Gepost op

„Vroukje is op onze weg gekomen”

Zij kregen de onderscheiding voor hun hulp aan de joodse vrouw Vroukje Zaligman-Dwinger.
Zij lieten haar in 1942 in hun woning in Duivendrecht onderduiken, nadat de nazi’s Salomon Zaligman, een zakenrelatie van slager Van den Beukel, hadden opgepakt. Daardoor overleefde Vroukje de Tweede Wereldoorlog.
Later bleek dat Salomon Zaligman op 30 september 1942 in Auschwitz is vermoord.

De inmiddels hoogbejaarde Hillie van den Beukel nam de onderscheiding woensdag in Duivendrecht in ontvangst.
Haar man krijgt de onderscheiding postuum.

Nadat het echtpaar Van den Beukel Vroukje Zaligman in huis had opgenomen, werd voor haar een onderduikadres in Doorn gevonden.
Toen de situatie daar enige tijd later te gevaarlijk werd, kwam de Joodse vrouw definitief bij de Van den Beukels in huis.

Zij kreeg een vals persoonsbewijs met de naam Cornelia Buning, wat tot gevolg had dat de drie kinderen Van den Beukel haar tante Bunie gingen noemen.
Zij hielp mee met de verzorging van de kinderen en in de huishouding. Na de oorlog bleef Vroukje Zaligman zich innig verbonden voelen met de familie Van den Beukel.
Ze overleed in 1972 op 78-jarige leeftijd.

Hillie (geb. 1913) en Arie (geb. 1912) trouwden in 1939.
Het jonge paar vestigde zich in Duivendrecht in de Kloosterstraat 84.
Hillie maakte van haar gezin een „warm, harmonisch rustpunt, waar velen welkom waren met hun lief, maar vooral met hun leed”, aldus Yad Vashem.

Volgens de organisatie is zij een „blijmoedige, bescheiden vrouw, diepreligieus en godsvruchtig.
Haar grote Godsvertrouwen blijkt uit haar antwoord op de vraag of het leven, vooral in de oorlog, niet erg moeilijk was: „Het is op onze weg gekomen, wij hebben er niet om gevraagd, maar zijn er voor geplaatst, dus vertrouwen wij erop dat wij er ook de kracht voor krijgen.”

Arie had een brede belangstelling voor de wereld rondom hem, aldus Yad Vashem.
„Evenals zijn vrouw had hij een groot rechtvaardigheidsgevoel en een groot sociaal mededogen. Velen konden met hun problemen bij hem terecht. Door zijn werk op het abattoir had hij veel Joodse kennissen en zakenrelaties. In die tijd zaten veel Joden in de vleeshandel.”

Toen in de nazitijd allerlei maatregelen tegen Joden werden genomen, deden velen een beroep op Arie.
Hij hielp met het vinden van onderduikplaatsen, verzorgde bonkaarten voor de onderduikers en probeerde hun morele steun te geven.

Arie en Hillie van den Beukel wisten heel goed welke grote gevaren het opnemen van Vroukje Zaligman voor hen en hun gezin met zich meebracht, wanneer dit zou worden ontdekt. „Toch deden zij het, omdat zij vonden dat het hun plicht was. Zij waren ervan overtuigd dat zij hierbij kracht van Boven zouden krijgen.”
bron: www.reformatorischdagblad.nl