Gepost op

Bomruiming in Biggekerke rijt wonden open

Verbaasd was Pieter Lampert sr. (71) niet toen zijn zoon onlangs vlak bij zijn boerderij aan de Valkenisseweg bij het ploegen op een fikse Engelse bom stuitte. Sterker, Lampert weet dat de grond in Biggekerke, in de buurt van Vlissingen, nog meer projectielen verbergt.

De ruiming van de 500-ponder bepaalde het krap 900 zielen tellende dorp dinsdag bij een van de donkerste episodes uit zijn geschiedenis. In een poging de Duitsers te verjagen, legden de geallieerden op 17 september 1944 Biggekerke onder een tapijt van 400 bommen. Achtenveertig inwoners vonden de dood; ook kwam een zevental Duiters om.

Pieter Lampert sr. staan de verschrikkingen nog helder voor de geest. Hij was twaalf jaar en woonde op een boerderij op een steenworp afstand van de bewuste bom. „Het was die zeventiende september een mooie zondagavond. De bombardementen waren echt angstwekkend. Overal hoorde je klappen. Wij zaten met een man of negen in de kelder. Er werd geschreeuwd, gehuild, gebeden.”

Allen in het huis overleefden het bombardement. „Buiten was het een chaos. De school, de pastorie en het caf? waren helemaal weg. Overal kraters. Overal dakpannen. Op onze boerderij zat 10 centimeter klei.” Tientallen andere dorpelingen vonden de dood. „Een arbeider had z’n vrouw en drie kindertjes verloren. Die man was helemaal kapot. Hij is door alle kommer en kwel korte tijd later zelf ook gestorven. Als ik eraan denk, lopen de rillingen me weer over de rug.”

Extra wrang was dat de geallieerde strijdkrachten in de veronderstelling verkeerden dat de Duiters in Biggekerke luchtdoelartillerie hadden opgesteld. Dat wapentuig moest worden uitgeschakeld. De bezetters waren met de luchtdoelartillerie echter al twee weken v??r 17 september 1944 vertrokken. „Het was dus eigenlijk een zinloos bombardement”, zegt Lampert. „Er is iets fout gegaan in de informatievoorziening. De ondergrondse had het vertrek van de Duitsers aan Londen doorgegeven. Maar die berichten zijn niet op de juiste plek beland.”

Tijdens de ruiming van de bom in Biggekerke dinsdag moesten enkele tientallen bewoners in de omgeving hun huizen uit. Ook enkele vakantiegangers in park De Woeste Hoeve dienden een paar uur te verkassen. Het dorpshuis in Biggekerke bood onderdak.

Een van de omwonenden die dinsdag even pas op de plaats moest maken, is mevrouw J. Schreijenberg (76), geboren en getogen in Biggekerke. Ook bij haar staat 17 september 1944 in het geheugen gegrift. „Wij zijn die avond plat op onze buik in de tuin gaan liggen”, blikt ze in het dorpshuis terug. „Het huis durfden we niet in. We waren bang dat het huis zou instorten en dat we onder het puin terecht zouden komen.”

Mevrouw O. Egg, sinds vier en een halve maand woonachtig in een vakantiehuisje op De Woeste Hoeve, vindt ook tijdelijk onderdak in het dorpshuis. Bij het woord ”bom” gaan bij haar meteen belletjes rinkelen. Een paar maanden geleden was ze nog op het Indonesische eiland Bali. Een bomaanslag bij een discotheek zaaide daar vorig jaar oktober dood en verderf. Meer dan dan 190 jongeren kwamen om. Egg woonde, samen met haar zoon en schoondochter, op nauwelijks een kilometer afstand van de discotheek. „Het was verschrikkelijk.”

Het Explosieven Opruimings Commando (EOC) van de luchtmacht maakte dinsdag de bom onschadelijk. Uit voorzorg was er een muur van containers rond de vindplaats op de akker gebouwd. Ook waren een tiental brandweerlieden en enkele GGD’ers paraat.

Met een druk op de knop bracht burgemeester mevrouw A. C. de Bruijn van Veere, waaronder Biggekerke valt, de bom op het strand bij Vrouwenpolder tot ontploffing. De operatie kost de gemeente Veere 45.000 euro.