Gepost op

Boek wijst verrader Achterhuis aan

Otto Frank, die een bedrijfje in specerijen en geleermiddelen had, zou in de eerste oorlogsjaren aan Duitsers hebben geleverd. Volgens de Britse schrijfster blijkt dat uit nooit eerder gepubliceerde particuliere dagboeken en brieven en uit documenten uit niet-openbare Nederlandse bronnen, waarop zij tijdens haar onderzoek stuitte.

Een informant van de SD (Sicherheitsdienst) van de bezetters, de Amsterdammer Tonny Ahlers, heeft Otto Frank met die handel gechanteerd, aldus Lee. Zij maakt volgens de uitgever in haar boek „met grote precisie” aannemelijk dat het ook deze man is geweest die de familie Frank heeft verraden. Op 4 augustus 1944 werden Otto, Edith, Margot en Anne in Het Achterhuis opgepakt. De rechercheurs die het verraad onderzochten namen Ahlers niet serieus.

Na de oorlog zou Ahlers Otto Frank in zijn greep hebben gehouden. De mannen ontmoetten elkaar volgens de door Lee ingeziene documenten, zoals een agenda van Otto Frank met aantekeningen, enkele malen. Dat zou zelfs zijn gebeurd twee dagen nadat Otto Frank had vernomen dat Edith, Margot en Anne overleden waren. Omdat hij problemen had door zijn Duitse nationaliteit, zou hij Ahlers tegenover de Nederlandse autoriteiten de hand boven het hoofd hebben gehouden. Ahlers zat toen in de gevangenis wegens collaboratie.

Volgens Lee kunnen de chantage en de problemen verklaren waarom Otto Frank ook niet meer wenste mee te werken aan andere onderzoeken, zoals van Simon Wiesenthal. Ahlers overleed twee jaar geleden.

Voor de betrokkenheid van Ahlers bij de aanhouding van de familie Frank kan vooralsnog slechts indirect bewijs worden aangevoerd, gaf Lee woensdagmorgen toe in de Volkskrant. Ahlers was niet aanwezig bij de inval in Het Achterhuis. Het beslissende telefoontje naar de SD is naar alle waarschijnlijkheid niet door hem gepleegd. Maar zijn antecedenten en de chronologie van de dramatische gebeurtenissen spreken tegen hem.

Voor de Anne Frank Stichting is het ontbreken van sluitend bewijs een bezwaar tegen het boek. „We zijn blij met dit uitgebreide onderzoek”, reageert Mariette Huisjes, woordvoerder voor de stichting. „Maar in het boek lopen de feiten en de suggesties te veel door elkaar. Lee noemt theorieën met een grote stelligheid, terwijl daar niet echt een aanwijzing voor is. Dat Otto Frank in 1940 kruiden, zoals nootmuskaat en kaneel, leverde aan het Duitse leger staat vast. Dat blijkt uit kasboeken. Maar dat Frank ook na 1940 aan de Duitsers leverde, is een theorie van de schrijfster. Evenals de constructie over het verraad van Ahlers.”

De biografie ontleent haar betekenis niet louter aan het verraad van Ahlers, aldus Lee in de Volkskrant. „Zelfs als mijn hypothese ooit zou worden weerlegd, rest de opmerkelijke rol die Ahlers heeft gespeeld in het leven van Frank. Hoe schimmig de figuur van Ahlers ook moge zijn geweest, hun afgedwongen bondgenootschap geeft profiel aan Frank. Tot dusverre was dat nogal een eendimensionale figuur: de begripvolle, geduldige en ideale vaderfiguur. Nu blijkt die vader onder ongewone omstandigheden beoordelingsfouten te hebben gemaakt en dat maakt hem er heel wat menselijker op.”