Herinneringscentrum Kamp Westerbork de Striptentoonstelling Het Onvoorstelbare Verbeeld

Op 19 juli 2024 opent in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork de striptentoonstelling Het Onvoorstelbare Verbeeld. Hiervoor maakten tien getalenteerde eigentijdse stripmakers met verschillende achtergronden en leeftijden uit onder meer Nederland, Duitsland, en België vanuit hun eigen perspectief een verhaal in de context van drie voormalige nazi-concentratiekampen uit hun eigen (buur)land: Neuengamme in Duitsland, de Dossinkazerne in België en kamp Westerbork. Tegelijkertijd verschijnt de Graphic Novel Het Onvoorstelbare Verbeeld in vier talen (Duits, Engels, Frans en Nederlands). 

De tien hedendaagse striptekeningen vormen het hart van het project. In de tentoonstelling en de Graphic Novel worden de tekeningen van context voorzien door historische voorwerpen, bijzondere (audiovisuele) fragmenten van zowel experts als ooggetuigen van de verschrikkingen, informatie over het maakproces en de motivatie van de tekenaars.

Tachtig jaar oude strip
Aan de basis van Het Onvoorstelbare Verbeeld ligt een tachtig jaar oude strip die enige tijd geleden in een Amerikaans archief ontdekt werd. In een poging enigszins voorstelbaar te maken wat zich in het hart van Europa voltrok verbeeldde August M. Froehlich in 1944 wat er gebeurde na de aankomst van een deportatietrein. De strip werd begin 1945 gepubliceerd terwijl de meeste Duitse vernietigingskampen nog volop in bedrijf waren.

Samenwerking
Het Onvoorstelbare Verbeeld betreft een samenwerking tussen het Herinneringscentrum kamp Westerbork en (inter)nationale partners Kazerne Dossin, Gedenkstätte Neuengamme, NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en uitgeverij Scratch Books.

De tentoonstelling is tot 1 september te zien in Herinneringscentrum Kamp Westerbork, daarna zal het doorreizen naar Kazerne Dossin in België en vervolgens naar Gedenkstätte Neuengamme in Duitsland. De Graphic Novel Het Onvoorstelbare Verbeeld is vanaf eind juli verkrijgbaar.

Opening van de tentoonstelling
Het openingsprogramma van Het Onvoorstelbare Verbeeld begint vrijdag 19 juli om 14:00 uur. Pers is van harte welkom. 

Aanmelden kan via pr@kampwesterbork.nl of 06-15445969. Let op: het openingsprogramma is in het Engels.

Program 

  • 14.00    Welcome                
  • 14.05    Interview – Telling the story of persecution with comics
    Kees Ribbens, Erik de Graaf, Ansgar Karnatz, Bas Kortholt 
  • 14.20    Musical Intermezzo – Simon Gronowski               
    Lars van der Meer & Roman Bochkov (Prins Claus Conservatoire) 
  • 14.25    Interview – The works                
    B. Carrot, Guido van Driel, Jeroen Janssen, Melanie Kranenburg & Kees Ribbens 
  • 14.40    Musical Intermezzo – Lex van Weren                 
    Lars van der Meer & Roman Bochkov (Prins Claus Conservatoire) 
  • 14.45    Interview – The works                
    Milan Hulsing, Sterric, Tobias Dahmen & Kees Ribbens 
  • 15.00    Graphic novel ceremony, end of presentation, & visit to exhibition

De betrokken striptekenaars zijn Erik de Graaf, Melanie Kranenburg, Sterric, Jennifer Daniel, B. Carrot, Wide Vercnocke, Milan Hulsing, Tobi Dahmen, Jeroen Janssen & Arezoo Moradi en Guido van Driel. ‘Het Onvoorstelbare Verbeeld’ is mede mogelijk gemaakt met financiële bijdragen van Dutch Culture, het Mondriaan Fonds, de Nederlandse Ambassade in België en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Verslag Battlefield Tour 4 t/m 7 Juni 2024 Normandië

Dinsdag 4 Juni.

Zoals ieder jaar, vertrokken wij nu ook weer vroeg vanuit Breda en wel om 06.00 uur.

Via de Pont de Normandie bereikten we s ’middags Pegasus Bridge bij Benouville.

Omdat het dit jaar precies 80 jaar geleden is dat de invasie plaatsvond, was het bijzonder druk.

Een Amerikaanse Pipes and Drums-Band speelde verschillende bekende nummers zoals “Scotland the Brave” en marcheerde over de brug. Deze gelegenheidsband was samengesteld uit Brandweermensen die uit allerlei staten kwamen.

