Gepost op

D-Day en daarna!

Op woensdag 28 mei vertrok er weer een bus vol met geïnteresseerden richting Normandië.
De eerste opstapplaats is Oosterbeek en daarna halen we nog mensen op in Eindhoven en Maastricht. Als de bus geheel vol is, gaat de reis naar Bayeux in Normandië, waar wij gedurende 3 dagen zullen worden ingelicht over wat er vanaf 6 juni 1944 hier heeft plaatsgevonden.

Na het passeren van de grens worden wij voorgesteld aan de mensen die ons gaan begeleiden, dit zijn Wybo Boersma, Jacques Haegens, als gids en Arno, onze chauffeur.
Na het doornemen van de huisregels begint Jacques ons in te lichten over wat er allemaal voor D-Day moest worden georganiseerd om tot een geslaagde invasie te komen.
Wij zullen de aankomende drie dagen dwars door het gebied trekken waar de invasie heeft plaatsgevonden, dit zal dan zijn over de aanvalsstranden en het achterland tot aan de Falaise Pocket.
Om hier enig inzicht in te krijgen houden Jacques en Wybo diverse toespraken en deze worden begeleid met enkele videobanden met daarop authentiek filmmateriaal.

Al snel weet iedereen dat dit niet een vakantiereis is, maar wel een reis die je niet snel zal vergeten. Omstreek 20:00 uur komen wij in Bayeux aan bij Hotel Campanile waar, na het verdelen van de kamersleutels, wordt begonnen met het diner.
Na het diner wordt er nog onder genot van een drankje gesproken over wat wij deze dag te horen hebben gekregen en wat ons nog te wachten zal staan
Omdat de volgende dag een zeer lange dag gaat worden wordt het deze avond niet zo laat want morgenvroeg zal bij de meeste mensen al vroeg de wekker gaan aflopen want wij zullen om 08:00 uur vertrekken met de bus.

Donderdag 29 mei.

Omstreeks 08:00 uur vertrekken wij met de bus richting Arromanches.
Hier gaan we vanaf de hoge kust de restanten bezichtigen van de kunstmatige haven. Deze haven is geheel in Engeland gebouwd en kreeg de codenaam Mulberry.

De restanten van de kunstmatige haven in Arromanches zijn nog steeds goed te zien.

Volgens Generaal Eisenhouwer kon operatie Overlord wat de overtocht vanuit Engeland naar Frankrijk inhield nooit slagen zonder deze havens. Als je op de hoge kust staat, zie je de overblijfselen na bijna 60 jaar nog steeds liggen.
Wanneer je de foto’s van toen erbij haalt, is het ongelofelijk van wat er toen gepresteerd is. Na het bekijken van de overblijfselen lopen we naar beneden naar het stadje Arromanches, waar wij het museum bekijken.
In dit museum krijg je een zeer duidelijk overzicht via maquettes en diorama’s van hoe men toen de haven heeft opgezet. Nadat de films zijn bekeken is er nog even tijd om de eerste souvenirs en eventueel boeken te kopen.
Er zijn nog een aantal mensen die het strand oplopen om daar ook nog te kijken naar de overblijfselen. Na iedereen verzameld te hebben vertrekken we naar de kustbatterij Longues sur Mer. Dit is de best bewaard gebleven Duitse batterij met 4 stukken en een waarnemingsbunker.
Deze waarnemingsbunker komt ook terug in de film “The Longest Day”.
Er worden hier heel veel foto’s genomen want voor iedereen is deze plek zeer herkenbaar.

Hierna vertrekken we naar het Amerikaanse kerkhof  “St. Laurent”. Deze begraafplaats is 70 hectare groot en is een van de veertien permanente begraafplaatsen van Wereldoorlog II, die aangelegd zijn op vreemde bodem.
Als je over deze begraafplaats loopt en je denkt terug aan de zware gevechten die door deze mannen zijn geleverd wordt je wel heel erg stil.
Deze begraafplaats komt ook terug in de film “Saving Private Ryan.” Nadat iedereen deze begraafplaats heeft verlaten vertrekken we naar Pointe du Hoc via exit D1.

