Januari 2013 (523)

Het zal menigeen vreemd voorkomen, dat er op de Veluwe eenheden van de Kriegsmarine waren gestationeerd en wel in de Johan Willem Friso- en de Mauritskazerne in Ede, die werden omgedoopt in de Kommodore Bontekazerne. Maurice Laarman beschrijft de de opleiding van de rekruten van de 20. SStA (Schiffstammabteilung) en de inzet van de troepen bij de verdediging van Arnhem tegen de Geallieerde luchtlandingstroepen in september 1944. Onder de rekruten ook Nederlanders en Belgen. Een groot artikel met veel unieke foto’s uit het album van de voormalige commandant Suhrmeyer. Het artikel wordt besloten met twee bidprentjes voor gesneuvelde mannen, die in Ede zijn opgeleid.

Ruurd Kok schrijft over de eerste stap die is gezet om te komen tot een protocol voor de Luchtvaartarcheologie. Vroeger ging het er louter om de vliegtuigresten uit de grond te halen. Het Ministerie van Defensie houdt de regie in verband met de mogelijke aanwezigheid van onontplofte munitie en stoffelijke resten van de bemanning. Pas in april 2012 waren voor het eerst professionele archeologen betrokken bij bergingswerkzaamheden. Aanleiding tot dit artikel was een gesprek met Johan Gras, de oprichter van de Aircraft Recovery Group.

 

 

December 2012 (522)

In de herfst van 1944 werd in de buurt van Zierikzee een hospitaalschip van het Nederlandse Rode Kruis, geheel met burgers bemand, door RAF-jachtbommewerpers aangevallen. Het schip zonk, twee opvarenden verloren het leven. Na 65 jaar werd het wrak geïdentificeerd als de Generaal Ten Hove, een als polikliniek ingericht sleepschip van 50 x 6,60 meter.

Ad de Bruin beschrijft in deze aflevering de geschiedenis van dit schip in die periode, waarin Walcheren alleen over water bereikbaar was. Het artikel is voorzien van fraaie tekeningen van Henk van Willigenburg en een kaartje van Jac. Baart. Bovendien is er de vermoedelijk laatste foto van de opvarenden bij afgedrukt. Deze foto is gemaakt kort voor de beschieting.

Rudi Dolfin beschrijft aan de hand van postkaarten een artikel over de manier waarop propaganda kon worden gemaakt. Deze maal gaat het over de ontikkelingen in Tsjecho-Slowakije in 1938. Het land hield op te bestaan, een deel werd bij Duitsland gevoegd.

René Taselaar beschrijft de huidige stand van zaken rond de Gedenkstätte Sandbostel, een berucht krijgsgevangenenkamp én concentratiekamp.

Alphons Siebelt vraagt aandacht voor de raadsels rond valse ontslagbewijzen van het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. In een particuliere verzameling zitten verschillende van deze bewijzen. Wie weet iets over het gebruik en de vervaardigers.

Verder in dit nummer een overpeinzing over ‘de soap van Geffen’ rond de onthulling van een oorlogsmonument in dat dorp, wat nogal wat stof heeft doen opwaaien.  “Met de nadruk op ‘verzoening’ wordt groot onrecht aangedaan aan de echte slachtoffers van de oorlog”.

Het nummer wordt gecompleteerd door de rubriek Onlangs Verschenen.

November 2012 (521)

Op de cover deze keer drie Britse RAF-officieren, waaronder Air Vice-Marshal Chaplain Pentland. Ze poseren bij het zojuist onthulde monument voor het No. II (Army Co-operation) Squadron, dat 100 jaar bestaat. Verschillende vliegers van dit squadron zijn in de oorlog tijdens gevechten boven Nederlands grondgebied omgekomen en liggen in Nederland begraven. Het monument werd op 5 september onthuld op het terrein van het National Arboretum bij Alrewas, ten zuiden van Derby en is gewijd aan allen, die in 100 jaar zijn omgekomen. Momenteel dient het squadron in Afghanistan. Daar werd deze aflevering van Terugblik ’40’45 met enthousiasme ontvangen.

