Gepost op

Mijnenveld ontdekt in duinen Vlissingen

Het mijnenveld is 150 bij 45 meter groot en ligt ter hoogte van een duinovergang. Het gebied is na de oorlog geruimd, maar toen zijn 152 mijnen niet gevonden. Het is onzeker of dat komt doordat ze zijn geëxplodeerd. Ze kunnen volgens het waterschap ook nog onder het zand liggen.

De mijnen bestaan uit een kistje met explosieven en een ontsteking van bakeliet. Door het metershoge zand was er nooit gevaar voor mensen, maar nu het gebied voor de versterking van de kust wordt afgegraven, is het levensgevaarlijk. Een expert onderzoekt het terrein.

Gepost op

Dodencel 601 driedimensionaal in beeld

De cel is vanaf juli via de website van de Stichting Oranjehotel te bezichtigen, liet een woordvoerder van DelftTech weten. Dit bedrijf voert het project samen met de stichting uit.

Doodencel 601 is een van de cellen waarin terdoodveroordeelden hun executie moesten afwachten. De ruimte verkeert nog in de oorspronkelijke staat. Op de muur staan inscripties die de gevangenen aanbrachten.

Ook het Poortje waardoor meer dan tweehonderd terdoodveroordeelden naar de Waalsdorpervlakte werden geleid en de op de buitenmuur aangebrachte plaquette met de tekst „Zij waren eensgezind” zijn via de website te zien.

Ook de Penitentiaire Inrichtingen Haaglanden zijn bij het project betrokken. Zij beheren de Scheveningse gevangenis. Doodencel 601 ligt aan een gang van het huidige complex. Door die lokatie kunnen maar weinig mensen de cel bezichtigen. Ook oud–gevangenen lukt het nauwelijks

.DelftTech is naast dit project samen met DelftForensics bezig met de reconstructie van de moord op Willem van Oranje in 3D.
 
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Indiëveteranen vallen buiten de boot

De stoet zou anders te groot worden. Op de tribunes zouden nog wel plaatsen beschikbaar zijn om de parade te zien voorbijtrekken, kregen zij per brief te verstaan van het Nationaal Comité Herdenking Capitulatie (NCHC).

De Indiëveteranen Henk de Jong in Sprang-Capelle en Peet van Ham in Made zijn meteen in de pen geklommen en hebben een protestbrief gezonden aan het NCHC. „Waar zijn jullie mee bezig”, schreven zij het comité. „Wij zijn verbaasd, verbijsterd en tot diep in ons hart getroffen. Wij voelen ons gedegradeerd en mogen nog slechts een plaatsje innemen op de tribune.” Beiden dienden bij de marine en waren kort na de Tweede Wereldoorlog betrokken bij de politionele acties in Nederlands-Indië.

Ook Teun de Roon uit ’s Gravenmoer, eveneens een oudgediende in het Indiëkorps, vindt de handelwijze van het bevrijdingscomité in Wageningen respectloos. Oud-Sprang-Capellenaar De Roon was bij de landmacht en is wel uitgenodigd voor het defilé, maar dat defilé wordt op 27 juni gehouden in Den Haag.

De Jong zegt veel reacties te hebben gekregen van mensen die met hem in Indië hebben gestreden en zich miskend voelen door de mededeling van het bevrijdingscomité.

Coördinator Henk Snijder van het NCHC verheelt niet uit het hele land een stroom van boze reacties te hebben ontvangen van Indiëveteranen. Volgens hem was het aantal aanmeldingen voor het komende defilé echter dermate groot dat er moest worden ingegrepen.

„Aanmeldingen kwamen binnen via het maandblad voor veteranen Checkpoint en via de bonden. Eveneens meldden zich velen individueel en vaak zelfs dubbel. Defensie stelde als regel: alleen de eerste 250 veteranen die zich opgeven voor het defilé laten meemarcheren of meerijden. Er is niet gekeken naar de leeftijd van de deelnemers. In de optocht rijden nog dikwijls oud-strijders mee van negentig jaar en ouder.”

Het aanstaande defilé moest volgens hem beslist worden ingekort. „Vorig jaar waren er 2000 deelnemers en 100.000 toeschouwers. Het was één groot festival. Het aantal deelnemers is nu teruggebracht tot maximaal 1200. We hadden toen, om maar iets te noemen, in de hele parade twintig orkesten, nu tien.”

