februari 2012 (513)

Deze aflevering van Terugblik ’40-’45 bevat twee interessante artikelen. Naar aanleiding van den tentoonstelling Trammend door de Puin in het OorlogsVerzetsmuseum in Rotterdam beschrijft Koos de Kramer een aantal aspecten van de Rotterdamsche Electrische Tramwegmaatschappij, de RET, tijdens de oorlog. Materieel en personeel hadden veel te lijden van de bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld ook door de Geallieerde luchtaanvallen. Er ontstond personeelskrapte, onder andere omdat de elektrische wissels in 1941 werden uitgeschakeld. Wanneer de trams die passeerden ontstonden er zulke felle vonken, dat ze konden worden gezien van uit de lucht. Een deel van de wissels werd toen handmatig bediend, waarvoor wisselwachters werden aangetrokken.

Dirk Docter hield een gesprek van Kees van Aken (90), die als ordonnans op Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau voer toen de oorlog uitbrak. De Maurits van Nassau lag op 11 mei 1941 op de Waddenzee en beschoot Duitse stellingen bij Kornwerderzand. Helaas werd het schip getroffen door Duits vuur, brak doormidden en zonk. Van Aken vertelt verder over zijn ervaringen als zeeman op de Hr. Ms Van Kinsbergen tijdens de oorlog. Het artikel is verlucht met foto’s en met fraaie afbeeldingen van beide schepen gemaakt door Wilbur Graphics.

januari 2012 (512)

W. Oldenburg besteedt aandacht aan het noodlot van de bemanning van de Modjokerto. Dit vrachtschip van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd werd op 28 januari 1942 door een Japanse onderzeeboot tot zinken gebracht. De bemanning werd door de Japanse marine opgepikt en op Zuid-Celebes aan land gezet. De ramp hadden ze overleefd, maar helaas werden ze op 24 maart allemaal onthoofd. Oldenburg noemt de namen van de slachtoffers, zowel de Nederlanders als de twintig Chinese twee Indonesischebemanningsleden. De meeste staan op een monument aan de Calandstraat in Rotterdam.

Dit nummer van Terugblik ’40-’45 bevat het tweede deel van een reisverslag van Jac. J. Baart over de plaats waar de Tweede Wereldoorlog op 1 september 1939 feitelijk begon: de Westerplatte in Gdansk, Danzig. Het eerste deel verscheen in nummer 511 van december 2011.

december 2011 (511)

Jac. J. Baart maakt enkele ‘maritieme notities rond de eerste schoten van de Tweede Wereldoorlog’. Op 1 september 1939 openden de Duitsers de aanval op Polen op de Westerplatte bij Gdansk, Danzig. De auteur beschrijft de strijd gedetailleerd. Het artikel is voorzien van een aantal foto’s van overblijfselen, zoals de ruïne van een Poolse kazerne, en van monumenten.

R.E. Taselaar schrijft over de ‘problematiek van het Rijksduitse gezin Kunze’. De in Duitsland geboren Alfred Kunze was in 1920 naar Nederland gekomen en had een Duitse vrouw. Na de bevrijding werd zijn gezin opgesloten in de Koning Willem III-kazerne te Apeldoorn. Kunze zelf was als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. In 1946 werd het gezin vrijgelaten en in 1948 mocht vader zich bij hen voegen. Tot hun dood zijn ze in Nederland gebleven.

In het septembernummer van Terugblik ’40-’45 stond een interview met Esther Captain en Kees Ribbens over hun publicatie Tonen van de oorlog. Jan Anderson, een van de oprichters van de Documentatiegroep ’40-’45 reageert op dit interview, afgenomen door Wim de Natris en Alphons Siebelt. ‘Wij zijn niet alleen de mensen van de emblemen’ zegt hij en daarmee wil hij maar zeggen dat de leden van de Documentatiegroep ’40-’45 niet alleen maar verzamelaars zijn, maar zeker ook deskundigen, die vaak meer weten en bezitten dan de veel van de ruim 60 oorlogsmusea die Nederland telt. De vereniging probeert ‘de verzamelaars op het niveau te krijgen van een goed museum’.

november 2011 (510)

W. Mulder en J. Schutte schrijven over het verzet in Harmelen, waar vader Mulder een rol speelde bij het onderbrengen van onderduikers. Bijvoorbeeld in de buurtschap Geverscop. Eind 1944 kwam er een Duitse deserteur bij, een zekere Helmut Baer, die daar tot het einde van de oorlog heeft verbleven.