Na de capitulatie in mei 1940 nam de Kriegsmarine alle voorhanden zijnde Nederlandse marineschepen in gebruik. De scheen die bij de werven in aanbouw waren werden verder afgebouwd. Minder bekend is, dat er in 1939-1940 samenwerking was tussen de Koninklijke Marine en de Kriegsmarine. In Nederland was onvoldoende expertise op het gebied van geschut en bepantsering. Daarom werd voor drie in aanbouw zijnde slagkruisers een beroep gedaan op onze oosterburen.

Henk van Willigenburg, Slagkruisers voor Nederlands-Indië. De samenwerking tussen Kriegsmarine en Koninklijke Marine. Met fraaie illustraties van de hand van de auteur.

Ruurd Kok schrijft in een bijdrage over de opgraving van een geschutsstelling bij Moordrecht. Flak of Pak? Ofwel: luchtafweer of pantserafweer?

Diete Oudesluijs bericht over het voornemen om van de ‘Doodencel’ in het Scheveningse Oranjehotel een monument te maken. Inmiddels is een plan gepresenteerd om de cel gemakkelijker toegankelijk te maken voor het grote publiek. Tot voor kort kon niemand de cel bezoeken, omdat het gebouw nog in gebruik was als penitentiaire instelling.  De Stichting Oranjehotel werft actief fondsen om het te kunnen bekostigen.

oktober 2012 (520)

Ruim honderdduizend joden zijn uit Nederland weggevoerd naar de Duitse vernietigingskampen in Polen. Ze werden vermoord in gaskamers, of stierven door ziektes, mishandeling, uitputting door zware arbeid of tijdens transporten. Jarenlang waren van die mensen alleen een paar summiere gegevens bekend: hun naam, waar en wanneer ze waren geboren en waar en wanneer ze waren gestorven. De afgelopen jaren is dat ingrijpend veranderd.

Op de Community van het Digitaal Joods Monument wordt hun adres vermeld en verschijnen steeds meer foto’s. Nu krijgen namen een gezicht. Daarmee wordt het verhaal nog intenser. Ook de zichtbaarheid van de slachtoff ers in het straatbeeld is vergroot door de plaatsing van vele Stolpersteine in de trottoirs voor huizen, waaruit de mensen zijn weggehaald. Van een vernietigingskamp als Auschwitz is zeer veel bekend, omdat er nogal wat overlevenden zijn geweest, die hun verhaal hebben kunnen vertellen.

Over een gruwelijk oord als Sobibór weten we weinig. Er waren nauwelijks overlevenden en de plaats van het delict is door de daders opgeruimd. En dan, wanneer een archeoloog aan het werk is, duikt daar opeens een naamplaatje op van een Amsterdams kind Lea de la Penha. Omgebracht op 9 juli 1943, samen met haar ouders en bijna 2400 andere mensen. Verschillende, maar samenhangende invalshoeken, die in dit nummer van Terugblik ’40-’45 toevalligerwijze in verschillende artikelen en bijdragen bij elkaar komen.

Jac.J. Baart: Was Euch Gefällt – Naspeuringen. Het septembernummer van Terugblik ’40-’45 bevatte een vraag van Erik Zwiggelaar over een fraai boekwerk dat hij in zijn bezit heeft.Het is een verslag van een in Nederland rondreizend Duits amusementsgezelschap. Jac. J. Baart geeft een fraai overzicht van enkele bijzonderheden over de Duitse legereenheden, waarvoor het gezelschap heeft opgetreden. Zo zijn de Männer der Schnellen 504 in Heerenveen niet de opvarenden van Schnellboote, maar reden ze op de fiets met twee Panzerfausten aan het stuur.

