‘Op de bres gestaan voor Volk en Vaderland’

Vanuit de Scheveningse Strafgevangenis scheef Anton Mussert aan een vriend overtuigd te zijn van de juistheid van zijn handelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat was drie maanden voordat de leider en oprichter van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) op 7 mei 1946 werd geëxecuteerd. Uit twee niet eerder openbaar gemaakte brieven blijkt dat Mussert niks op had met machtige nazi-toplieden als Heinrich Himmler en Hermann Göring. Aan Adolf Hitler mankeerde daarentegen volgens hem niets. Beide brieven maken deel uit van het archief dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst gisteren overdroeg aan het Algemeen Rijksarchief.

Verbond
In de brief van 1 februari 1946 schreef Mussert: "Wat ons betreft, de heldenstrijd der N.S.B. tegen Himmler zal eens door ons volk gewaardeerd worden. Nu kan dit echter niet, want ons Volk weet niet wat wij geleden en gestreden hebben. Ik heb toch nooit kunnen vertellen van het Verbond met Hitler tegen het Duitsch annexionisme van Himmler en Görings uitbuitingspolitiek." "…Als straks de tijd komt, dat men in staat is om objectief te oordeelen, dan kan het niet anders, dan dit oordeel zal voor ons gunstig moeten zijn." (…) "Het was waarlijk niet eenvoudig de ziel van ons Volk te verdedigen tegen Himmler, Rauter, Rost, Feldmeyer etz. Gij zult de groote politieke beteekenis wel hebben begrepen van het politieke testament van den Führer, waarin hij Himmler en Göring beide als verraders kenmerkt en uit de partij zet. Dit is de triomph van de juistheid van mijn inzicht." Mussert vervolgt: "Men kan niet begrijpen dat ik met Hitler was tegen Himmler en Göring, overtuigd als men was van de eenheid van het regiem. Men zei, dat ik mij zeer naïf heb laten bedriegen door Hitler, die mij allerhand schoons voorspiegelde, doch intusschen het tegendeel liet doen door Himmler en Göring." Op 4 februari schreef Mussert: "Wij hebben 5 jaar op de bres gestaan voor Volk en Vaderland en daarvoor in een hel geleefd. (…) De veroordeeling moest echter toch volgen, omdat de groote massa het niet begrepen zou hebben als ik toch werd vrijgesproken."

Afschuwelijk
In hetzelfde epistel bestempelt Mussert sommige nazi-praktijken als afschuwelijk: "Zij, die Duitscheland neergeslagen hebben, hebben een einde gemaakt aan het Naziïsme en die afschuwelijke vormen, die wij hier ook hebben leeren kennen en waartegen wij ons zoo gekeerd hebben, maar tegelijkertijd hebben zij Europa kapot gemaakt." Mussert had het moeilijk in de gevangenis. In de eerste brief schrijft hij: "Ik ken al meer dan 8 maanden de eenzaamheid en die is van tijd tot tijd drukkend. Ik had zulk een bezig leven. Opgesloten te zijn in een steenen hok is afgrijselijk. Maar ik kom niet om een klaagzang aan te heffen; een man moet tegen alles kunnen. Onze menschen in Indië hebben het veel erger te verduren gehad. Mijn hart bloedt als ik aan Indië denk." ¨ ANP

Gifgasgranaten in Oostzee lekken

Dat zeggen wetenschappers en milieugroepen, aldus de Britse krant The Independent dinsdag. De geallieerden vonden in het verslagen nazi-Duitsland in de periode van 1945 tot 1947 meer dan 300.000 ton chemische wapens, waaronder 65.000 ton mosterdgas, het zenuwgas sarin en het beruchte Zyklon B, waarmee in de concentratiekampen miljoenen mensen werden vermoord.