Hier werden hevige gevechten gevoerd door de Rangers tegen de Duitse verdediger. Na een bomaanval en het geschut van de schepen kunnen de Rangers de steile wand met hun toch beklimmen.
Bovenaan gekomen blijkt dat de geschutsemplacementen leeg te zijn. Helaas mag men niet meer bij de voorste uitkijkpost komen i.v.m. instortingsgevaar. Als je over de wand kijkt, begrijp je niet hoe de mannen boven zijn gekomen.
Wanneer je door dit gebied loopt lijkt is het net een maanlandschap met grote kraters. Hier worden wederom veel foto’s gemaakt.

Na een broodje en wat drinken vertrekken we via St. Marie du Mont, Utah Beach en het monument van generaal Leclerc naar St. Mere-Eglise. Hier aangekomen bekijken we natuurlijk het plein met de kerk waar nog steeds een parachutist (nu een pop) hangt. In de kerk is er een glas in lood raam wat na de oorlog is aangeboden door de veteranen.
Niet ver van het plein ligt het museum. Dit is zeer interessant, want het ene deel van het museum is rondom een Glider gebouwd en het andere deel rondom een Dakota.
Je kan dwars door de glider lopen waar men met behulp van poppen een juist beeld geeft van de omstandigheden waarin men vloog.
Nadat iedereen alles heeft bekeken is er nog even tijd om een “klein” biertje te drinken waar de meesten ook gebruik van maken. Als iedereen zijn glas leeg heeft gaan we weer op pad.

We gaan nu naar Iron Mike het standbeeld wat staat op de dropzone van de US 82e luchtlandingsdivisie. Hier staat een grote overzichtstafel , die weergeeft, met de uitleg van Jacques, wat voor verschrikkingen hier zich hebben afgespeeld. De Duitsers hebben hier veel geallieerden afgeslacht. Daar het terrein onderwater stond, verdronken veel soldaten door de te zware bepakking.
In het boek “Mijn langste nacht” wordt het relaas geschreven van een spoorwegman die met zijn boot vele mannen zowel dood als levend uit dit gebied heeft opgehaald. Tevens haalde hij diverse containers materiaal op. Een geluk bij een ongeluk was dat zijn huis als een richtpunt werd gebruikt daar het door een brand in de haard het dak in brand was gevlogen.

Als laatste rijden we nog naar de Duitse begraafplaats “ La Cambe”, wat eerst een Amerikaanse begraafplaats was. Pas in 1966 werd dit een Duitse begraafplaats nadat De Gaulle en Adenauer zich hiervoor hadden ingespannen. Het enige waar men rekening mee moest houden was dat het geen begraafplaats werd waarop de overlevenden werden geëerd. Hierdoor staat er nergens een kruis maar liggen er plaquettes.
Op deze begraafplaats ligt o.a. Michael Wittmann begraven. Wittmann is een hoog onderscheiden Duitse tankofficier. Na een kort bezoek aan het infocentrum is het tijd voor de terugreis naar Bayeux.
Nadat iedereen zich had opgefrist, was iedereen weer tijd om aan het diner aan te schuiven. Na het diner was het nog even napraten op het terras onder het genot van een drankje en nam een na de ander afscheid om in zijn bed te kruipen.

Vrijdag 30 mei.

Vandaag staat er een kortere dag dan gisteren op het programma.We gaan deze dag ons bezig houden met de Brits-Canadese sector.
Als eerste rijden we naar de Duitse kustbatterij bij Merville. Omdat tijdens de 50 jarige herdenking het hier enorm is opgeknapt is er nu een soort museum van gemaakt. Helaas is het hier niet beter op geworden.
De bunkers geven meer informatie dan de stukken die er omheen zijn geplaatst, want enkele horen hier gewoon niet te staan.
Na de toelichting van Jacques vertrekken we omstreeks 09:30 uur richting Ranville.

We rijden via het Caen Kanaal en de rivier de Orne dwars door de verdedigingslinie. Het is hier een enorm drassig gebied omgeven door hoger gelegen gronden. Doordat de Duitsers dit gebied ook onder water hadden gezet zijn hier vele soldaten verdronken vlak na de landing.
De enorme bagage, die zij meenamen tijdens de sprong, was hier debet aan.
Het valt dan ook op dat er in dit gebied vele straten zijn die in verbinding staan met de gebeurtenissen van de Airborne soldaten. Waar je dan ook kijkt je ziet hier vele gedenktekens en monumenten staan.