Henk de Jong betitelt de gang van zaken bij het NCHC als raadselachtig en uiterst chaotisch. „Elk jaar vallen er Indiëgangers af vanwege hun leeftijd of doordat ze zijn overleden. En nu zijn er voor het defilé ineens veel meer. Hoe kan dat? Opmerkelijk is ook dat bijvoorbeeld Jos de Veer in Vlijmen zonder zich te hebben aangemeld een uitnodiging kreeg voor het defilé. Zelfs, vertelde hij me, met een ticket vrij vervoer voor twee personen erbij.”

Zo’n 1200 Indiëgangers vallen voor het eerst buiten de boot bij het houden van de traditionele bevrijdingsmars. De Jong: „Er wordt met ons een spel gespeeld. Ongeveer 6200 Nederlanders lieten in de periode 1945-1950 het leven in Indonesië. Wij streden voor het vaderland. En nu krijgen we nog een trap na.”

De Jongs vrouw toont het kostuum dat hij altijd aan had bij de defilés. Een sierlijk blauw jasje met embleem, bijpassende stropdas en grijze broek. Maar dat kostuum blijft nu in de kast.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Keer op keer ontsnapt aan deportatie

Loek is pas zeven jaar als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Het Joodse jongetje uit een Amsterdamse volksbuurt merkt er aanvankelijk weinig van.

Dat verandert eind 1941. De Duitsers beslissen dat Joden alleen naar een Joodse school mogen. Voor Loek betekent dat dat hij thuis moet blijven. „Mijn ouders waren bang dat de school op een keer zou worden leeggehaald.” Later moet hij ook een Jodenster gaan dragen. De jonge Loek merkt vooral de angst van zijn moeder. „Zij besefte dat we op een dag konden worden gedeporteerd en vermoord. Mijn vader dacht dat we naar Duitsland konden worden gebracht om te werken. En hij wilde dat het hele gezin dan mee zou gaan.”

Loek en zijn broertje worden uiteindelijk ondergebracht in Utrecht. Maar wanneer de oproep komt om zich te melden voor Duitsland, beslist vader dat het hele gezin mee moet. De Joden worden voor de duur van enkele dagen bijeengebracht in de Hollandse Schouwburg. „Het was daar een chaos. Mensen gilden allemaal door elkaar.” Moeder raakt in paniek en wordt naar een kliniek gebracht. Het is de redding van de familie: ze krijgen enkele maanden respijt en duiken onder.

Loek en zijn broertje worden ieder op een ander adres ondergebracht. De levendige en brutale Loek is echter nergens te handhaven. In Rotterdam kan hij niet aarden. En uit Apeldoorn moet hij vertrekken wanneer hij in diezelfde plaats zijn broertje bezoekt. De jongen blijkt meer te weten dan acceptabel is voor het verzet.

Uiteindelijk belandt het niet-gelovige kind bij de christelijke familie Kuipers in het Friese Oosterzee. Loek krijgt er een afkeer van het geloof. „Ik moest veel naar catechisatie en op zondag moest ik twee keer naar de kerk. Ook moest ik aan tafel uit de Bijbel lezen.” Hij gaat er ook geruime tijd naar school.

Als het in Oosterzee te gevaarlijk wordt, komt Loek bij de familie Visser in het nabijgelegen Echten, waar hij zich helemaal thuis voelt. Het is een niet-praktiserende hervormde familie. „Ik kreeg er Bijbelse plaatjes en leerde een lied: Neem mijn leven, laat het Heer.” Na de oorlog keert hij zich echter af van religie.

Pas maanden na de oorlog wordt Loek met zijn ouders herenigd. Loek schrijft een briefje en geeft dat mee aan de vrouw die hem naar Friesland bracht. Deze vrouw weet het bij zijn ouders te brengen, waarna zijn vader hem ophaalt. Loeks vader, moeder en broertje blijken allen de oorlog te hebben overleefd.

Als dank voor de zorgen die aan Loek en andere Joodse kinderen in Friesland werden besteed, is gisteren een monument onthuld. Het bronzen beeld symboliseert een kind dat bescherming zoekt bij haar moeder. Het duidt op kinderen die de oorlog hebben overleefd en op de 1,5 miljoen Joodse kinderen die omkwamen.