De geallieerden besloten in 1945 deze chemische wapens in zee te dumpen. Volgens Russische functionarissen zouden de Britten en Amerikanen de gifgasgranaten in de Atlantische Oceaan dumpen op een diepte van 4000 meter. Maar wegens een storm konden de schepen niet uitvaren en werd het gif midden in de Oostzee overboord gezet. De Russen dumpten de chemische wapens die zij hadden geconfisqueerd vlak bij de kust op een diepte van slechts 130 meter, aldus de krant. Inmiddels zijn vier dumpplaatsen gelokaliseerd, nabij Estland, Litouwen en Zweden en het Skagerrak bij Denemarken en Noorwegen.

De aanwezigheid van de chemische wapens was al lang bekend bij milieugroepen, maar regionale autoriteiten hebben de risico’s altijd gebagatelliseerd. Sinds kort krijgen de milieugroepen echter steun van de Russische enclave Kaliningrad, eveneens aan de Oostzee.

Open Luchtmachtdagen 2003.

Voor Andre en Ko was het vroeg opstaan op de vrijdag want de standhouders werden om 06:45 uur al op de vliegbasis verwacht, anders werden zij verwezen naar een parkeerplek die veel verder weg gelegen was.
Het werd voor beiden een zeer leuke dag waar velen keken naar de diverse stukken die op de stand lagen.
Er lagen onder andere: illegale pers, brandstofvoorziening zoals een papierstamper, diverse helmen en persoonlijke documenten.
Een van de bijzondere stukken was wel een helm,noodrantsoen en een munitiedoos van een Nederlandse Soldaat die tijdens de meidagen heeft gevochten.
Van Andre begreep ik dat Ko tijdens deze dag tussen de bezoekers is gaan staan met een stapel Terugblikken en folders in zijn hand om deze aan de bezoekers uit te delen. Als dit geen goed voorbeeld van verenigingsliefde is weet ik het niet meer.
Op deze dag passeerden ongeveer 50.000 mensen de toegangspoort.

De volgende dag waren voor de bezoekers A. de Rijck en J. Ploeg de gastheren.
Om 07:00 uur waren wij op de stand waar ik enige uitleg kreeg over de stukken waar ik de herkomst niet van wist. Voor de openingstijd namen we eerst een bakje koffie met een broodje waarna we nog even de collegastandhouders gedag zegden die we vaker tegenkomen op de verschillende beurzen.

Toen de toegangspoorten geopend werden kregen wij het al snel druk.
Vele geïnteresseerden passeerden onze stand en vele vragen werden op ons afgevuurd.

 

 

Ook deze dag werd er veel gevraagd naar onze folders die dan ook door ons in grote hoeveelheden deze dag zijn uitgereikt.
Er kwamen deze dag nog enkele bezoekers speciaal naar onze stand omdat zij op de vrijdag hadden gevraagd of zij met enkele documentatie mochten terugkomen om opheldering te krijgen van de herkomst. Wij liepen zelf af en toe even naar buiten om de diverse luchtshows te bekijken die zeer indrukwekkend waren. Verder keken wij ook nog even bij de andere standhouders die bij ons in de tent stonden om te zien of zij nog interessante zaken bij zich hadden.

De meeste mensen keken eerst even naar de zaken die bekend waren van hun ouders of grootouders waarna de rest van de stand werd bekeken. Er werden veel vragen gesteld over de brandstofvoorziening in de Tweede Wereldoorlog waarna sommige mensen toch na het antwoord even stil werden. Volgens mij dacht men dan even aan thuis waar na het omhalen van een schakelaar toch het licht brand.

Voor mij was deze dag veel te snel voorbij want het was weer een dag waarvan je veel leerde en waar je mensen toch weer kon informeren over een tijd in onze vaderlandse geschiedenis. Omstreeks 18:00 uur mochten we dan ook weer de eerste spullen gaan inpakken en omstreeks 19:00 uur kon Andre zijn auto gaan halen. Voordat alles ingepakt was gaf de klok aan dat het alweer 19:30 uur was voordat we huiswaarts konden keren.

Op deze dag waren er 250.000 mensen de toegangspoort gepasseerd waarvan velen onze stand hadden bekeken.
Het was voor mij een zeer geslaagde dag achter een stand die prima was verzorgd door Ko en Andre.

