juni 2012 (517)

Regelmatig valt de term ‘consumentenvertrouwen’. Een gestegen of gedaald consumentenvertrouwen is een indicator voor de stand en de ontwikkelingen van de economie. Is het mogelijk om iets te zeggen over het consumentenvertrouwen in oorlogstijd? Alphons Siebelt zette de inleg en de opnames bij de Leidsche spaarbank over de periode 1938-1945 bij elkaar in tabellen en grafiek en zag enkele bijzondere ontwikkelingen. Bij politiek crises namen de Leidenaars toch ietsje meer spaargeld op. In de tweede helft van de oorlog werd er meer op de spaarbankboekjes gezet dan dat er werd opgenomen. Tegen het einde en vlak na de Bevrijding steeg de inleg tot grote hoogten. Wat was er aan de hand?

Verder in dit nummer een aantal afbeeldingen uit een curieus gastenboek van een Duits muziekgezelschap van Kraft durch Freude, dat door Nederland toerde: “Was Euch gefällt…”. Het gezelschap onder leiding van Artur Heess Willreff trok onder meer langs legeronderdelen in Apeldoorn, vliegveld Twente, Hengelo, Almelo, Zutphen, Deventer, Apeldoorn en nog langs diverse andere plaatsen. Als dank maakten de gastheren een mooie tekening in het boek, soms met een gedicht.

Het juninummer wordt gecomplementeerd door Nieuwsberichten, nieuws over nieuwe boeken en wat bijzondere mededelingen van de Documentatiegroep ’40-’45.

 

 

mei 2012 (516) Special

Een heel bijzonder meinummer van Terugblik ’40-’45.

Jacob Kloots was in mei 1940 werkzaam als conciërge van de Nationale Levensverzekeringen Bank in Rotterdam. Samen met zijn dochter, vrouw en zuster bracht hij die meidagen in de frontlijn door toen Rotterdam werd gebombardeerd en binnengevallen door de Duitsers. Daar was de familie Kloots op zichzelf geen uitzondering mee, maar wat het verhaal uniek maakt is dat zij tussen de Duitsers zaten in de enige voorpost die zijn gedurende de hele strijd om de Maasbruggen bezetten. En wat het helemaal opmerkelijk maakt is dat Jacob Kloots zijn relaas op verzoek van zijn werkgever op schrift stelde. Die dagboeken zijn Terugblik ’40-’45 ter beschikking gesteld door zijn dochter, mevrouw Joke Swaep-Kloots. Voor het delen van dit bijzondere verhaal zijn wij als redactie haar zeer erkentelijk.

Het dagboek van Jacob Kloots is een authentiek relaas  van de eerste oorlogsdagen in Rotterdam zoals gezien door de ogen van een burger die, wrang gezegd, op de eerste rang zat. De tekst wordt onverkort weergegeven en is voorzien van een aantal unieke foto’s, die binnen, buiten en rond het gebouw van de NLB zijn gemaakt.

De middenpagina is geheel in kleur en toont een schilderij van P.J. Sterkenburg met acties van vaartuigen van de Koninklijke Marine bij de Maasbruggen (collectie Mariniersmuseum Rotterdam). Daarbij nog een prachtige kleurenprent van de hand van de rotterdamse kunstenaar Ton Hermans: een blik op Rotterdam uit het vliegtuig, vlak vóór de bommen los zouden gaan: “Zij die als laatsten de hele eeuwenoude stad ongeschonden konden zien, De Bevoorrechten.”

In een ander artikel memoreert Wim Oldenburg enkele Rotterdamse studenten, die in het verzet zijn omgekomen.

Verder recensies, nieuwsberichten en een korte aankondiging van nieuw verschenen boeken.

april 2012 (515)

In dit nummer het tweede deel van een reisimpressie, die Jac. Baart maakte van zijn bezoek aan Wolgograd, het voormalige Stalingrad. Wederom foto’s van indrukwekkende Sovjet-monumenten en overgebleven en goed geconserveerde ruïnes, voorzien van onderkoeld commentaar van de auteur.

Jan-Arie Gijsen (wiens naam door ons verkeerd gespeld werd, waarvoor onze welgemeende excuses), schreef een artikel over een aparte broche of speld, die enkele conductrices van de RET (Rotterdamsche Electrische Tram) droegen. Deze conductrices waren namelijk afkomstig van de Nederlandse Arbeidsdienst, de NAD. Daar hadden zij naar de smaak van de directie de juiste vooropleiding gekregen. De dames verdrongen niet de mannelijke collega’s, maar waren nodig omdat het reizigersvervoer toenam.