Tijdens recente opgravingen in Sobibór werd een naamplaatje gevonden van het Nederlandse meisje Lea Judith de La Penha, die daar op 9 juli 1943 werd vermoord. Haar kleine naamplaatje is een aangrijpende getuigenis van deze gruweldaad. Peter Krans schrijft er een bijdrage over.

Ruurd Kok schrijft een opinie-artikel over grafroven en de meerwaarde van archeologisch onderzoek naar WO2-resten. “Zolang verzamelaars in Nederland dergelijke bodemvondsten blijven kopen, dragen ze bij aan het voortbestaan van deze kwalijke praktijk.”

De student aan de Saxion Hogeschool in Deventer Sebastiaan Pothoven doet een oproep om meer te weten te komen over de aanwezigheid van Kochbunkers in Nederland. Dat zijn groot uitgevallen rioolbuizen, die rechtop in de grond werden gezet en als schuilplaats fungeerden.

Alphons Siebelt vestigt de aandacht op de overeenkomsten tussen illegale feestprogramma’s uit Vlaardingen, Rotterdam en Leiden. Twee voor de verjaardag van koningin Wilhelmina (31 augustus 1940) en een voor Leidens Ontzet (3 oktober 1940). De overeenkomst kan geen toeval zijn. Ligt de oorsprong in Vlaardingen bij de verzetsgroep De Geuzen?

Diete Oudesluijs schrijft over de onthulling van een monument in Zöschen en Spergau voor de slachtoffers van de strafkampen die daar lagen. Ook Nederlandse namen zijn daar terug te vinden.

In de serie Groeten uit… schrijft Jac. J. Baart een kaartje uit Wenen, met daarop de voormalige Flaktorens die daar nog te zien zijn. Peter Krans doet de groeten uit Zwitserland vanaf de Stadt Luzern. In dat schip hangt een plaquette die herinnert aan de Zwitserse generaal Henri Guisan.

Het oktobernummer bevat verder nog recensies, de rubriek Onlangs Verschenen en nieuwsberichten. Artikeltjes en bijdragen over: Stolpersteine in Lochem, monument in Warnsveld, opgravingen in Westerbork, Informatiepanelen in Kamp Amersfoort van Albert Ziëck, Flaktorens in Wenen en een plaquette op het schip de Stadt Luzern in Zwitserland.

september 2012 (519)

De oorlog zou door de Geallieerden zijn verloren wanneer de Duitsers er in zouden zijn geslaagd de scheepvaartroutes te blokkeren. De Duitse U-Boote brachten in de eerste oorlogsjaren zeer veel schepen tot zinken. Door in konvooi te varen onder begeleiding van marineschepen hoopte men de verliezen te beperken. In dit nummer van Terugblik ’40-’45 publiceert W. Oldenburg delen uit het dagboek van Cor van Atte, stuurman van de Keilehaven, een schip van de NV Reederij Gebr. Van Uden. De Keilehaven voer soms alleen, soms in konvooi. Van Atte hield bij hoeveel schepen er meevoeren in een konvooi en wat de verliezen waren. De Duitse U-Boote gebruikten lang niet altijd torpedo’s, zoals men geneigd is te denken. De koopvaardijschepen werden met het boordkanon tot zinken gebracht.  Ook stormen zorgden voor verliezen. Na vijf en een half jaar op zee te zijn geweest, kwam Cor van Atte in juli 1945 weer thuis.

 

R.E. Taselaar vraagt aandacht voor de moeizame opvang van Duitse krijgsgevangenen na het einde van de oorlog in Rheinwiesenlager. Rudi Dolfin wijst op een filmpje, dat op YouTube is te zien, waar Nederlandse militairen in 1940 worden aangezien voor Noren.

Verder bevat dit nummer korte nieuwsberichten en recensies.

Terugblik ’40-’45

Terugblik ’40-’45 is het maandblad van de Documentatiegroep ’40-’45, maar is interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijke artikelen, geschreven door leden na vaak langdurig onderzoek. Bekijk eens de inhoud van de nummers die de laatste tijd zijn verschenen.