Dubieuze dubbelrol van banken in oorlogstijd

De Nederlandse bankwereld heeft in de Tweede Wereld-oorlog een merkwaardige dubbelrol gespeeld. Aan de ene kant werd soepel met de Duitse bezetter samengewerkt om joodse klanten van hun geld en aandelen te ontdoen. Aan de andere kant werd na half 1944 goed samengewerkt met het verzet om onderduikers en spoorwegstakers te financieren. De Amsterdamse historica Milja van Tielhof beschrijft in een boek over deze mindere periode van de Nederlandse financiële wereld tot in detail hoe de zeven rechtsvoorgangers van wat nu de internationale bankgigant ABN Amro is, zijn omgesprongen met zowel de praktische als moreel-ethische kwesties van zaken doen in oorlogstijd. Oorlogstijd is in dit opzicht overigens een rekbaar begrip: pas in de jaren negentig kwam er een einde aan slepende kwesties van economisch rechtsherstel, ofwel het teruggeven van financiële en economische rechten aan joodse burgers of hun nabestaanden die hen in de periode 1940-1945 hardhandig waren afgepakt.

Slaperig
Uit dit boek blijkt opnieuw, zoals dr. L. de Jong al heeft laten zien, hoe de slaperige Nederlandse samenleving efficiënt meewerkte met de bezetter om de joodse medeburgers te registreren, discrimineren en isoleren, met als uiteindelijk resultaat vernietiging.

Nederlandse banken vormden op dit gedrag geen uitzondering. Anders dan in bijvoorbeeld België werd rap meegewerkt aan allerlei onfrisse maatregelen tegenover joodse cliënten. Zelfs een in het buitenland wonende joodse bankrekeninghouder die volgens de kromme regels van die tijd formeel geen jood was, ondervond daarvan de gevolgen: zijn bank zocht eigener beweging uit hoe zijn vier grootouders heetten, verklaarde hem eigenstandig ‘jood’ en gaf zijn kapitaal aan de bezetter. Daarmee raakt Van Tielhof aan het misschien wel smerigste deel van haar geschiedschrijving. Toen na de oorlog duidelijk werd dat er overlevenden en nabestaanden waren, die hun financiële onteigening wilden terugdraaien, verzetten banken, verzekeringsmaatschappijen en beurshandelaren zich hier met hand en tand tegen. Dit boek is ontstaan uit een behoefte van ABN Amro om een onafhankelijke buitenstaander te laten uitzoeken wat er precies in de oorlog en de periode van rechtsherstel daarna is gebeurd door de zeven rechtsvoorgangers van de instelling. Dat zijn de zogenaamde Grote Vijf in de Nederlandse financiële wereld uit die tijd, met vertakkingen naar beurs en verzekeringswezen: Amsterdamsche Bank, Rotterdamsche Bankvereeniging, Nederlandsche Handel-Maatschappij, Twentsche Bank en Incasso-Bank. Een kleinere rol speelden Hollandsche Bank-Unie en Nederlandsch-Indische Handelsbank. In essentie heeft Van Tielhof met haar bedrijfsgeschiedenis de hele bedrijfstak in kaart gebracht.