Een derde artikel betreft de plaats Avegoor tijdens de oorlog. Het is bekend, dat de SS daar in het oude Troelstra-oord een school had gevestigd. Eerder werd in Terugblik ’40-’45 aandacht besteed aan het lot van de joden in het kamp Palästina, maar dit artikel gaat over het dorpje zelf. Met enkel bijzondere foto’s.

maart 2012 (514)

Wie een beetje kennis heeft van de Tweede Wereldoorlog zal bij het horen van de plaatsnaam Stalingrad onmiddellijk denken aan de langdurige en gruwelijk strijd in die stad vanaf het najaar van 1942 en de grote nederlaag van het Duitse leger in februari 1943. De ommekeer in de oorlog, zoals meestal wordt geschreven. Jac. J. Baart bezocht Wolgograd en beschrijft monumenten die daar aan deze strijd herinneren. Dit is het eerste deel. Het tweede deel verschijnt in nummer 515 van april 2012.

Verder de rubriek Onlangs verschenen over nieuwe boeken en een redactioneel artikel over een documentaire van vijf studenten van de Groningse Hanzehogeschool over het concentratiekamp Mauthausen.

R. Taselaar geeft een aanvulling op zijn artikel over Alfred Kunze, dat vercheen in nummer 511 van Terugblik ’40-’45 (december 2011).

In dit nummer de jaarverslagen van de secretaris en de penningmeester van de Documentatiegroep ’40-’45.

Tot slot een korte poëtische bijdrage van de Rotterdamse kunstenaar Ton Hermans over een inslag van een V1.

 

 

februari 2012 (513)

Deze aflevering van Terugblik ’40-’45 bevat twee interessante artikelen. Naar aanleiding van den tentoonstelling Trammend door de Puin in het OorlogsVerzetsmuseum in Rotterdam beschrijft Koos de Kramer een aantal aspecten van de Rotterdamsche Electrische Tramwegmaatschappij, de RET, tijdens de oorlog. Materieel en personeel hadden veel te lijden van de bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld ook door de Geallieerde luchtaanvallen. Er ontstond personeelskrapte, onder andere omdat de elektrische wissels in 1941 werden uitgeschakeld. Wanneer de trams die passeerden ontstonden er zulke felle vonken, dat ze konden worden gezien van uit de lucht. Een deel van de wissels werd toen handmatig bediend, waarvoor wisselwachters werden aangetrokken.

Dirk Docter hield een gesprek van Kees van Aken (90), die als ordonnans op Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau voer toen de oorlog uitbrak. De Maurits van Nassau lag op 11 mei 1941 op de Waddenzee en beschoot Duitse stellingen bij Kornwerderzand. Helaas werd het schip getroffen door Duits vuur, brak doormidden en zonk. Van Aken vertelt verder over zijn ervaringen als zeeman op de Hr. Ms Van Kinsbergen tijdens de oorlog. Het artikel is verlucht met foto’s en met fraaie afbeeldingen van beide schepen gemaakt door Wilbur Graphics.

januari 2012 (512)

W. Oldenburg besteedt aandacht aan het noodlot van de bemanning van de Modjokerto. Dit vrachtschip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd werd op 28 januari 1942 door een Japanse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd door de Japanse marine opgepikt en op Zuid-Celebes aan land gezet. De ramp hadden ze overleefd, maar helaas werden ze op 24 maart allemaal onthoofd. Oldenburg noemt de namen van de slachtoffers, zowel de Nederlanders als de twintig Chinese twee Indonesischebemanningsleden. De meeste staan op een monument aan de Calandstraat in Rotterdam.

Dit nummer van Terugblik ’40-’45 bevat het tweede deel van een reisverslag van Jac. J. Baart over de plaats waar de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 feitelijk begon: de Westerplatte in Gdansk, Danzig. Het eerste deel verscheen in nummer 511 van december 2011.

december 2011 (511)

Jac. J. Baart maakt enkele ‘maritieme notities rond de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog’. Op 1 september 1939 openden de Duitsers de aanval op Polen op de Westerplatte bij Gdansk, Danzig. De auteur beschrijft de strijd gedetailleerd. Het artikel is voorzien van een aantal foto’s van overblijfselen, zoals de ruïne van een Poolse kazerne, en van monumenten.