Groenteman zegt dat veel kinderen getraumatiseerd uit de oorlog zijn gekomen. Bij zichzelf bespeurt hij daar overigens niets van. „Ik heb in Echten altijd ervaren dat ik welkom was. Daardoor liep ik geen trauma op.”
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Invloed Radio Oranje beperkt

Dat blijkt uit een studie van Onno Sinke, die op 20 april aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveert op een onderzoek naar de invloed van de zender.

Na de oorlog werd de zender een symbool van verzet tegen de Duitsers. Maar uit het onderzoek van historicus Onno Sinke blijkt dat Radio Oranje nauwelijks een stempel drukte op de houding van de bevolking in bezet Nederland.

Radio Oranje ging zeer voorzichtig te werk. Sinke ontdekte dat dit deels gebeurde op aandringen van koningin Wilhelmina, die Duitse represailles vreesde. Door het ontbreken van een accuraat beeld van de toestand in bezet Nederland kon men in Londen moeilijk inschatten of de uitzendingen consequenties zouden hebben voor de luisteraars. zeelieden een hart onder de riem te steken, professionaliseerde de organisatie en werd de toon van het radiostation strijdvaardiger. De uitzendingen van de schrijver Aart den Doolaard droegen hier in grote mate aan bij.

Toch bleven de mogelijkheden van Radio Oranje beperkt. Aanvankelijk duurden de dagelijks uitzendingen een kwartier lang, later werd dit een halfuur. In deze korte periode moest de zender tot de hele Nederlandse bevolking spreken.

Een gemiddelde uitzending bestond uit een overzicht van het belangrijkste nieuws en commentaar op ontwikkelingen in de bezette gebieden, eventueel aangevuld met toespraken van koningin Wilhelmina of leden van de regering en interviews met zeelieden of militairen. Soms bracht de zender thema-uitzendingen, bijvoorbeeld in de vorm van een hoorspel over de Battle of Britain. Opvallend is volgens Sinke dat de Britse autoriteiten daarbij nauwelijks gebruikmaakten van de mogelijkheid om de uitzendingen te censureren.

Hoewel in een naoorlogse enquête 78 procent van de ondervraagde Nederlanders aangaf tijdens de oorlog naar Radio Oranje te hebben geluisterd, had de zender tijdens de oorlog beduidend minder luisteraars. Vanwege de stoorzenders die de Duitsers hadden gebouwd was Radio Oranje voornamelijk te ontvangen op de korte golf. Dit kon alleen op nieuwere radio’s, ongeveer een kwart van de toestellen. „Hierdoor kon slechts een klein deel van de bevolking zelf naar de uitzendingen van Radio Oranje luisteren”, zegt Sinke.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Holocaustontkenner voor rechter in Wenen

De Oostenrijkse auteur hangt bij veroordeling twintig jaar gevangenisstraf boven het hoofd. De 68–jarige Honsik staat terecht vanwege de ontkenning van de systematische moord door de nazi’s op zes miljoen joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en wegens het verheerlijken van het nationaal–socialisme.

Honsik is de auteur van onder andere het boek ’Vrijspraak voor Hitler?’ (’Freispruch für Hitler?’), waarin hij probeert misdaden van de nazi’s goed te praten. Hij werd daarvoor al in 1992 veroordeeld, maar vluchtte naar Spanje, waar hij in oktober 2007 werd gearresteerd.

Maandag werd Honsik nog een aantal andere zaken ten laste gelegd, die van doen hadden met publicaties op internet.

Gepost op

Oud–journalist en KVP’er Schuijt overleden

Wilhelmus Johannes Schuijt (1909–2009) was tussen 1956 en 1977 buitenlandwoordvoerder voor de KVP in de Eerste en Tweede Kamer, lid van het Europees Parlement en gemeenteraadslid in Den Haag. Hij stond bekend als een echte partijman en voorvechter voor de internationale samenwerking van de christendemocraten en van de Europese eenwording.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog was hij als journalist hoofdredacteur van het verzetsblad Christofoor.

Na de oorlog werd hij wetenschappelijk medewerker van de parlementaire enquêtecommissie die het regeringsbeleid tijdens de bezetting onderzocht. Tussen 1952 en 1956 was hij correspondent voor dagblad De Tijd en de KRO in Parijs.