Ondersteuning
Het foute beeld van de bankwereld in oorlogstijd wordt enigszins in evenwicht gebracht door de rol die de banken gingen spelen na het uitroepen van de Spoorwegstaking in 1944. Vanuit Londen had de regering de oproep gedaan om het transport in Nederland lam te leggen, teneinde na de invasie in Normandië de geallieerden behulpzaam te zijn. Dat leverde een geweldige hoeveelheid nieuwe onderduikers op, wier gezinnen geldelijke ondersteuning behoefden. In een onbedoeld cynische bijzin legt de historica ook nog uit dat zonder die ondersteuning de principiële bereidheid van de spoorwegmannen het goede doel te dienen, waarschijnlijk zou zijn weggesmolten. Net als voor de banken, in de nadagen van het Derde Rijk, gold ook voor hen: de schoorsteen moet wel blijven roken. Desalniettemin is het fraai om te lezen hoe onhandige Hollandse bankiers, met behulp van slordige vervalsingen en onbeholpen kwitanties miljoenen guldens – in die tijd ongelooflijker bedragen dan nu – wisten vrij te maken om illegaal contante betalingen af te geven aan gezinnen van onderduikers. Gelukkig waren de kluizen van De Nederlandsche Bank in 1944 en 1945 slecht verlicht – controlerende Duitsers konden zo niet zien dat watermerken op documenten met de hand waren ingetekend.
Van Tielhof legt in haar boek er enkele malen de nadruk op dat zij in alle onafhankelijkheid haar wetenschappelijk onderzoek heeft kunnen doen. Dat ademt het boek ook uit. Het siert de moderne grootbank ABN Amro dat die dat mogelijk heeft gemaakt.
Het leidt ook tot de onvermijdelijke conclusie dat banken altijd, ook en vooral in oorlogstijd, met de grootste mogelijke argwaan dienen te worden bezien, door zowel consument als overheid. Want ?ls het mis gaat, gaat het goed mis. Bovendien laat deze bedrijfsgeschiedenis zien waar de problemen uiteindelijk terecht komen; ellende sijpelt altijd door naar het niveau van de gewone mens.

Milja van Tielhof, Banken in bezettingstijd, uitg. Contact, 368 pag., 24,90 euro.

Opstand der Georgiers

Opstand der Georgiers ofwel de "Dag der Geboorte"
 

In het voorjaar van 1945 was het duidelijk dat de Duitsers de oorlog gingen verliezen.
Dit wisten de Georgiers ook die op het eiland gestationeerd waren, hier door vreesden zij voor hun terugkomst naar hun vaderland.
Zij hadden in de gaten dat de Russen en het thuisfront niet blij zouden zijn dat zij waren overgelopen naar de Duitsers.
Hierdoor brak in de nacht van 5 op 6 April een opstand uit in de hoop dat de andere Russiche bataljons die gelegerd waren aan de kust hier hetzelfde zouden doen.
In deze nacht doden de Georgiers ongeveer 400 Duitsers die in dezelfde kwartieren lagen en probeerden de 2 grote batterijen waar alleen Duitse soldaten lagen te veroveren. Helaas kregen zij dit niet voor elkaar wat vele verliezen zouden opleveren.
Samen met de zware batterijen van Vlieland en Den Helder werden de Georgiers en de Texelse bevolking onder vuur genomen, alleen op Den Burg werden er honderden granaten afgevuurd.
De Duitsers stuurden al snel versterking naar het eiland om de 800 Georgiers te onderdrukken.
Na de felle strijd waren er 565 Georgiers,120 Texelaars en 800 Duitsers gedood. De materieele schade was enorm vooral in de Eierlandse polder.

De Georgiers hielden tot het laatst stand rondom de vuurtoren maar helaas moesten zij de strijd op 20 mei opgeven.
Hierna probeerden de Duitsers het eiland van de overgebleven Georgiers maar door moedig gedrag van de Texelaars hebben 228 Georgiers het overleefd. Na het arriveren van de Canadezen eindigde het Texelse drama dat helaas in de rest van Nederland is vergeten.

De overleden Georgiers liggen begraven op de begraafplaats "Loladze" wat de naam is van de aanvoerder van het Georgisch Bataljon.
De begraafplaats is gelegen aan de zuidzijde van de Hoge Berg.
Deze begraafplaats is natuurlijk met grote eerbied te bezichtigen..