De begraafplaats Ranville met hoofdzakelijk Britse soldaten.
Het kerkje in Ranville was voor de militairen na hun landing het richtpunt en het verzamelpunt. Nu we hier aangekomen zijn bekijken we het en lopen over de begraafplaats. Hier ligt de eerste soldaat begraven die gesneuveld is op D-Day dit is peletonscommandant Luitenant D.Brotheridge. Zijn graf wordt verzorgd door de eigenaresse van caf? Gondree.

We stappen allemaal in de bus en vertrekken naar de Pegasus Bridge. De brug heeft zijn naam pas na de landing van 6 juni 1944 gekregen.

Wanneer we bij de Pegasus Bridge zijn aangekomen is het zeer goed te zien dat er hier door de piloten van de gliders een perfecte landing is gemaakt. Om zo dicht bij de brug te kunnen landen is veel vakmanschap vereist.
De brug die je hier ziet is een vrijwel perfecte copie want het orgineel is in 1993 afgebroken en verplaatst naar het museum wat hier vlakbij ligt. Het is een iets grote exemplaar, doordat de weg verbreed moest worden.

Op het weggetje waar de gliders vlakbij zijn geland staan meerdere monumentjes en een borstbeeld van Major John Howard die met zijn mannen het voor elkaar kreeg om de opdracht om de twee bruggen die hij moest veroveren binnen een kwartier onbeschadigd te klaren.

Als je hier staat dan kijk je zo naar de overkant naar het caf? van de familie Gondree. Het caf? is een echt museum geworden en hier hangt het vol met foto’s, dankbetuigingen en attributen. Inmiddels wordt het caf? gerund door Madame Arlette,zij was ongeveer 4 jaar oud toen de gliders hier landen. Het caf? werd gebruikt als onderdak voor de gewonden waar zij dan ook verzorgd werden.

Het monument voor John Howard Pegasus Bridge
Na een uitleg over de gebeurtenissen gaan we naar het museum. Hier ligt ook de originele brug op het buitenterrein.
Verder is het een mooi museum met een goed overzicht en duidelijk weergegeven. Na nog een klein drankje en een stokbroodje en genietend van het mooie weer gaan we op weg naar Sword.

Op de weg die wij nu berijden is bijna niets meer te vinden uit die tijd. Er staat heel veel nieuwbouw en de restanten die er nog zijn,zijn vaak gebruikt als musea. Onderweg komen we het casino van Quistreham tegen wat geheel nieuw is opgebouwd.
We rijden langs het museum van Kiefer en we werpen een blik vanuit de bus op de grote uitzichttoren van dit gebied. We rijden nu via het dorp van Colleville naar het standbeeld van Montgommery (Monty).

Onderweg naar La Breche krijgen we informatie over het Nederlandse schip de Sumatra, dat hier voor de kust als golfbreker afgezonken is.
Tijdens een korte pauze stappen we hier nog even over het strand. En, zoals we al eerder vertelden, ziet het er hier weer fantastisch uit met een schoon strand en een eerbiedige rust om je heen.

Nu iedereen weer is ingestapt gaan we onderweg naar Luc-sur-Mer. Helaas moeten we hier wederom via de binnenwegen naartoe en kan het niet via de kust. We rijden nu tussen het gebied tussen Sword en Juno, als je ziet wat voor afstanden hier afgelegd zijn is alles ongelofelijk.
Een aantal plaatsen op een gebied van 100 kilometer waardoor later geheel Europa bevrijd zal worden. Tussen de twee stranden ligt een strook van 6 kilometer met grote rotspartijen. Hier kon absoluut niet geland worden omdat de landingschepen lek konden slaan.
Onderweg komen we vele monumenten en plaquettes en bunkers tegen. Helaas moeten we weer de kustweg verlaten, dit komt heel vaak voor, omdat door het toerisme, af en toe de Fransen met kermissen of attracties enigszins zijn doorgeslagen.