Terugblik ’40-’45 verschijnt maar liefst 11 maal per jaar. Dat is best veel. Terugblik ’40-’45 is gespecialiseerd in bijzondere artikelen over doodgewone mensen, maar ook meer algemene thema’s komen aan bod. Daarnaast wordt nog al eens geschreven over interessante voorwerpen of over min of meer vergeten gebeurtenissen.

Een gespecialiseerd blad met een trouwe, bovenmatig geïnteresseerde lezerskring.

 

Volg ons op Twitter: @Terugblik4045

juli/augustus 2012 (518)

Nog altijd is van veel oorlogsslachtoffers niet bekend wanneer, waar en onder welke omstandigheden ze zijn overleden. Soms is zelfs niet zeker of ze wel zijn overleden, ze zijn gewoon vermist. In veel families vraagt men zich af wat er precies met een familielid is gebeurd. Naspeuringen leiden soms tot onverwachte resultaten. De uit Zwolle afkomstige Jan Derk Bunink werd bij de razzia in Putten, waar hij toevallig was, in oktober 1944 opgepakt en afgevoerd naar Duitsland. Officieel was hij omgekomen bij de ramp met de Cap Arcona, maar zijn neef Henk Bunink ontdekte, dat dit niet klopte: Jan Derk was op een andere plaats, waarvan de locatie exact bekend was, vermoord en begraven. In Terugblik ’40-’45 beschrijft Henk Bunink zijn zoektocht met een verrassend eind.

Casper van der Veen schrijft een kort essay over de theorieën die er zijn geweest over het Engelandspiel: kapitale blunders of moedwillige opzet?

Talloze verzamelaars hebben een oranje pakje sigaretten met een grote zwarte letter ‘W’ er op. De RAF heeft ze op 30 augustus 1941 uitgeworpen boven Nederland ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Wilhelmina de volgende dag. De NSB heeft de pakjes nagemaakt en ook na de oorlog werden er soortgelijke pakjes nagemaakt door de Hulp Aktie Rode Kruis. André de Rijck en Hans van Zon beschrijven hoe u ze uit elkaar kunt houden. Weet wat u koopt via internet!

Aan de hand van een briefkaart beschrijft R. Taselaar het tragische lot van een joods gezin met een Turks paspoort. Ze zouden de oorlog hebben overleefd wanneer ze hun Turkse pas hadden kunnen verlengen.

Jac. J. Baart beschrijft de ‘Haagse’ achtergrond van een losse duikboottoren, die hij zag staan in Nizhny Novgorod, 400 km. ten oosten van Moskou, waar hij toevallig tegenaan liep.

Op begraafplaats Crooswijk in Rotterdam staat een monument voor een aantal omgekomen leden van de Nederlandse Volksmilitie (van Sally Dormits), die bij de RET werkzaam waren. W. Oldenburg geeft uitleg over deze personen.

Verder in Terugblik ’40-’45 de vaste rubrieken Boekendienst, Nieuws en Recensies.

 

juni 2012 (517)

Regelmatig valt de term ‘consumentenvertrouwen’. Een gestegen of gedaald consumentenvertrouwen is een indicator voor de stand en de ontwikkelingen van de economie. Is het mogelijk om iets te zeggen over het consumentenvertrouwen in oorlogstijd? Alphons Siebelt zette de inleg en de opnames bij de Leidsche spaarbank over de periode 1938-1945 bij elkaar in tabellen en grafiek en zag enkele bijzondere ontwikkelingen. Bij politiek crises namen de Leidenaars toch ietsje meer spaargeld op. In de tweede helft van de oorlog werd er meer op de spaarbankboekjes gezet dan dat er werd opgenomen. Tegen het einde en vlak na de Bevrijding steeg de inleg tot grote hoogten. Wat was er aan de hand?

