Gepost op

Bommentapijt op Nijmegen onder de loep

Het Nijmeegse stadsbestuur wil een commissie van historici laten onderzoeken
of er nog voldoende betrouwbare bronnen te achterhalen zijn. Deze moeten
uitsluitsel geven over de werkelijke aanleiding voor het bombardement.
?
Volgens de gemeente is de schok van het bombardement tot op de dag van vandaag
in de stad merkbaar. ?Zowel in het aanzien van de stad als in de gevoelens van
veel Nijmegenaren speelt de dramatische gebeurtenis nog steeds een rol. Dat
bleek ook dit jaar weer tijdens de zestigste herdenking van het bombardement?,
aldus een woordvoerder van de gemeente.
?
Nijmegen heeft het bombardement tot tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog
stilgezwegen. Pas in de jaren tachtig verscheen het eerste boek over het drama.
Een nabestaande zei bij de herdenking dit jaar: ?Het waren onze bevrijders die
het hebben gedaan. Die verweet je niets na de oorlog. Laat staan dat er vragen
zijn gesteld over hoe het kon gebeuren.? Pas enkele jaren geleden is in Nijmegen
een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers onthuld.
?
De commissie die gaat bepalen of het nog zin heeft fundamenteel wetenschappelijk
onderzoek naar het bombardement te doen, bestaat uit een hoogleraar
geschiedenis, de directeur van het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek, het
hoofd van de sectie luchtmachthistorie van de Luchtmachtstaf, het Nederlands
Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en de directeur van het Gelders
Archief. De gemeenteraad moet in mei instemmen met het plan van B en W.
?
Volgens een woordvoerder van het NIOD zal het onderzoek hoogstwaarschijnlijk de
theorie bevestigen dat het bombardement op Nijmegen een vergissing was. ?We gaan
eerst veel bronnenmateriaal verzamelen en uitzoeken. Uiteindelijk moet ons
onderzoek leiden tot een heldere, feitelijke reconstructie van wat er op 22
februari 1944 precies gebeurd is.?
?
De meeste historische bronnen zeggen dat de bommen die op Nijmegen vielen
eigenlijk bestemd waren voor de Duitse stad Gotha. Een groot offensief -?Plan
Argument?- moest de Duitse luchtmacht een zware slag toebrengen. Gotha was een
van de Duitse steden waar vliegtuigen werden geproduceerd, naast Leipzig,
Oschersleben, Ascherleben, Bernburg, Halberstadt en Stuttgart. Het succes van de
actie was afhankelijk van het weer.
?
De weersvoorspellingen waren goed, maar toch ging het mis. Het wolkendek lag die
dag op zo?n 7500 meter hoogte, terwijl normaal gesproken de lucht boven de 5000
meter helder is. Vliegtuigen raakten elkaar kwijt en een flink aantal
bommenwerpers brak de missie af. Ook de radioverbindingen werkten niet goed. Het
Amerikaanse storingsapparaat ?Mandrell?, dat de Duitse radar in de war moest
sturen, verstoorde echter ook de onderlinge communicatie van de
viegtuigbemanningen. Grootste probleem was dat de zendsleutel van een van de
radiotelegrafisten vastzat. Toestellen die in de buurt vlogen werden weggedrukt,
zodat de diverse bemanningen niet meer in staat waren hun orders te bevestigen.

?
Om terug te keren naar Engeland moesten veel toestellen tegelijkertijd een bocht
van 180 graden maken. Dat zorgde voor een enorme chaos in de lucht boven de
Nederlands-Duitse grens. Bovendien stond er een harde westelijke wind. Boven het
dikke wolkendek dat Duitsland bedekte, hadden de piloten geen aanknopingspunten
om zich te herori?nteren. Velen van de vliegeniers waren niet goed bekend met
het Europese vasteland en hadden daarom niet door dat ze intussen weer boven
Nederland vlogen.
?
In Nijmegen was het luchtalarm afgegaan toen de Amerikaanse bommenwerpers
overvlogen op weg naar Duitsland. Toen de toestellen terugkeerden, was net het
sein gegeven dat mensen weer naar buiten mochten. Het aantal doden dat door de
bommenregen viel was mogelijk een stuk lager geweest als het luchtalarm op tijd
was afgegaan. Waarom dat niet gebeurde, is een van de raadsels rond het drama
van Nijmegen.
?
Een andere oorzaak voor het bommentapijt op Nijmegen was wellicht dat de
bemanningsleden van de toestellen hun bommenlading kwijt wilden. Mogelijke
verklaring daarvoor is dat er ook bommen werden gedropt bij Arnhem, Deventer en
Enschede. Regel was dat de bemanningsleden 25 vluchten moesten uitvoeren om in
aanmerking te komen voor verlof. Als ze hun bommen niet kwijtraakten, telde de
vlucht niet mee. Het risico dat de bemanning bij zo?n aanval op klaarlichte dag
boven Duitsland had gelopen, zou dan voor niets zijn geweest. Bovendien was het
erg gevaarlijk om op de Engelse thuisbasis Bungay te landen met zo veel
explosief materiaal aan boord.

Bron: Reformatorisch Dagblad