Deze plek is beroemd geworden door de acties van het “Oxfordshire en Buckinghamshire Light Infantery Regiment”, zij veroverden in de nacht van 5 op 6 Juni 1944 de strategische bruggen over de rivier de Orne en Het Caen-Kanaal.

De originele brug en een replica van een Horsaglider zijn te zien achter het museum.

Het volgende doel is  de Britse militaire begraafplaats in Ranville.

De eerst gesneuvelde Britse militair was Danny Brotheridge, hij stierf aan zij  verwondingen opgelopen in de strijd om de brug.

Hij ligt begraven naast de kerk van Ranville, aan de andere kant van de kerk is de grote Britse militaire begraafplaats met zo’n 2565 graven.

Een bijzonder graf is dat wel van Emile Corteil, hij sneuvelde op 6 juni 1944 samen met zijn “parahond” Glenn.

Beiden hebben hun laatste rustplaats gevonden in hetzelfde graf.

Daarna richting hotel waar we de komende dagen zullen verblijven

 

  Woensdag 5 Juni. 

Omdat de verwachting was dat het ontzettend druk zou worden in Ste Mere Eglise, gingen we vroeg op pad, om  08.15 uur.

Aangekomen werd al gauw duidelijk dat parkeren wel een ding zou worden.

We kwamen makkelijk door de eerste controle.

Even verderop bij de rotonde die gedeeltelijk afgezet was met grote betonblokken, kregen we controle van een beveiliger die ons vroeg of er veteranen in de bus zaten.

Die hadden we ook!! Uiteraard niet van WO2 maar latere conflicten.

We mocht de bus dus parkeren op de daarvoor bestemde plaats.

Evenals vorige jaren was er ook weer een groot reanactment-kamp (Camp Geronimo) achter het museum.

Waren er vorig jaar al flink wat historische voertuigen, nu waren er bijna twee keer zoveel!!

Ik telde maar liefst 10 Shermantanks, een Stuarttank en een Hellcat.

Ook hier weer veel gezelligheid!

Het volgende item op het programma zou “La Fiere: zijn met het standbeeld van “Iron Mike”.

Echter bleek dat alles zo was versperd dat dit onmogelijk was.

Dus leek op dat moment de Batterijen van Azzeville of die van Crisbecq een goed alternatief was.

Normaal gesproken zou het daar redelijk rustig zijn geweest, ware het niet dat er parachute droppingen in dit gebied waren gepland.

Dan maar richting Utah Beach.

Op weg hier naartoe lag Manoir de Brecourt met een monument dat de acties van Majoor Dick Winters herdacht. Hier werden 5 grote Duitse kanonnen uitgeschakeld door de para’s van de 101ste Airborne ( 506 Regiment. Easy Company). Dus een korte stop was wel op zijn plaats.

 Gelukkig was het bij Utah Beach

Niet zo druk. We konden dus daar uitgebreid tijd nemen om zowel museum als strand te bezoeken.

Op Utah Beach bevond zich net op dat moment. Een groep veteranen.

Net voor de strandingang zat een veteraan die met zijn rollator niet op het strand kon komen.

Een van de begeleiders van deze groep vertelde dat deze veteraan gevochten had in Oostenrijk.

In de groep was een veteraan van 105 die op Omaha Beach was geland op D-Day.

Mij werd verteld dat deze krasse man, zich geestelijk en lichamelijk nog een stuk jonger voelde, hij golfde nog drie keer per week.

Net voor het museum was iemand die gekleed was als een lid van de Franse Gendarme uit WO2.

Ik mocht samen met hem op de foto.

Toen weer richting  Bayeux.

   

Donderdag 6 Juni.

Op deze speciale dag was het  voor een groot deel van het invasiegebied verplicht om een speciaal vignet op voorruit van auto of bus te voeren.

Alleen dan mocht je je in het gebied verplaatsen.

De snelweg van Caen naar Isigny was compleet verboden terrein dus wilde je ergens naar toe dan maakte je gebruik van een andere weg.

Vanwege deze handicap, had ik besloten dat de batterijen van Longues sur Mer, die dichtbij  lagen, een prima site was om te bezoeken.

Onderweg hiernaar toe, bezochten we de Britse Militaire begraafplaats bij Ryes.

Hier liggen,  naast 1 Pool en 335 Duitsers. 652 gesneuvelden van het Britse gemenebest.

Op dit ereveld liggen, naast elkaar, twee broers, Robert en Joseph Casson.