Verder in dit nummer een aantal afbeeldingen uit een curieus gastenboek van een Duits muziekgezelschap van Kraft durch Freude, dat door Nederland toerde: “Was Euch gefällt…”. Het gezelschap onder leiding van Artur Heess Willreff trok onder meer langs legeronderdelen in Apeldoorn, vliegveld Twente, Hengelo, Almelo, Zutphen, Deventer, Apeldoorn en nog langs diverse andere plaatsen. Als dank maakten de gastheren een mooie tekening in het boek, soms met een gedicht.

Het juninummer wordt gecomplementeerd door Nieuwsberichten, nieuws over nieuwe boeken en wat bijzondere mededelingen van de Documentatiegroep ’40-’45.

 

 

mei 2012 (516) Special

Een heel bijzonder meinummer van Terugblik ’40-’45.

Jacob Kloots was in mei 1940 werkzaam als conciërge van de Nationale Levensverzekeringen Bank in Rotterdam. Samen met zijn dochter, vrouw en zuster bracht hij die meidagen in de frontlijn door toen Rotterdam werd gebombardeerd en binnengevallen door de Duitsers. Daar was de familie Kloots op zichzelf geen uitzondering mee, maar wat het verhaal uniek maakt is dat zij tussen de Duitsers zaten in de enige voorpost die zijn gedurende de hele strijd om de Maasbruggen bezetten. En wat het helemaal opmerkelijk maakt is dat Jacob Kloots zijn relaas op verzoek van zijn werkgever op schrift stelde. Die dagboeken zijn Terugblik ’40-’45 ter beschikking gesteld door zijn dochter, mevrouw Joke Swaep-Kloots. Voor het delen van dit bijzondere verhaal zijn wij als redactie haar zeer erkentelijk.

Het dagboek van Jacob Kloots is een authentiek relaas  van de eerste oorlogsdagen in Rotterdam zoals gezien door de ogen van een burger die, wrang gezegd, op de eerste rang zat. De tekst wordt onverkort weergegeven en is voorzien van een aantal unieke foto’s, die binnen, buiten en rond het gebouw van de NLB zijn gemaakt.

De middenpagina is geheel in kleur en toont een schilderij van P.J. Sterkenburg met acties van vaartuigen van de Koninklijke Marine bij de Maasbruggen (collectie Mariniersmuseum Rotterdam). Daarbij nog een prachtige kleurenprent van de hand van de rotterdamse kunstenaar Ton Hermans: een blik op Rotterdam uit het vliegtuig, vlak vóór de bommen los zouden gaan: “Zij die als laatsten de hele eeuwenoude stad ongeschonden konden zien, De Bevoorrechten.”

In een ander artikel memoreert Wim Oldenburg enkele Rotterdamse studenten, die in het verzet zijn omgekomen.

Verder recensies, nieuwsberichten en een korte aankondiging van nieuw verschenen boeken.

april 2012 (515)

In dit nummer het tweede deel van een reisimpressie, die Jac. Baart maakte van zijn bezoek aan Wolgograd, het voormalige Stalingrad. Wederom foto’s van indrukwekkende Sovjet-monumenten en overgebleven en goed geconserveerde ruïnes, voorzien van onderkoeld commentaar van de auteur.

Jan-Arie Gijsen (wiens naam door ons verkeerd gespeld werd, waarvoor onze welgemeende excuses), schreef een artikel over een aparte broche of speld, die enkele conductrices van de RET (Rotterdamsche Electrische Tram) droegen. Deze conductrices waren namelijk afkomstig van de Nederlandse Arbeidsdienst, de NAD. Daar hadden zij naar de smaak van de directie de juiste vooropleiding gekregen. De dames verdrongen niet de mannelijke collega’s, maar waren nodig omdat het reizigersvervoer toenam.

Een derde artikel betreft de plaats Avegoor tijdens de oorlog. Het is bekend, dat de SS daar in het oude Troelstra-oord een school had gevestigd. Eerder werd in Terugblik ’40-’45 aandacht besteed aan het lot van de joden in het kamp Palästina, maar dit artikel gaat over het dorpje zelf. Met enkel bijzondere foto’s.