Gepost op

Bernd Freytag von Loringhoven (1914-2007)

Bij de vijftigjarige herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog vertelde Von Loringhoven over de moedeloosheid die zich meester maakte van de nazikopstukken en hun familieleden die met Hitler in de bunker zaten terwijl het Sovjetleger de stad naderde. „Ze spraken erover of ze zich zouden doodschieten of gif zouden innemen”, zei hij in het interview van 1985. „En ze spraken erover of ze, als ze zich zouden doodschieten, het pistool in hun mond of tegen hun slaap zouden houden.”

Op 29 april, de dag voordat Hitler en de zojuist met hem in de echt verbonden Eva Braun een eind aan hun leven maakten, kreeg Von Loringhoven de kans de bunker te verlaten. Von Loringhoven, majoor bij de Wehrmacht, had als adjudant van generaal Hans Krebs de taak inlichtingen te vergaren voor Hitlers dagelijkse briefings.
Zijn taak verviel toen de radiozender die het leger gebruikte om hem de informatie toe te sturen, door het Sovjetleger werd uitgeschakeld. „Ik zei tegen generaal Krebs dat ik niet van plan was me daar als een rat in een gang te laten doden”, zei hij. „Ik vroeg toestemming om de gevechtstroepen te gaan opzoeken, of anders uit Berlijn te verdwijnen.”

Hij herinnerde zich dat Hitler niet boos, maar juist enthousiast reageerde op het nieuws dat hij en twee van zijn kameraden hadden besloten te vluchten. „Ik had het gevoel dat hij al had besloten een eind aan zijn leven te maken en dat hij, een lichamelijk wrak, jaloers was op drie sterke jonge mannen die nog de kans hadden erdoor te komen.”

De drie wisten uit handen van de Sovjets te blijven en lieten zich krijgsgevangen nemen door de geallieerden.
Na twee jaar in Britse krijgsgevangenschap te hebben doorgebracht mocht Von Loringhoven, telg uit een adellijk geslacht dat na de Eerste Wereldoorlog uit het tegenwoordige Estland naar het oosten van Duitsland verhuisde, weer naar huis.

In 2005 vertelde Von Loringhoven in een interview dat hij eigenlijk advocaat had willen worden, maar bij de Wehrmacht was gegaan omdat de advocatuur na 1933 alleen openstond voor leden van de NSDAP.
Hij behaalde de rang van majoor en werd hij als adjudant toegevoegd aan generaal Heinz Guderian, de ”vader van de blitzkrieg”.

Zestig jaar na dato gaf Von Loringhoven nog steeds blijk van de minachting die de Duitse adel en de top van de Wehrmacht jegens Hitler koesterden.
Hitlers enige militaire ervaring, zei hij, was die van korporaal tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarvan hij maar ??n begrip -fanatieke tegenstand- had onthouden.

De blitzkrieg was geen uitvinding van Hitler, maar van de militaire strategen die hij later aan de kant schoof, zei hij.
Zijn chef Guderian, de strateeg van de blitzkrieg, werd na een ruzie met Hitler in maart 1945 vervangen door Krebs.
„Zodra we de eerste tegenslag ondervonden werd hij (Hitler) doof voor de oproepen om op nieuwe, moderne verdedigingstactieken over te stappen. Die beschouwde hij als defaitistisch omdat ze soms vereisten gebied op te geven.”

In 1956 trad Von Loringhoven toe tot het leger van West-Duitsland en in 1973 ging als luitenant-generaal met pensioen.
Hij publiceerde zijn memoires onder de titel ”Mit Hitler im Bunker”, waarvan vorig jaar de Engelse vertaling verscheen.
bron: www.reformatorischdagblad.nl