Via het Canadese aanvalsgebied van St. Aubin-sur-Mer rijden we naar Courseulles. Hier ligt het aanvalsstrand Juno. De mannen die hier zijn geland wilden wraak nemen op de nederlaag bij de eerdere landing van Dieppe. Dit lukte aardig want men heeft hier aardig huis gehouden onder de Duitsers. Nadat de landingen kwamen al de kopstukken hier aan land zoals: Churchill, Montgommery, De Gaulle en George V.
Wij stoppen hier ook en hier staat dan ook een van de meest gefotografeerde tanks van Normandie.

In de omgeving staan nog veel meer monumenten voor de Gaulle. Het is namelijk zijn startpunt geweest op de weg naar Bayeux, ,alwaar hij zijn eerste toespraak hield bij terugkomst in zijn vaderland. Je kan hier via de pier een eind de zee inlopen waar je dan wederom een prachtige uitkijk hebt over de zee en de kustlijn.

We vertrekken nu naar het strand Gold.
Hier staat een leuke 360 graden bioscoop, waarin je je tijdelijk in een tank, vliegtuig of landingsboot waant. Ook hier ziet het strand er mooi uit.

Vertrek naar Bayeux voor een lange vrije avond.
Onderweg houd Jacques zijn verhaal over de stranden die we vandaag en gisteren hebben bezocht. Verder legt hij uit wat de dagen na de landing geschiedde in de omgeving.

Aankomst Bayeux, we besluiten om op een of ander terras te gaan genieten van een lekker biertje. We hebben dit na de afgelopen dagen wel verdiend. Om 19:30 uur moeten we wel weer in het hotel zijn voor het diner, maar dat vergeten we heus niet.
Er zijn nog steeds veel gesprekken over de indrukken die we de vorige dagen hebben opgedaan. Na het eten gaan we nog even aan de koffie achter op het terras bij het hotel. Na een gezellig onderonsje besluiten we maar weer eens om naar bed te gaan.

Zaterdag 31 mei 2003.

Het is de bedoeling dat we om 08:45 uur bij het Musee Memorial de la Bataille de Normandie zijn. Het museum staat barstensvol met spullen en aan de buitenkant kan je niet zien hoe groot het is. We krijgen tijdens ons bezoek een film te zien wat wel een aanrader is.  Tevens staat er een gigantisch mooi diorama van de Falaise Pocket.  We gaan nu met de bus naar Tourville, naar het monument van de Schotse divisie.

Op 8 en 9 juni werd het Duitse hoofdkwartier gebombardeerd, men wist namelijk dat hier een grote staf zat. De Duitsers vertelden na het bombardement dat het hoofdkwartier volledig "Ausradiert" was.  De Engelsen hadden de Enigma in handen gekregen en wisten de geheime boodschappen te decoderen.  Hierdoor maakten zij voor het bombardement een schijnbeweging door opvallend het aanvalsgebied te fotograferen.  Er is in totaal 5 keer geprobeerd om Caen te bereiken maar de twee Duitse divisies die hier lagen hielden 5 Britse divisies tegen.

We bezichtigen het schitterende monument van de Schotten. Hier zitten plaquettes op waarop staat dat deze mannen zelfs in Blerick (Limburg) hebben gevochten.

Cote 112
We rijden nu door de Corridor naar Cote 112.
De betekenis van Cote 112 is dat het 112 meter boven de zeespiegel ligt.  Het is hier een enorm vlak terrein, dat uitstekend is voor de tanks.
In het gebied Esquay is er enorm gebombardeerd door vliegtuigen en door scheepsgeschut.  Bij het monument aangekomen staat er wederom een grote uitlegtafel.  Rechts van het monument ligt het bos “met de halve bomen” hier lag het Duitse hoofdkwartier.  Cote 112 was enorm belangrijk, want dit was de weg die naar Caen zou leiden.  Het gebied, waarin hier gevochten werd, had voor 4 weken een stabiel front.
En dan te bedenken dat de gevechten wel 6 weken duurden.