Via het boek van Frank van Riet, Handhaven onder de nieuwe orde, over de Rotterdamse politie in oorlogstijd, kwam Rudi Dolfin er achter, dat een bepaalde badge gedragen werd door de Politieke Recherche Afdeling.

Samenwerking met archeologen. Een brug te ver? Archeoloog Ruurd Kok schrijft in zijn bijdrage over de opkomst van een nieuwe tak van de archeologie, namelijk het wetenschappelijk opgraven van resten uit de oorlog. Aangezien de oorlog meer dan 50 jaar geleden is afgelopen, vallen de resten die zich in de bodem bevinden onder het verdrag van Malta. Het ongecontroleerd opgraven is daardoor gelijkgesteld aan gewoon grafroven, verboden dus.  Kok is verbonden aan het archeologisch bureau RAAP. Dit bureau won in 2011 de SIKBeker voor grensverleggend archeologisch WOII-onderzoek.

Dit nummer wordt besloten met het derde deel van een artikel over de ‘kerstcrossing’ over het Hollands Diep in december 1944, door Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater. Deel 1 verscheen in nummer 508 en deel 2 in nummer 509.

oktober 2011 (509)

In dit nummer het tweede deel over  ‘kerstcrossing’ over het Hollands diep in 1944, geschreven door Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater.

R.E. Taselaar schrijft aan de hand van een aantal enveloppen over Walter von Karger, die enige tijd Generaldirektor is geweest bij de ‘roofbank’ Lippman Rosenthal & Co. Hij werd ontslagen wegens malversaties.

In april 2011 verscheen een publicatie van het NIOD onder de titel Tonen van de oorlog: Toekomst voor het museale erfgoed van de Tweede Wereldoorlog, geschreven voor Esther Captain en Hees Ribbens. Aangezien er onder de leden van de Documentatiegroep ’40-’45 nogal wat verzamelaars bevinden, soms met een eigen museum, zagen Wim de Natris en Alphons Siebelt een aanleiding om de beide auteurs te interviewen over hun mening omtrent de toekomst van de oorlogmusea. Er zijn er momenteel meer dan 60 en er lijken er nog een paar bij te komen.

september 2011 (508)

Het septembernummer begint met het eerste deel van een serie van drie artikelen over een crossing over het Hollands Diep in december 1944. Een aantal mannen uit Barendrecht en Ridderkerk slaagden er in van uit Strijen het bevrijde Brabant te bereiken. De auteurs Frans van Heest, Gerrit van der Heiden en Hans Onderwater reconstrueren deze gewaagde tocht aan de hand van gesprekken met enkele deelnemers.

Van Luc van Gent het tweede en laatste deel van een artikel over de bevrijding van ‘s-Hertogenbsoch.

Verder een bijdrage van Alphons Siebelt over het Duitse oorlogskerkhof in Costermano, Italië, waar enkele beruchte oorlogsmisdadigers begraven liggen. Het is alleen lastig de graven te vinden aangezien ze uit het register zijn geschrapt. Er liggen 22.000personen begraven.