De foto’s zijn beschikbaar gesteld door "Tessel" (Nico)

‘Laten zien dat ‘oorlog’ nog hetzelfde is’

"Ik wil de mensen laten zien dat het woord ‘oorlog’ nog steeds hetzelfde bekent als wat ik dagelijks in de krant lees en op de televisie zie." Zo omschrijft Bart van Houtum zijn drijfveer om een oorlogsmonument op te richten op de Kampina. Zijn geesteskind heeft op papier al vorm gekregen en is als voorstel door het Boxtelse college van B. en W. omarmd. Voormalig bouwopzichter Van Houtum is geen onbekende in het Boxtelse verenigingsleven. Als geboren en getogen Boxtelaar maakte hij van zijn zevende tot zijn twaalfde jaar de oorlog daadwerkelijk mee. "Ik vertoef veel op de Kampina en de oorlog heeft me altijd bezig gehouden. Later heeft het boek van Gied Zeegers bijgedragen aan een verlengstuk van die belangstelling."

Verzet
Van Houtum kwam in het bezit van een brief van verzetsman Klaas Dekker. "Daarin werden mensen genoemd, die daadwerkelijk aan het verzet hebben meegewerkt of er een bijdrage aan hebben geleverd. Want na de oorlog waren er ineens meer verzetsmensen dan tijdens de oorlog. Ik heb toen gedacht aan een monument. Ik had er zo mijn eigen gevoel en gedachten over: hoe het toen was en het er nu zou moeten uitzien." Van Houtum pakte daarop zijn schetsboek en schakelde een computerman uit België in voor het maken van de bouwtekeningen. "Het lijkt nu of het er al staat", zegt hij. "Het object wordt uitgevoerd in cortentstaal, dat occideert in roestvorm, maar niet in roest. Persoonlijk had ik het liever in brons gezien, alleen is dat onbetaalbaar. Maar je snapt wel dat burgemeester Van Homelen er ook overheen heeft gekeken", merkt Van Houtum fijntjes op. "Die verzetsmensen verstopten ondergedoken vliegeniers en militairen in de Kampina. Om dat het minst opvallend te doen deden ze boeren na, die met de melkbus op de stang van de herenfiets de koeien gingen melken. In die melkbussen zat dan het voedsel", legt hij uit. Dat tafereel wordt dus de blikvanger van het monument. "Er staan zo’n 800 oorlogsmonumenten in Nederland, maar geen een in Boxtel. In Brabant staan er vele, vooral op de route waar de gliders overvlogen in Den Dungen, Son en Veghel. Bij al die monumenten viel me op dat ze in tekst erg terughoudend zijn, terwijl veel mensen in het verzet zich verdienstelijk hebben gemaakt. Ik wilde daar van af stappen omdat ik gegevens heb uit de brief van Klaas Dekker", vertelt Van Houtum. Naar aanleiding van de namen en gegevens in de brief ging hij mensen zoeken die nog in leven waren. Daarvan heeft hij nog enkelen gevonden. "Dekker onderscheidt drie groepen in het verzet: de verzetsmensen, mensen die ondersteuning gaven aan de eerste groep en vooral mensen in de omgeving die voedsel beschikbaar wilden stellen. Ook mensen uit het centrum als de bakker of de slager."

Tabletten
In een muur links naast het object heeft Van Houtum daarom drie zwartgranieten tabletten gepland, waar die namen op kunnen worden gegraveerd. Rechts van het metalen object is een lager muurtje met eveneens drie kleinere tabletten gepland. Hierop komen van links naar rechts het embleem van de Airborne Division, een afbeelding van parachutisten en een tekst over de Oisterwijkse gebroeders Schut, die echter hun woning op de Kampina door de Duitsers zijn vermoord. Als de gemeenteraad met het ontwerp akkoord gaat, hoopt Van Houtum met behulp van sponsors en een staalbedrijf begin mei volgend jaar het monument voltooid te hebben.

‘Oorlogshelden moeten niet vergeten worden’

Bij binnenkomst bij Martien van der Loop op zijn kamer in huize Katwijk, staat Studio Sport op. "Meneer van de Loop is een groot voetballiefhebber", vertelt Kees Veltman junior. "Vooral TOP Oss." De televisie wordt snel afgezet, zodat Van der Loop zijn verhaal kan vertellen. "Ik bracht tijdens de Tweede Wereldoorlog op de fiets iedere week de Sirene in Oss rond", begint Van der Loop. "Aan het eind van de oorlog waren het bijna vijftienhonderd exemplaren die ik stiekem moest bezorgen. Als de Duitsers doorkregen wat ik deed, was ik nat. Voorzichtigheid was dus geboden. Het was een gevaarlijke tijd." In een Drunens caf? haalde de Ossenaar iedere week de stapel kranten op. Als mijn fietsband versleten was, kreeg ik van fietsenmaker Maas uit Heesch een nieuwe band. Zo kon ik mijn krantjes op de fiets blijven rondbrengen."

