mei 2011 (505)

Hans Onderwater beschrijft in een artikel de gevechten op de Barendrechtse brug van 13 mei 1940. Duitse tank deden op die datum een poging om de brug bij Barendrecht te veroveren om zo verder door te kunnen stoten richten Rotterdam, Delft en Den Haag. De tegenstand van Nederlandse militairen was heftig. Het verhaal wordt verteld aan de hand van Duitse en Nederlandse bronnen en is voorzien van unieke foto’s uit een privéverzameling.

R.E. Taselaar deed naspeuringen naar de Leidse verzetsman Jan Meeuwese, medewerker van de spionagegroep Packard. Meeuwse gebruikte een zender op drie verschillende adressen. Op 6 maart 1945 werd hij toevallig aangehouden door de Landwacht. Bij huiszoeking vond men belastend materiaal. Op 12 maart werd Meeuwse in op het Hofplein in Rotterdam geëxecuteerd.

 

 

april 2011 (504)

Zeer veel Nederlanders hebben korte of langere tijd in Duitsland gewerkt. R.E. Taselaar beschrijft aan de hand van de ervaringen van dhr. C. Th. Ruijter en met behulp van een poststuk en foto’s enige aspecten van het leven in kamp Tirpitz bij Bremen. De mannen waren werkzaam bij DeSchiMAG (Deutsche Schiff- und Maschinenbau AG).

Begin 2002 kon de Amerikaan Rudy Appel van de Duitse overheid ca. DM. 1000 Wiedergutmachungsgeld te krijgen. Alleen moest hij wel aantonen, dat hij op 10 mei 1940 in Nederland woonde. Een neef van zijn vrouw nam contact op met het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam en kreeg daar te horen, dat Rudy Appel in de Holocaust was omgekomen en dat zijn naam voorkomt op een lijst van (ex-)leerlingen die ieder jaar op 4 mei worden herdacht. Rudy Appel schrijft, met hulp van Willem Oldenburg, hoe dit zo heeft kunnen gebeuren.

Verder in dit nummer het tweede deel van het artikel van L.C. Smit over korporaal Huibert Breitenbach, één van de eerste oorlogsgewonden op 10 mei 1940.

In een korte bijdrage beschrijft Jac. J. Baart enige monumenten in Moermansk

maart 2011 (503)

In dit artikel beschrijft L.C. Smit de ervaringen van korporaal Huibert Breitenbach die op 10 mei 1940 gewond raakte. Breitenbach deed dienst op Schiphol, toen de villa, waar hij verbleef, door een bom werd getroffen. De korporaal komt aan het woord in het blad De Week in Beeld van 9 augustus 1940 in een artikel met als kop ‘Wij bezoeken oorlogsgewonden’. Smit voegt aan het relaas van Breitenbach nog informatie toe over de zorg voor oorlogsgewonden in de verdere oorlogsjaren.

 

februari 2011 (502)

Regelmatig schrijft W. Oldenburg over het wel en wee van Nederlandse schepen in oorlogstijd. Ditmaal gaat zijn bijdrage over Scheveningse vissersschepen in Duitse dienst. Een Scheveningse rederij was in 1933 een samenwerkingsverband aangegaan met een Poolse collega. Samen vormden zij rederij MEWA. Succesvol was dit samenwerkingsverband niet. In de oorlog werden de schepen gevorderd en voeren onder een nieuwe nummering in Duitse dienst.

Verder in deze aflevering het tweede deel van een artikel over Operatie Amherst in Drenthe. Lt.kol. b.d. Jaap Jansen beschrijft het verloop en de afloop van deze laatste luchtlandingsoperatie van de oorlog.

januari 2011 (501)

In de nacht van zaterdag 7 op zondag 8 april 1945 begon boven Drenthe de laatste luchtlandingsoperatie in Nederland. In totaal werden 702 Franse (SAS) parachutisten afgeworpen om de opmars van het Tweede Canadese Legerkorps naar noord-Nederland te ondersteunen. Lt.-kol. b.d. Jaap Jansen beschrijft wat er gebeurd. Deel 2 volgt in nummer 502.

Veel mensen hebben foto’s van hun vader of opa in militair uniform, maar weten niet bij welk onderdeel hij heeft gediend. Wanneer er ook nog sprake is van deelname aan de strijd in 1940 probeert het verhaal achter de foto’s te achterhalen. Rudi Dolfin probeert in samenwerking met de zoon van Erik Romkes, van wie de foto’s afkomstig zijn, gegevens over diens vader te achterhalen.

Verder bevat dit nummer een bijdrage van Suzanne Hendriks over opgravingen in Sobibór.

december 2010 (500)

Het 500e nummer van Terugblik ’40-’45 is geheel gewijd aan twee werkkampen voor gemengd-gehuwde joden. Door hun huwelijk met een niet-joodse partner waren zij (voorlopig) vrijgesteld van deportatie. Nadat zij hun normale werk kwijt waren geraakt werden zij gedwongen in een speciaal kamp arbeid te verrichten. R.E. Taselaar deed naspeuringen van de bewoners van twee kampen in Noord-Hollend, ‘t Zand en Groote Keeten. Van diverse personen, die in deze kampen te werk waren gesteld heeft hij biografische gegevens kunnen achterhalen. Het nummer bevat veel foto’s uit privébezit van nabestaanden en tal van curieuze documenten. Zo hadden de joodse arbeiders bijvoorbeeld recht op ziekengeld.

Het 500e nummer verscheen in een nieuwe vormgeving.