Peter de Haas maakte een verslag van de themadag van de Documentatiegroep ’40-’45: een bezoek aan Kamp Vught.

juni 2011 (506)

Door de bezetting konden veel zeelieden niet naar huis terugkeren. De gezinnen wisten meestal niet of vader of broer nog in leven was. Soms probeerden scheepvaartmaatschappijen de gezinnen van hun werknemers een plezier te doen door hen een vakantie aan te bieden. A. Kemp beschrijft zijn herinneringen aan zo’n vakantie voor gezinnen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Zijn vader voer op de Poelau Laut. Ze gingen een week naar ‘Schaep en Burgh’ in ’t Gooi, dat in 2002 is afgebrand. Vanuit het theehuis zijn nog uitzendingen voor het TV-programma ‘Het Capitool’ gemaakt. Vier maanden na de Bevrijding overleed moeder; vader keerde pas in 1946 terug uit Japanse krijgsgevangenschap. Tijdens de oorlog werd het gezin onderhouden door de Zeemanspot van kapitein Abraham Filippo, gezagvoerder van de in mei 1940 verloren gegane SS Statendam.

Jac. J. Baart beschrijft de werkzaamheden van Fokker aan de Papaverweg in Amsterdam. Het bedrijf werd op 25 en 28 juli 1943 gebombardeerd. Daarna werden de activiteiten verspreid over diverse locaties in Amsterdam en verder in de regio. Een interessant artikel over de productie van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen met veel details en fraaie graphics.

mei 2011 (505)

Hans Onderwater beschrijft in een artikel de gevechten op de Barendrechtse brug van 13 mei 1940. Duitse tank deden op die datum een poging om de brug bij Barendrecht te veroveren om zo verder door te kunnen stoten richten Rotterdam, Delft en Den Haag. De tegenstand van Nederlandse militairen was heftig. Het verhaal wordt verteld aan de hand van Duitse en Nederlandse bronnen en is voorzien van unieke foto’s uit een privéverzameling.

R.E. Taselaar deed naspeuringen naar de Leidse verzetsman Jan Meeuwese, medewerker van de spionagegroep Packard. Meeuwse gebruikte een zender op drie verschillende adressen. Op 6 maart 1945 werd hij toevallig aangehouden door de Landwacht. Bij huiszoeking vond men belastend materiaal. Op 12 maart werd Meeuwse in op het Hofplein in Rotterdam geëxecuteerd.

 

 

april 2011 (504)

Zeer veel Nederlanders hebben korte of langere tijd in Duitsland gewerkt. R.E. Taselaar beschrijft aan de hand van de ervaringen van dhr. C. Th. Ruijter en met behulp van een poststuk en foto’s enige aspecten van het leven in kamp Tirpitz bij Bremen. De mannen waren werkzaam bij DeSchiMAG (Deutsche Schiff- und Maschinenbau AG).

Begin 2002 kon de Amerikaan Rudy Appel van de Duitse overheid ca. DM. 1000 Wiedergutmachungsgeld te krijgen. Alleen moest hij wel aantonen, dat hij op 10 mei 1940 in Nederland woonde. Een neef van zijn vrouw nam contact op met het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en kreeg daar te horen, dat Rudy Appel in de Holocaust was omgekomen en dat zijn naam voorkomt op een lijst van (ex-)leerlingen die ieder jaar op 4 mei worden herdacht. Rudy Appel schrijft, met hulp van Willem Oldenburg, hoe dit zo heeft kunnen gebeuren.

Verder in dit nummer het tweede deel van het artikel van L.C. Smit over korporaal Huibert Breitenbach, één van de eerste oorlogsgewonden op 10 mei 1940.

In een korte bijdrage beschrijft Jac. J. Baart enige monumenten in Moermansk

maart 2011 (503)

In dit artikel beschrijft L.C. Smit de ervaringen van korporaal Huibert Breitenbach die op 10 mei 1940 gewond raakte. Breitenbach deed dienst op Schiphol, toen de villa, waar hij verbleef, door een bom werd getroffen. De korporaal komt aan het woord in het blad De Week in Beeld van 9 augustus 1940 in een artikel met als kop ‘Wij bezoeken oorlogsgewonden’. Smit voegt aan het relaas van Breitenbach nog informatie toe over de zorg voor oorlogsgewonden in de verdere oorlogsjaren.