verboden klassieke muziek

activiteit
 lezing met muziekfragmenten over verboden klassieke muziek in de oorlog
 
datum
 zondag 5 februari 2006 om 14.00 uur
 
locatie
 OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Veerlaan 82/92, 3072 ZZ Rotterdam,

010-484 89 31
 
bereikbaarheid
 * Openbaar Vervoer: Metro Rijnhaven, Buslijn 77, richting Katendrecht, Halte Rechthuislaan

* AUTO: Volg havennummer 1283
 
openingstijden
 Dinsdag t/m vrijdag 10.00-16.00 uur, zondag 12.00-16.00 uur.
 

Herdenking van gevallenen fusillade

Vanmorgen werd de gruwelijke executie herdacht. Bij het monument aan de Woudweg werden kransen gelegd, onder meer namens het Comit? tot herdenking van de 22ste januari 1945 en het Dockingacollege, de school die met monument geadopteerd heeft.


Voorafgaand aan deze sobere plechtigheid legden de wethouders Jacob Appelhof en Sicco Boorsma (zie foto) van de gemeente Dongeradeel om tien uur een krans bij het oorlogsmonument aan de Noorderdwinger, waarna een moment van stilte in acht werd genomen.

Foto: Jochum Boomsma – www.boomsma.org

Bron: Nieuwe Dockumer Courant

Verzetsheld Frans van Riel overleden.

Levensgevaar.
 
Na de oorlog deed Frans van Riel dienst in onder andere Asten, later ging hij over naar de Verkeerspolitie met als standplaats Eindhoven, waar hij op 29 mei 1970 als Oppper met pensioen ging. Frans van Riel heeft geen gemakkelijk leven gehad. Gedurende de oorlog verkeerde hij constant in levensgevaar, hetgeen zijn sporen achterliet. Voor zijn verdiensten in oorlogstijd ontving hij zowel Nederlandse als hoge buitenlandse onderscheidingen uit Belgie, Frankrijk, Engeland en Amerika. Zo ontving hij het Mobilisatie-oorlogskruis en het Verzetsherdenkingskruis. De Belgische onderscheidingen: Gouden Kruis van het Geheim Leger, Ridder in de Orde van Erkentelijkheid, Herinneringsmedaille van den Oorlog 1940-1945, Medaille van de Weerstand. Voorts de Engelse onderscheiding King George VI Medal en de Amerikaanse onderscheiding Medal of Freedom. Verder de Franse onderscheidingen Medaille van de l’Union des Evades en de La Croix du Combattant de l’Europe.
 
 
Bron: Kempener Koerier nummer 2-11 januari 2006

Moedige daad van Brabander na ruim 60 jaar erkend

Het  "Certificate of Appreciation" is een specifieke blijk van waardering door de Amerikaanse Luchtmacht-organisatie AFEES (AirForces Escape & Evasion Society) en wordt  toegekend voor bijzondere hulp aan gestrand  of ontsnapt Amerikaanse vliegend personeel, dat in WO2 daardoor uit handen van de Nazi-Duitse bezetter kon blijven.

Op 20 October 1943 landden twee van vijf Amerikanen,  per parachute uit hun beschadigde B-17 bommenwerper ontsnapt, practisch voor de neus van de heer van Nunen, toen werkend op zijn vaders bouwland bij het kerkdorp Zijtaart.

Voor dat Duitse soldaten, die reeds op zoektocht naar de vijf waren hen konden vinden, bracht de heer van Nunen hen in veiligheid, zorgde voor wat eten, boeren-overall’s en klompen waarop de twee overigens nauwelijks konden lopen.

Navigator William J. Doherty uit Boston en schutter Frank Killarney uit New York werden door van Nunen tot het donker in bossages verborgen en later met behulp van gewaarschuwde verzetsmensen naar het later zo bekend geworden safehouse van de familie Otten in Erp gedirigeerd.

De naam van een van de twee, Doherty, heeft hij zijn verdere leven nooit vergeten.

Richard van Nunen, een bescheiden mens, zocht na het einde van de oorlog nooit naar openlijke erkenning voor zijn daad, waarop de Duitsers onverbiddelijk  de doodstraf toepasten. Hij was toen nauwelijks 20 jaar oud, doch besefte wel degelijk het risico. Bekendheid van zijn daden in oorlogstijd beperkte zich tot de familiekring.

