Gepost op

Aart Alblas was uitzonderlijk geheim agent

DORDRECHT/MAUTHAUSEN – ,,Mijn moeder zat in mei 1945 -na de bevrijding van Dordrecht- elke dag zwijgend voor het venster van ons huis aan de Prinsenstraat 23. Zij hoopte dat haar zoon Aart juist op dat moment de straat weer in zou komen lopen. Alleen kwam Aart niet. Toen besloot de familie om prins Bernhard om inlichtingen te vragen om de waarheid te kunnen achterhalen.”

De zus van Aart Alblas, Jos Stegeman-Alblas (82), gaat terug in de tijd met als geheugensteun haar dochter Marianne Dekkers-Stegeman, schoonzus Lucie Alblas-Husen (90) en haar neef Janco Alblas.

De familie Alblas wil het verhaal nog ??n keer vertellen. ,,Wij vinden het passend met het oog op de zestigste sterfdag van Aart. Hij overleed op 7 september 1944 in concentratiekamp Mauthausen.”

De Dordtse Engelandvaarder, geheim agent, marineofficier en verzetsstrijder werd door SS op de vlucht doodgeschoten. Deze standaardomschrijving had de SS bedacht om de moord op Aart Alblas, Dordtenaar Hendrik Sebes en andere geheime agenten uit Nederland grondig te kunnen boekhouden.

Het overlijdensbericht van Aart Hendrik Alblas werd op 9 juli 1945 in de Dordtse kranten gepubliceerd. Met nadruk werd daarin gesteld dat de 25-jarige Aart Alblas in dienst van Koningin en Vaderland de dood vond. De familie voelde zich door zijn geloofsgetuigen in zijn gevangenschap zeer gesterkt. Via het zogeheten Oranjehotel in Scheveningen en gevangenis Haaren en Assen was hij uiteindelijk in Mauthausen terechtgekomen.

Enkele kilometers boven Mauthausen aan de Donau in Oostenrijk is in de heuvels het concentratiekamp te vinden. Plotseling wijkt de natuur. Het concentratiekamp, dat op een heuvel ligt, steekt scherp tegen de hemel af. In het kamp lijkt de tijd stil gestaan te hebben en zijn zichtbare herinneringen zeer indrukwekkend.

De familie Alblas hoopt dat de meest gedecoreerde Dordtenaar eindelijk een vaste plek krijgt in de Dordtse geschiedenis. Inmiddels zijn er plannen om in Dordrecht een straat naar Aart/Klaas Alblas te noemen.
,,Onze Aart heeft diep in het verzet gezeten en werkte onder verschillende schuilnamen, zoals Klaas. We ontdekken zijn grote rol pas echt na de oorlog. Natuurlijk wisten we al iets nadat hij met A.M. Westerhout in de nacht van 18 op 19 maart 1941 in een wrakke boot naar Engeland was overgestoken. Zij deden zich, in gestolen Duitse uniformen, in Hellevoetssluis voor als Duitsers in een plezierboot en ontsnapten.”

Niet kort daarna vonden zijn ouders in het kolenhok achter hun huis allerlei spullen van Aart. Zus Jos: ,,Zij vonden geweren met munitie. Mijn ouders hebben die wapens voor de veiligheid in de Oude Maas gegooid.”

Later bleek dat Alblas, vooral in samenwerking met de Dordtse kandidaat-notaris J.A. Idema, al volop in het verzet zat en overal contacten had, ook met de Paroolgroep. Daarnaast hielp hij in Frankrijk Britse militairen te vluchten.

Marine

In Engeland had de in 1936 voor zijn HBS B in Dordrecht geslaagde Alblas liever teruggegaan naar de marine. Hij had een jaar een officiersopleiding in Den Helder gevolgd, voordat hij nog tot 1940 de koopvaardij diende.

Volgens de stichting Vriendenkring Mauthausen, die eigen onderzoek heeft gedaan naar zijn geschiedenis, voelde de Dordtenaar in Engeland nog meer de heilige plicht om strijd te voeren tegen de Duitse bezetters. Zijn gereformeerde opvoeding – ook in de Wilhelminakerk aan de Blekersdijk – was mede bepalend.