We vertrekken bij het monument en gaan ons nu verdiepen in de Falaise Pocket. In dit gehele gebied staan bijna allemaal nieuwe huizen want de bombardementen hebben dit gehele gebied platgelegd. Wat mij opviel was dan ook dat er in de landbouwgrond ontzettend veel puin zit.
We gaan weer eens over onze inmiddels bekende rivier de Orne.

In de pocket zijn er vreselijke dingen gebeurd, er zijn hier twee Duitse legers uitgeschakeld en grotendeels vernietigd.  De slag om Normandië wordt hier beslist, maar helaas is er in de geschiedschrijving hier weinig aandacht aan besteedt.
Er zijn diverse correspondenten naderhand door de hals getrokken, deze belevenis zal altijd in hun herinnering blijven bestaan.  Overal waar zij kijken staan kapotte tanks, voertuigen of liggen er dode mensen en paarden. De geur van het rottend vlees ruiken zelfs de piloten die overvliegen, en bij iedere gedachte aan deze veldslag komt de geur in hun neus weer terug. In deze omgeving zijn vele militaire begraafplaatsen. We gaan nu naar de Poolse verzamelbegraafplaats waar alle slachtoffers liggen uit geheel Frankrijk.  Tijdens de rit rijden we langs de boerderij waar Wittmann in 1983 is gevonden.

Aankomst Poolse begraafplaats.
Deze begraafplaats is ver na de oorlog pas geheel opgeknapt. Helaas doordat Polen eerst tot het oostblok behoorde was er weinig geld om de begraafplaats bij te kunnen houden.

We gaan nu onderweg naar de Kerk van St. Lambert-Sur-Dives.

Nu we door dit gebied rijden en je weet wat hier is gebeurd dan word je er toch stil van, ook al is het nu de Duitse kant die wordt belicht. In dit gebied heeft o.a. de 12e Duitse SS Divisie Hitlerjugend gevochten.

Onderweg komen wij de burcht tegen van Willem de Veroveraar en een kerk die op vele briefkaarten te vinden is.

Bij de kerk aangekomen klimt Jacques op de muur om uitleg te geven van wat hier zich heeft afgespeeld.Wij vertrekken naar de doorwaadbare plaats waar vele Duitsers zijn gevlucht voor de verschrikkingen die in dit gebied hebben afgespeeld.

We komen hieraan doordat wij lopend over de Couloir de la Mort (Corridor van de dood) lopen. Doordat Jacques nog enige uitleg geeft kom ik uiteindelijk op een muurtje terecht waar we met een paar man een gesprek aangaan over de verschrikkingen die zich hier hebben afgespeeld. Als we hier weggaan zijn we hier aardig onder de indruk van wat we gehoord en na 58 jaar hebben gezien.

Nadat iedereen is ingestapt vertrekken wij via de D16 naar de Mont Ormel, deze lag als een puist in het gebied. Wanneer je deze puist in handen had kon je het gehele gebied met wapens bestrijken. De Mont Ormel is 250 meter hoog en in de ochtend toen de mist optrok was het bezet door de Polen, zij zagen een enorme vluchtende massa van soldaten, voertuigen en materieel. Dit werd een enorme schietschijf voor de Polen want zij konden raken wat zij maar wilden.  De Duitsers trachtten meerdere malen de puist te heroveren wat hun niet gelukte, wel verloren de Polen hierdoor veel manschappen.

Uitzicht vanaf Mont Ormel

We komen aan op de Mont Ormel en we krijgen hier een enorm uitzicht over de vallei te zien. Als je kijkt over de vallei, begrijp je meteen waarom de Polen de Duitsers zomaar konden afslachten.
Voor de toerist is deze omgeving schitterend, maar voor een historicus is dit een gebied waar je eerst stil van wordt en waarna het een enorme indruk op je maakt.  Tijdens de vlucht van de Duitsers ontsnappen hier ongeveer 50.000 manschappen en officieren. Hier zat een groot deel bij van het 2e SS Panzerkorps.  Doordat er een grote machtstrijd was ontstaan tussen Monty en Patton en doordat Monty niet op tijd de gehele zak kon dicht trekken waardoor de 50.000 man nog konden ontsnappen kreeg Monty het verder in de oorlog nogmaals aan de stok met het 2e.
Tijdens Market Garden kwam Monty het 2e weer tegen en door hen werd het nu “ een Brug te Ver”. Op de Mont Ormel is er ook een museum wat niet gigantisch is maar toch interessant.