Radio Oranje
De Sirene werd vanaf 1943 iedere week gepubliceerd door Kees Veltman senior en zijn latere echtgenote Nel en door Hein Clerkx. De bedoeling was om de mensen in oorlogstijd te voorzien van het nieuws, ongecensureerd door de Duitse bezetter. Via Radio Oranje en BBC kregen Veltman en Clerkx het nieuws te horen. "De Duitsers controleerden zeer streng op het bezit van radio’s. Alleen Duitse zenders mochten uitzenden. De burgers moesten hun radio inleveren. Gelukkig hadden mijn vader en Clerkx een radio in een schuilplek staan. De Duitsers hebben dat nooit ontdekt", vertelt Veltman junior, in het dagelijks leven financieel adviseur.
Gevangenis
Tot de herfst van 1944 ging alles goed, maar vlak voor de bevrijding kwam een kink in de kabel. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog kwam Martien van der Loop in de gevangenis van Den Bosch terecht. "De Duitsers hadden leden van een koor opgepakt omdat die affiches van de NSB van de muren afgescheurd zouden hebben. Samen met een vriend wilde ik de leden vrijpleiten. Maar het omgekeerde gebeurde, ik moest zelf voor zes weken het gevang in. In mijn eentje de hele dag in de cel niets doen, verschrikkelijk was dat", weet Van der Loop zich te herinneren. In die tijd werd de krant rondgebracht door een nieuweling, meneer van Balveren. Vlak na de oorlog verscheen nog een Sirene in Oss. Veltman: "Van Balveren was met een bovengrondse versie gekomen. Hij had twee maanden voor het einde van de oorlog even meegewerkt aan de ‘originele’ Sirene. Eigenlijk is die meneer gaan strijken met de eer van mijn vader, Clerkx en Van der Loop. Mijn vader was tijdens de rest van zijn leven verbolgen over het feit dat ‘zijn’ krant nu van een derde was." Kees Veltman senior veron–gelukte in 1965. Hein -Clerkx overleed drie jaar geleden. Twee jaar is Veltman junior nu bezig met een zoektocht door het verleden. "Mijn moeder leeft nog, maar heeft de oorlogsjaren een beetje verdrongen. Ik zie het als taak om de geschiedenis rondom de Sirene juist op te schrijven. Nu leven sommige mensen die erbij waren nog, zoals meneer Van der Loop. Eigenlijk wil ik de mensen duidelijk maken dat plaatse–lijke oorlogshelden als Martien niet vergeten moeten worden", aldus de Heusdenaar. "Ik deed gewoon wat -ik moest doen. ‘Held’ is -wel een heel groot woord", meent een bescheiden Van der Loop. "Ik zou graag contact willen krijgen met mensen die -nog exemplaren van de Sirene uit de oorlogsjaren ergens hebben liggen. Dat zou me erg helpen met mijn ver–haal. Ze mogen bellen naar 0416-661966", vertelt Veltman junior.