Na een gesprek met Koningin Wilhelmina besloot hij toch geheim agent te worden en snel terug te gaan naar Nederland. Bij de Engelse inlichtingendienst werd hij onder de naam MI-6/CID* opgeleid. Hij wilde ook weg: ,,De losse zeden die hij aantrof in Engeland, stonden hem als gelovig en rechtlijnig Calvinist in hoge mate tegen”, aldus het gedenkboek Mauthausen.

Hij landde per parachute op 5 juli 1941 bij Nieuwe Schans, vijfhonderd meter van de Duitse grens. Na allerlei omzwervingen, kwam hij op 6 juli terug in Dordrecht en meldde zich aan het Vrieseplein. In kamers boven fotograaf Beerman woonde zijn vriend Idema.

Ergernis

Deze kandidaat-notaris werkte nauw met Alblas samen. Ook toen hij lange tijd tot groeiende ergernis van de Duitsers de enige zender (naam TBO) was in bezet Nederlands gebied. Zo kwam Engeland aan militaire inlichtingen, bijvoorbeeld over strategische doelen in Nederland voor de bommenwerpers van de RAF. Alblas moest volgens de Duitsers wel een agent van uitzonderlijke klasse zijn en hij wist meermalen ternauwernood te ontsnappen. Ook de Paroolgroep gaf politieke inlichtingen aan Engeland door via de verbinding van Klaas, een van de namen van Aart Alblas.

Zijn familie heeft hem, na zijn terugkeer in 1941, niet meer gezien. Aart heeft volgens het boek Englandspiel zijn familie wel eenmaal gezien op weg naar de Wilhelminakerk: ,,Alleen het tikken van de klok was te horen. Het liep tegen vijven, tijd voor Dordtenaren om weer ter kerke te gaan. Alblas stond op en liep naar de vitrages. Idema begreep waarnaar Alblas wilde kijken: zijn vader en moeder, zijn broers en zijn zusters, als die over het Vrieseplein naar de kerk liepen. Na een paar minuten kwam Alblas met natte wangen terug. Hij had ze gezien, maar zij mochten niet weten dat hij terug was, hoe graag hij hen ook had ingelicht.”

Marconist

In het eerste half jaar van 1942 kreeg Aart Alblas het steeds drukker als enige marconist die zich, ook toen het Englandspiel al was begonnen, staande wist te houden.

De lus die de vijand om Aart trok, werd wel steeds kleiner. Steeds meer verzetsmensen vielen in handen van de vijand. Volgens de getuigen van de Paroolgroep werkte hij toch gewoon door, rustig en met precisie. Volgens zijn vriend Jan Idema begon de spanning steeds meer van Aart Alblas te vergen.

Hij ontmoette ook de liefde van zijn leven. Een verpleegster van het Zuidwalziekenhuis uit Den Haag: Pum Hueting.

Na verhoor van een andere gepakte geheim agent, werden op 15 juli 1942 zijn verloofde Pum, haar moeder en broer door de Duitsers gearresteerd. Haar vader was eerder opgepakt en werd diezelfde zomer van 1942 gefusilleerd.

Op 16 juli 1942 klapte de val dicht. Aart wilde meer weten over zijn verloofde. Hij belde het ziekenhuis en vernam dat zij thuis ziek te bed lag. Uiteindelijk belde hij toch aan. Een Nederlandse verpleegster, die voor de bezetters werkte, deed open. In de slaapkamer lag zijn Pum, als een zwaar verbonden vrouw. Voordat hij zich realiseerde wat er precies aan de hand was, lag hij in de boeien. De actie werd geleid door Joseph Scheieder van de Duitse veiligheidsdienst SD, die hem persoonlijk verhoorde.

Verhoord

Alblas werd langdurig verhoord en bleef drie dagen zwijgen. De Duitsers wisten toen door alle andere aanhoudingen echter alles al.

Scheieder noemde hem na de oorlog een prachtkerel, een idealist. Maar volgens de Duitser telt idealisme niet in een oorlog.

Aarts verloofde Pum mocht hem in gevangenschap in Haaren eenmaal zien. Ze fluisterde hem in: ,,Probeer te ontsnappen”. ,,Nee”, zei hij tot zijn verloofde, ,,dan worden je ouders gefusilleerd.” Hij kon zijn verloofde nog net horen zeggen dat haar vader al de kogel had gehad. Toen maakten de Duitsers een einde aan het bezoek.

Bron: Brabants Dagblad