduikadressen uit de Tweede Wereldoorlog.