Robert werd bij de landing op Juno Beach al in de boot geraakt en stierf ter plaatse, hij kreeg een zeemansgraf. Echter op 19 Juni spoelde zijn lichaam aan en werd hij begraven bij een strandmuur bij St Aubin sur Mer. Later werd hij herbegraven op Ryes Cemetery.

Toen de moeder op 17 en 18 Juli bericht kreeg dat beide broers gesneuveld waren (Joseph op 27 Juni), deed zij een verzoek om Joseph, die op een andere begraafplaats lag, over te brengen naar Ryes en te worden begraven naast zijn broer. Aan dat verzoek werd op 13 November van datzelfde jaar voldaan.

Longues sur Mer is wel een van de meest bezochte plekken in deze streek.

In de 4 geschut bunkers stonden stukken scheepsgeschut van 150 mm die een ernstige bedreiging vormden voor de invasiestranden.

De kanonnen werden, na een vuurgevecht met geallieerde schepen voor de kust, op 6 Juni 1944 uitgeschakeld en de batterij werd de volgende dag veroverd door de Britten.

Uniek is dat in 3 van deze bunkers nog een compleet kanon staat.

De vuurleiding bunker aan de rand van de kust is ook nog bewaard gebleven.

Voordat we terug naar Bayeux gingen, bezochten we het Musee des Epaves (wrakkenmuseum).

Gedurende 35 jaar heeft eigenaar van dit museum “oud ijzer” uit zee naar boven gehaald om als schroot verkocht te worden. Vanwege het feit dat er een aantal complete tanks en delen van schepen bij waren. heeft hij gezorgd dat die geconserveerd werden en buiten of binnen tentoongesteld werden,

Binnen is er een overvloed van opgedoken zaken van vaar- en voertuigen die voor de kust gezonken waren tijdens de invasie.

                          

Vrijdag 7 Juni.

 Onze laatste dag alweer.

Richting Breda, maar onderweg bekeken we nog de Batterie Todt bij Audginghen.

Een reusachtige bunker die onderdeel uitmaakte van de Atlantikwall.

Naast het museum een stuk spoorweggeschut, uniek in Europa.

S ’Avonds waren we net na 7 uur weer in Breda zonder noemenswaardig oponthoud.

Deze reis ook een aantal veteranen gezien waarvan sommigen al meer dan 100 jaar oud zijn!!

Volgend jaar gaan we van 5 t/m 8 Juni, ik weet zeker dat het dan een heel stuk rustiger zal zijn.

Dan is er voldoende tijd en gelegenheid om weer allerlei interessante plekken te kunnen bezoeken.

                    

Hans Rombouts

 

 

Nieuw boek: Het Antisemitisme van de NSB

 

De NSB keerde zich niet alleen tegen Joden, maar ook tegen patiënten met erfelijke ziekten.

Deze week is het boek Het antisemitisme van de NSB verschenen. Schrijver en lid van onze vereniging Harold Makaske schetst aan de hand van citaten en illustraties de ontwikkeling van de Jodenhaat van Anton Musserts beweging vanaf de oprichting in 1931 tot het naoorlogse proces tegen Mussert. Ook wordt aandacht geschonken aan de reac-ties van politici en kranten op de Jodenhaat’. ‘Wat opvalt, is dat de kranten uit de jaren dertig vrijwel unaniem het antisemitisme van de NSB veroordeelden’, aldus de schrijver.

De NSB, opgericht in 1931, was aanvankelijk niet antisemitisch en hield ze zelfs speciale bijeenkomsten voor Joodse leden. Dat veranderde binnen enkele jaren. Voor de Duitse inval in mei 1940 was de organisatie al zo geradicaliseerd dat Mussert voorstelde een groot deel van de Joden uit Nederland te verbannen.

Makaske ontdekte dat de NSB zich niet alleen tegen de Joden richtte, maar ook tegen zieken en gehandicapten met erfelijke afwijkingen. Deze door de nationaalsocialisten zo-genoemde ‘minderwaardigen’ zouden verplicht moeten worden gesteriliseerd. ‘De NSB was veel radicaler dan vaak in boeken wordt beschreven. Nationaalsocialisten zagen niet alleen bepaalde bevolkingsgroepen als minderwaardig, maar discrimineerden daar-naast eigen volksgenoten’, zegt Makaske.

Harold Makaske (1964) studeerde rechten en politicologie en werkte jarenlang in politiek Den Haag. In 2023 verscheen zijn boek Zwarte propaganda over de Nederlandsche Na-tionaal-Socialistische Uitgeverij (NENASU) van Anton Mussert.

Harold Makaske, Het antisemitisme van de NSB

102 pag. met illustraties

Gebonden in harde band

ISBN: 9789465014708

€ 24,95