Omdat er nog tijd over is gaan we nog even naar het museum in Falaise, wat wel interessant is maar helaas wel door de vochtigheid enorm stinkt. Na het bezoek gaan we richting Bayeux waar wij zo voor de laatste maal aan het diner zullen zitten. Na drie dagen rondtouren in dit gebied raakt niemand uitgepraat van wat zijn of haar indrukken zijn geweest.  Na het diner wordt het drinken afgerekend en wordt er nog even gepraat op het terras maar we gaan op tijd naar bed want morgen weer vroeg op.

Zondag 01 juni 2003.

De laatste dag is aangebroken en we maken ons dan ook op voor de terugreis. We gaan voor de laatste keer nog even naar de eetzaal waarna we richting Nederland vertrekken. Om 08:00 uur stappen we in de bus en daar gaan we.
We merken dat het nog vroeg is en dat sommigen het jammer vinden om de streek van de invasie te verlaten, want het is aardig rustig.
Omdat het nog vroeg is zijn er nog een aantal die een tukje doen en sommigen spreken over de indrukken van de afgelopen dagen. Er worden adressen gewisseld en men maakt vast afspraken voor de volgende trip.

Omstreeks 10:00 uur neemt Jacques maar weer eens het woord want beginnen nu met de nabeschouwing van de afgelopen dagen.
Er valt nog heel wat te bespreken, want de invasie en de latere ontsnapping van de Duitse legers hebben nog wel wat invloed gehad op de oorlog in Nederland en dan natuurlijk Operatie Market Garden.
We krijgen nog enkele films te zien maar bij sommigen is de fut een beetje verloren gegaan dus deze gaan gepaard met enig zacht gefluister.

Bij een groot wegrestaurant genieten we van een heerlijke lunch en de chauffeur van zijn rusttijd. Iedereen begint een beetje de kriebels te krijgen, want we komen steeds dichter bij de Nederlandse grens en dan kunnen de eersten uit gaan stappen.
We vertrekken richting Nederland. Nadat we nog enige uitleg van Jacques en Wybo hebben gekregen en de laatste huishoudelijke afwikkelingen zijn geweest passeren we rond 15:30 uur de Nederlandse grens.

De tijd is nu gekomen om steeds van een groep mensen afscheid te gaan nemen wat elke keer steeds meer vrije plaatsen opleverd.
Als eerste gaan onze Limburgse vrienden eruit met daarbij ook de chauffeur en Jacques. Het laatste stukje, met de nieuwe chauffeur, die het laatste deel ons rijdt, naar Oosterbeek komt steeds dichterbij.
Onderweg wordt er steeds meer overleg gepleegd met het thuisfront in verband met de aankomsttijd.Uiteindelijk komt de laatste groep aan om 19:30 uur in Oosterbeek vlakbij het Airborne Museum. Hier nemen de laatsten afscheid en gaat ieder zijn weg.

Nawoord:

Iedereen die de moeite neemt om dit gehele verslag te lezen krijgt misschien de kriebels om deze tour ook eens te maken.Dit kunt U natuurlijk doen op eigen gelegenheid of georganiseerd. Indien U lid bent van de Documentatiegroep ‘40-‘45 of van de Vrienden van het Airborne Museum kunt U altijd via de bekende kanalen hier informatie aanvragen.
Wanneer U geen lid bent, informeer dan eens wat deze verenigingen voor U kunnen betekenen en misschien overweegt U als nog een lidmaatschap.

Verder willen wij Wybo,Jacques en Arno nog hartelijk danken voor de afgelopen dagen, want wat hebben jullie je best gedaan om ons volledig op de hoogte te brengen van wat er vanaf 6 juni 1944 hier heeft afgespeeld. Tijdens de tour melden zich drie nieuwe leden aan voor onze vereniging.

Peter Krans

Leden kunnen een complete fotoreportage zien door hier te klikken.
(c) 2003 Kra