R.E. Taselaar schrijft over de ‘problematiek van het Rijksduitse gezin Kunze’. De in Duitsland geboren Alfred Kunze was in 1920 naar Nederland gekomen en had een Duitse vrouw. Na de bevrijding werd zijn gezin opgesloten in de Koning Willem III-kazerne te Apeldoorn. Kunze zelf was als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. In 1946 werd het gezin vrijgelaten en in 1948 mocht vader zich bij hen voegen. Tot hun dood zijn ze in Nederland gebleven.

In het septembernummer van Terugblik ’40-’45 stond een interview met Esther Captain en Kees Ribbens over hun publicatie Tonen van de oorlog. Jan Anderson, een van de oprichters van de Documentatiegroep ’40-’45 reageert op dit interview, afgenomen door Wim de Natris en Alphons Siebelt. ‘Wij zijn niet alleen de mensen van de emblemen’ zegt hij en daarmee wil hij maar zeggen dat de leden van de Documentatiegroep ’40-’45 niet alleen maar verzamelaars zijn, maar zeker ook deskundigen, die vaak meer weten en bezitten dan de veel van de ruim 60 oorlogsmusea die Nederland telt. De vereniging probeert ‘de verzamelaars op het niveau te krijgen van een goed museum’.

november 2011 (510)

W. Mulder en J. Schutte schrijven over het verzet in Harmelen, waar vader Mulder een rol speelde bij het onderbrengen van onderduikers. Bijvoorbeeld in de buurtschap Geverscop. Eind 1944 kwam er een Duitse deserteur bij, een zekere Helmut Baer, die daar tot het einde van de oorlog heeft verbleven.

Via het boek van Frank van Riet, Handhaven onder de nieuwe orde, over de Rotterdamse politie in oorlogstijd, kwam Rudi Dolfin er achter, dat een bepaalde badge gedragen werd door de Politieke Recherche Afdeling.

Samenwerking met archeologen. Een brug te ver? Archeoloog Ruurd Kok schrijft in zijn bijdrage over de opkomst van een nieuwe tak van de archeologie, namelijk het wetenschappelijk opgraven van resten uit de oorlog. Aangezien de oorlog meer dan 50 jaar geleden is afgelopen, vallen de resten die zich in de bodem bevinden onder het verdrag van Malta. Het ongecontroleerd opgraven is daardoor gelijkgesteld aan gewoon grafroven, verboden dus.  Kok is verbonden aan het archeologisch bureau RAAP. Dit bureau won in 2011 de SIKBeker voor grensverleggend archeologisch WOII-onderzoek.

Dit nummer wordt besloten met het derde deel van een artikel over de ‘kerstcrossing’ over het Hollands Diep in december 1944, door Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater. Deel 1 verscheen in nummer 508 en deel 2 in nummer 509.

oktober 2011 (509)

In dit nummer het tweede deel over  ‘kerstcrossing’ over het Hollands diep in 1944, geschreven door Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater.

R.E. Taselaar schrijft aan de hand van een aantal enveloppen over Walter von Karger, die enige tijd Generaldirektor is geweest bij de ‘roofbank’ Lippman Rosenthal & Co. Hij werd ontslagen wegens malversaties.

In april 2011 verscheen een publicatie van het NIOD onder de titel Tonen van de oorlog: Toekomst voor het museale erfgoed van de Tweede Wereldoorlog, geschreven voor Esther Captain en Hees Ribbens. Aangezien er onder de leden van de Documentatiegroep ’40-’45 nogal wat verzamelaars bevinden, soms met een eigen museum, zagen Wim de Natris en Alphons Siebelt een aanleiding om de beide auteurs te interviewen over hun mening omtrent de toekomst van de oorlogmusea. Er zijn er momenteel meer dan 60 en er lijken er nog een paar bij te komen.

september 2011 (508)

Het septembernummer begint met het eerste deel van een serie van drie artikelen over een crossing over het Hollands Diep in december 1944. Een aantal mannen uit Barendrecht en Ridderkerk slaagden er in van uit Strijen het bevrijde Brabant te bereiken. De auteurs Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater reconstrueren deze gewaagde tocht aan de hand van gesprekken met enkele deelnemers.

Van Luc van Gent het tweede en laatste deel van een artikel over de bevrijding van ‘s-Hertogenbsoch.

Verder een bijdrage van Alphons Siebelt over het Duitse oorlogskerkhof in Costermano, Italië, waar enkele beruchte oorlogsmisdadigers begraven liggen. Het is alleen lastig de graven te vinden aangezien ze uit het register zijn geschrapt. Er liggen 22.000personen begraven.

Peter de Haas maakte een verslag van de themadag van de Documentatiegroep ’40-’45: een bezoek aan Kamp Vught.