 Een familielid, Mevr. van de Tillaar uit St. Oedenrode, dat over zijn daad hoorde, zocht begin 2005 o.a. op het Internet naar mogelijke informatie over wat er die 20e October 1943 in dat deel van Brabant aan oorlogshandelingen had plaatsgevonden en stuitte daarbij in het Internet-Archief van een Berlijnse krant op een artikel, waarin bijzonderheden werden gemeld over het die dag, 20 Oct. 1943, neerstorten van een Amerikaanse bommenwerper in De Bilt en een Gedenkdag aldaar in 2003 voor vijf Amerikanen en drie burgers die daarbij omkwamen.

In het artikel waren via een geplaatste oorlogsfoto uit het Otten Archief  naast hun foto, de namen van deze twee Amerikanen genoemd.

Haar naspeuringen hierop in de zomer van 2005 leidden haar naar hobby-historicus Co de Swart uit Zeist die zo bleek,  een onderzoek naar de crash van een B-17 vliegtuig in zijn toen geboortedorp had verricht en de initiatiefnemer voor een Monument en de Herdenkingsdag in De Bilt was geweest.

Hierna werden de zaken snel overduidelijk, de Swart kende vanuit zijn eerder onderzoek in de USA de Killarney- en Doherty-families. Ten huize van van Nunen in Veghel opende de Swart zijn archief over die  20e October, contactte later zijn vrienden bij de 8e USAF Historical Society en AFEES, hetgeen op de 19e Januari a.s. zal leiden tot het aanreiken aan de heer van Nunen  van deze bijzondere blijk van waardering.  Meer dan verdiend!.

Bijzonder is, dat de heer van Nunen eveneens een speciaal voor hem op Thanksgiving Day 2005 in Amerika opgenomen ‘video’ed message zal worden overhandigd, vervaardigd door de twee dochters Pat en Joan van Navigator William ‘Bill’ Doherty.

Bron: C. de Swart

Onderdeel van een misdadige oorlog

De reeks ”Oorlogsdomein” is in het voorjaar van 2001 van start gegaan. De Arbeiderspers had al vele jaren de reeks ”Priv?-domein” (met egodocumenten: dagboeken, brieven en dergelijke) en de biografieënreeks ”Open domein”. ”Oorlogsdomein” werd een derde reeks, waarin directe getuigenissen van de slagvelden van de twintigste eeuw zouden worden geboekstaafd.

Intussen is de reeks qua opzet wat breder geworden, want niet alle boeken berusten op persoonlijke ervaring van oorlogshandelingen. Marc Dugain schreef bijvoorbeeld over de Eerste en Tweede Wereldoorlog (respectievelijk ”De officierskamer” en ”Gelukkig als God in Frankrijk”) op grond van documentatie en het getuigenis van zijn grootvader. Anne Nivat schreef een journalistiek verslag over de dreigende situatie in Tsjetsjenië (”Het Tsjetsjeense labyrint”). Hoe militair het maatschappelijk leven daar ook getoonzet is, wat Anne Nivat beschrijft kun je moeilijk een slagveld à la Verdun noemen.

Toch blijven de samenstellers van ”Oorlogsdomein” streven naar een weergave van de onmiddellijke ervaring van de oorlog. Dat blijkt wel uit het oorlogsdagboek van Willy Peter Reese, dat als deel 15 van ”Oorlogsdomein” verscheen. Reese was een soldaat van de Wehrmacht tijdens Hitlers veldtocht tegen Rusland, die op zijn 23e aan het front overleed, in 1944.

Het Duitse leger was in de zomer van 1941 vol triomfantelijke verwachtingen het grote Rusland ingetrokken. Hitler hoopte het er beter af te brengen dan Napoleon, die zo’n anderhalve eeuw eerder geprobeerd had Rusland te onderwerpen. Maar ook Hitlers poging was geboren uit zelfoverschatting. Rusland leverde grote problemen op voor het Duitse leger. De omstandigheden waren slecht en werden alleen maar slechter. Maar ondanks de koude, de smerigheid en de uitputting slaagde soldaat Reese erin aantekeningen te maken, die hij later uitwerkte.