Prijzenregen voor film ‘The Pianist’

De C?sars werden in Parijs voor de 28ste keer uitgereikt. De film van de 69-jarige Polanski over een joodse pianospeler in Warschau tijdens de Tweede Wereldoorlog is in zeven categorieën genomineerd voor een Oscar. De prijs voor beste acteur ging naar Adrien Brody, die in The Pianist de hoofdrol speelt. Ook werd de film van Polanski onderscheiden voor de muziek van Wojciech Kilar, de geluidskwaliteit, de decors en de fotografie. De onderscheiding voor de beste actrice ging naar Isabelle Carr? voor haar rol in de film Se souvenir des belles choses van regisseur Zabou Breitman. Breitman ontving de C?sar voor beste eerste film. De film Habla con ella van de Spaanse regisseur Pedro Almodovar sleepte de C?sar binnen voor Beste film in de Europese Unie. Het was de vierde keer dat Almodovar met een C?sar werd geëerd. De film handelt over twee mannen die elkaar onder vreemde omstandigheden in een ziekenhuis ontmoeten. De Amerikaanse actrice Meryl Streep kreeg een ere-C?sar. Zij toonde zich zeer geroerd. De Franse regering had de ster uit onder meer Kramer versus Kramer en Sophie’s Choice eerder zaterdag ook onderscheiden door haar te benoemen tot commandeur in de orde van de kunsten en de letteren. De prijs voor de beste buitenlandse film was voor Bowling for Columbine van de Amerikaan Michael Moore. De documentaire gaat over het wapenbezit in de Verenigde Staten en de gevolgen daarvan. De Belgische C?cile de France werd uitgeroepen tot meestbelovende actrice. Zij werd onderscheiden voor haar rol in de film L’auberge espagnole van C?dric Klapisch. ¨ AFP

Kunstenaar overleeft getto in The pianist

Kijkend naar deze prachtig gefilmde en dramatisch meeslepende film bedenk je eerst hoe vaak dit soort beelden al te zien zijn geweest. Het portret van de achteloze Pools-Joodse familie die in 1939 nog niet kan bevroeden waar de oprukkende Duitsers toe in staat zijn oogt bekend. Net als de onthutsende wreedheden van de Duitse soldaten, de vaak lankmoedige houding van de Joden en de erbarmelijke omstandigheden waaronder ze in de getto’s gedwongen waren te leven.

Aangrijpend
Gaandeweg sleurt Polanski’s dwingende vertelstijl en schitterende beeldtaal je echter mee in een aangrijpend epos over een geniale pianist die met veel geluk, en vaak met de moed der wanhoop weet te overleven. Wladyslaw Szpilman is allesbehalve een held. Hij is een kunstenaar die eerder meewarig toekijkt dan strijdbaar optreedt. Eenmaal wonend in het getto, samen met zijn oude vader, moeder, broer en twee zussen, verdient hij wat geld door te spelen in een restaurant. Om hem heen gebeuren de grootste wreedheden maar hij zwijgt en ondergaat het passief. Als enige van zijn familie ontloopt hij op miraculeuze wijze het transport naar een concentratiekamp. Hij zal ze nooit meer terugzien. De laatste oorlogsjaren zwerft hij met hulp van Poolse verzetsmensen van woning naar woning. Zich met moeite in leven houdend met de etensresten van anderen en uiteindelijk zelfs beschermd door een Duitse officier, is hij een van de weinige Poolse Joden die de oorlog overleeft. Over zijn bewogen oorlogsjaren schreef Szpilman het boek Death of a city (1946), maar dat daarna jarenlang verboden was door de Communistische Partij en pas in 1998 weer opnieuw werd uitgebracht.

Vastgenageld
Polanski is er in geslaagd om, uitgaande van een wonderlijke en naïeve hoofdpersoon, een intens en menselijke drama te maken, dat je bijna drie uur lang vastnageld aan je stoel. Goed en kwaad zijn broze begrippen. En het levenslot van een enkele mens is een ondoorgrondelijke mengeling van geluk, toeval en karakter. Gekleed in de warme jas van een Duitse officier strompelt Szpilman zijn bevrijders aan het einde tegemoet. Ze denken met een Duitser te maken te hebben en openen het vuur op hem. Dat hij ook die aanval overleeft is net zo’n groot wonder als al die andere penibele momenten die hij doorstaan heeft. Hij moest het overleven, want er is er altijd een die het zal navertellen. Keer op keer, in een dappere poging om iedere volgende oorlog misschien te kunnen bezweren.

The pianist Regie Roman Polanski Chass? Cinema Breda