Gepost op

Bergers willen slagschip Graf Spee boven water brengen

De bergingsoperatie zal zeker drie jaar in beslag nemen en vele miljoenen euro’s kosten. De regering van Uruguay draagt bij aan de kosten van de berging. Volgens de Uruguese duiker Hector Bado, die het wrak in 1997 ontdekte, is de bedoeling om de Graf Spee in stukjes en beetjes boven water te krijgen om het schip vervolgens aan land weer te assembleren. „We willen van de Graf Spee het beste zeevaartmuseum ter wereld maken”, aldus Bado, die benadrukt dat er wereldwijd geen enkel ander Duits slagschip uit de laatste wereldoorlog meer valt te bergen.
 
Voor het Chileense Robinson Crusoë eiland in de Stille Oceaan ligt op 70 meter diepte het wrak van de Dresden, een voorloper van de Graf Spee uit de Eerste Wereldoorlog, die eveneens door de eigen bemanning naar de diepte is gestuurd na een treffen met een Brits eskader.
 
Hoewel De Graf Spee op een diepte ligt van amper 8 meter onder de zeespiegel, maakt het buitengewoon troebele water van de Rio de la Plata en het vaak minder aangename weer in de regio de bergingsoperatie tot een uitdaging van formaat.
 
De duikersploeg van Hector Bado wil allereerst de antennemasten en de radarinstallatie van de Graf Spee bergen. De 27 ton zware communicatie- en vuurleidingtoren van het schip bevat elektronische en optische instrumenten die toentertijd uniek waren. De Graf Spee, en haar twee zusterschepen de Scheer en de Lutzow, beschikten als eerste oorlogsschepen over bruikbare radarapparatuur.
 
De Graf Spee was een zogeheten vestzakslagschip, een formaat net iets zwaarder dan een kruiser. Deze oorlogsbodems hadden kleinere vuurmonden en iets dunnere pantserplaten dan volwaardige slagschepen, zoals de Britse Dreadnoughts uit de Eerste Wereldoorlog, maar waren daarentegen aanzienlijk sneller. De Duitse marine besloot aan het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw noodgedwongen tot de bouw van kleine slagschepen omdat het Verdrag van Versailles het land het bezit van grotere marineschepen verbood. Aanvankelijk stonden kleine slagschepen dan ook te boek als zware kruisers, om aan de beperkingen van het verdrag te ontkomen.
 
De Duitse vestzakslagschepen waren hoofdzakelijk bestemd voor het ontregelen van de vijandelijke koopvaardij. De marinestaf in Kiel kreeg met de Graf Spee en haar zusterschepen de beschikking over oorlogsbodems die wereldwijd de oceanen konden afstropen. Tegelijkertijd waren de kleine slagschepen superieur aan de kruisers die gewoonlijk bescherming boden aan handelskonvooien, waardoor zij welhaast ongestoord hun dodelijke gang konden gaan. Juist hierom was het voor de Britse marine destijds een topprioriteit om deze ”roofdieren van de zee” op te sporen en uit te schakelen.
 
Volgens de Britse marinearcheoloog Mensun Bound van de universiteit van Oxford, die de Uruguese bergers bijstaat, was de Graf Spee qua technisch vernuft „een juweel” van haar tijd. „En aan het schip kleeft bovendien geen duistere geschiedenis. De kapitein was een eervol en oprecht man en bij de slag op de Rio de la Plata verloor geen van de partijen haar goede naam”, aldus Bound.
 
De Graf Spee, die in 1936 in de vaart kwam, heeft tijdens haar korte loopbaan in het zuidelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Indische Oceaan zeker negen geallieerde vrachtschepen (totaal ruim 50.000 ton) naar de bodem gestuurd. Het bijzondere hiervan was dat kapitein Hans Wilhelm Langsdorff bij de beschietingen en het tot zinken brengen van deze koopvaardijschepen stipt navolging gaf aan de toen geldende internationale regelgeving en de opvarenden van de koopvaarders die hij in het vizier had ruimschoots de gelegenheid bood om zich met reddingsboten in veiligheid te stellen. Geen enkele zeeman verloor bij acties van de Graf Spee het leven.
 
De laatste vaart van het schip begon 21 augustus 1939 toen de Graf Spee vanuit Wilhemshaven koers zette naar de Indische Oceaan. Op 13 december 1939 hadden de Britten het schip eindelijk gevonden in de Rio de la Plata, de brede, ondiepe zeemond tussen Uruguay en Argentinië. De Britse kruisers Ajax en Exeter, bijgestaan door de Nieuw-Zeelandse kruiser Achilles, raakten prompt slaags met de Graf Spee. Het Duitse schip wist de HMS Exeter uit te schakelen nadat vele tonnen aan munitie over en weer waren geschoten, maar had ook zelf ernstige averij opgelopen.
 
Kapitein Langsdorff moest de slag vroegtijdig afbreken om een neutrale haven binnen te lopen voor de benodigde reparaties. Op donderdag 14 december liep de Graf Spee de haven van de Uruguese hoofdstad Montevideo binnen. Onder het oorlogsrecht van die tijd had Langsdorff het recht om zich gedurende drie dagen schuil te houden en veilig te weten in een neutrale haven.
 
Al snel bleek dat er meer tijd nodig was voor het uitvoeren van de reparaties. Het anders slaperige Uruguay had niet alleen drie dagen lang de volle aandacht van de wereld op zich gericht, maar stond ook onder hevige diplomatieke druk van zowel Berlijn als Londen, die het tegenovergestelde eisten. Duitsland wilde vanzelfsprekend meer tijd, en de Britten verlangden dat de Uruguese regering de Graf Spee terstond de deur wees.
 
Uruguay hield evenwel stand en gunde het Duitse schip precies de drie dagen toegestane respijt. Hierna konden de even buitengaats loerende Britse kruisers de territoriale wateren binnen varen om hun werk af te maken.
 
Terwijl de halve wereld via rechtstreekse verslaggeving op de radio meeluisterde en honderdduizenden toeschouwers op de wal stonden, lichtte de Graf Spee op zondag 18 december 1939 om kwart voor zeven ’s ochtends het anker. Wat niemand wist, was dat het gros van de bemanning in de nacht ervoor van boord was gehaald en een onderkomen had gevonden op een Duits vrachtschip in de haven van Montevideo. Aan boord van de Graf Spee bevonden zich slechts kapitein Langsdorff en een kleine ploeg loyale zeelui die bevel hadden gekregen om even buiten de territoriale wateren van Uruguay de luiken te openen en zodoende het schip tot zinken te brengen.
 
Een aanzienlijk deel van de 1100 opvarenden van de Graf Spee gaf er later de voorkeur aan om niet naar Duitsland terug te keren en vestigde zich in Argentinië en Uruguay. Enkele van hen, nu hoogbejaard, helpen de bergers thans met het in kaart brengen van het oorlogsschip. Twee dagen na zijn schip tot zinken te hebben laten brengen, pleegde kapitein Langsdorff zelfmoord.