Reese was een geletterde en cultuurbetrokken jongen toen hij onder de wapenen moest. In zijn boek wordt de bevreemding over alles wat hij meemaakt tastbaar. Zijn stijl is dramatisch, vooral aan het begin van het boek: „De wereldoorlog begon, en we zagen hoe God en de sterren stierven in het avondland. De dood raasde over de aarde. Hij zette zijn masker af, naakt grijnsde zijn knokige gezicht. Waanzin en pijn beitelden nu zijn trekken. We reisden af naar het niemandsland, beleefden zijn dans in de verte en hoorden zijn trommels in de nacht. Zo haalde hij zijn oogst binnen uit lege en volle aren.”

Wat Reese meemaakt en wat hij allemaal ziet gebeuren, grenst aan het onvoorstelbare. Vooral omdat hij zelf helemaal deel gaat uitmaken van de oorlogsmachine. Ook hij steekt zonder scrupules huizen in brand, terwijl vrouwen en kinderen huilend in de vrieskou toekijken. Het valt op dat Reese intens bezig is zijn nieuwe situatie te doordenken. Wie is hij geworden in de oorlog? Zijn gedachten gaan in de richting van een heroïsch nihilisme: hij zal als een held zijn lot aanvaarden, zich eraan overgeven en niet verlangen naar iets anders. Reese zoekt een nieuw evenwicht, maar dat vindt hij niet zonder slag of stoot. De gegevenheden van zijn culturele en christelijke vorming laten hem niet zomaar los. Met grote regelmaat noemt hij God, soms pagina na pagina: „Het begon als het oeroude cirkelen rond God. Maar tegenover mijn noodlot verbleekte Zijn gedaante. Ik wilde geen zwakkeling zijn, in nood en angst tegen Zijn alomtegenwoordigheid leunen, niet als een kind lief en leed in Zijn vaderhanden leggen, mijn lot als straf en genade aanvaarden en me met sacramenten en beloftes troosten.”

Het verslag van Reese is niet het relaas van een buitenstaander, die precies kan aanwijzen wat ethisch wel en niet door de beugel kan. Reese beschrijft de misdadige oorlog, waarvan hij een onderdeel is. Hij laat zien hoe de oorlogsmachine er debet aan is dat mensen verworden en dat medemenselijkheid plaatsmaakt voor wreedheid en beestachtigheid. Reese schrijft op een manier die je dwingt het ernstig te nemen, zoals je de schreeuw van een drenkeling ernstig neemt.

”Kaputt” van de Italiaan Curzio Malaparte speelt evenals het boek van Willy Peter Reese in Rusland, maar niet uitsluitend daar. Taferelen uit Rusland worden afgewisseld met episodes in onder meer Zweden, Polen, Finland en Italië.

Malaparte (1898-1957) zal vandaag niet snel gerekend worden tot de grote auteurs van de twintigste eeuw. Toch was hij in het midden van de vorige eeuw beroemd en ook wel berucht. Ruim voor de Tweede Wereldoorlog schreef hij al een reeks boeken en ook nadien. Hij sympathiseerde met Mussolini, maar was tegelijk een luis in de pels van de
Italiaanse fascistische beweging. Dat leidde tot een tijdelijke verbanning door de Duce.

Een paar jaar later reisde Malaparte met het Italiaanse leger mee als oorlogscorrespondent. Hij had daarvoor een korte loopbaan in het diplomatieke circuit gehad, zodat hij zich als journalist gemakkelijk bewoog in hogere kringen.

In ”Kaputt” -dat Malapartes ervaringen als achtergrond heeft, maar ook veel fictie bevat- maak je als lezer van dichtbij mee welke sfeer er bijvoorbeeld heerst bij de hoge Duitse leider Frank, die Polen moest besturen in naam van Hitler. Ook is het ijzig indrukwekkend als hij de witte koude oproept van een Fins meer, waarin talloze paarden van het Russische leger zijn vastgevroren, zodat alleen hun hoofden nog boven het ijs uitsteken. Malaparte schetst vele taferelen, van massa-executies tot conversaties met de prins van Zweden. Zijn slotsom is een bittere: het avondland is tot ontbinding overgegaan, het is ”kaputt”.

N.a.v. ”Kaputt”, door Curzio Malaparte; uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2005; ISBN 90 295 3828 7; 612 blz.; € 27,50;

”Mijzelf merkwaardig vreemd”, door Willy Peter Reese; uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2005; ISBN 90 295 6289 7; 256 blz.; € 22,95.

Bron: www.refdag.nl