Gepost op

OLYMPISCH STADION HERDENKT DE OORLOG

Op 4 mei is bij het Olympisch Stadion de jaarlijkse Sportherdenking, waarbij de aanwezigen stilstaan bij de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor de Nederlandse sportwereld. Deze wordt nu voor de vijfde keer georganiseerd.
Hiervoor is het Comité Sportherdenking 4 mei Olympisch Stadion gevormd. Dit bestaat uit Martin Dijkstra (bewoner stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid en initiatiefnemer van de herdenking), Jan-Coen Hellendoorn (oud-voorzitter stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid, voorzitter Comité), Job van Amerongen (sportliefhebber, secretaris Comité), Simone Freling (AFC Ajax), Hans Lubberding (directeur Olympisch Stadion) en Jurryt van de Vooren (sporthistoricus).
DEBAT
De bijeenkomst valt uiteen in twee delen: een inhoudelijk programma en de herdenking. Vanaf 11.00 uur praat Frits Barend in de Olympic Experience – het interactieve museum in het Olympisch Stadion – met gasten die de Tweede Wereldoorlog hebben overleefd.
Zijn gasten zijn Piet Kranenberg, redder van het Olympisch Stadion, Sjaak Swart van Ajax en Dolf Niezen, die tijdens de oorlog doelman was van voetbalvereniging ADO.
HERDENKING
De herdenking zelf begint om stipt 12.30 uur. Hier wordt gesproken door Erica Terpstra (voorzitter NOC*NSF), Carolien Gehrels (wethouder sport, gemeente Amsterdam) en Eddy Linthorst (sportwethouder stadsdeel Amsterdam Oud-Zuid).

HAN HOLLANDER
In samenwerking met de AVRO worden diezelfde dag gedenkstenen gelegd bij het oude huis van Han Hollander aan de Amstelkade in Amsterdam. Deze legendarische sportjournalist werd vanaf dit huis afgevoerd naar Westerbork, samen met zijn vrouw. Op 9 juli 1943 werden zij vermoord in Sobibor. Meer informatie over deze gedenkstenen volgt in een later persbericht.
BEVRIJDINGSLOOP
In de nacht van 4 op 5 mei start in Wageningen de Bevrijdingsloop. Vanuit Wageningen loopt een groep naar Amsterdam, waar de lopers op 5 mei rond 09.00 uur worden verwacht. Daarna gaan ze door met het vuur naar het Bevrijdingsfestival op het Museumplein.

VERZETSMUSEUM
Het Olympisch Stadion heeft tot slot contact met het Verzetsmuseum, waar op 28 april een tentoonstelling wordt geopend over voetbal in de oorlog. Met de bovengenoemde activiteiten heeft het Stadion zich aangesloten bij dit thema.

SAMENGEVAT
28 april

Opening tentoonstelling – Verzetsmuseum
4 mei

Debat onder leiding van Frits Barend – Olympic Experience

Herdenking gevallen sporters – Voorplein Olympisch Stadion

Plaatsen gedenkstenen Han Hollander – Amstelkade
5 mei

Aankomst Bevrijdingsloop – Olympisch Stadion
 

Gepost op

Het dagelijks leven van Rotterdamse vrouwen tijdens de bezetting

Beperkingen in het dagelijks leven
Ondanks de gevolgen van de bezetting werd het ´normale leven´ in de eerste oorlogsjaren zoveel mogelijk voortgezet. De Rotterdammers kregen meteen na de inval van de Duitsers wel te maken met georganiseerde voedselvoorziening. Geleidelijk drukte de bezetting van de stad meer en meer een stempel op het leven van de stadsbewoners. De voedselsituatie, brandstofrantsoenering, invoering van de spertijd en verduisteringsplicht, het ´gedwongen´ vertrek van de mannen betekenden steeds meer beperkingen in het dagelijks leven en vroegen steeds meer aanpassingen van de huisvrouw.

Rol van de Rotterdamse huisvrouw
De huisvrouwen hadden het met name zwaar. Zij waren verantwoordelijk voor het huishouden en de zorg voor eten, kleding en schoeisel werd steeds groter. Het was puzzelen en rekenen. Welke bon was wanneer geldig? Hoeveel punten had men nog over? Uren stond men in de rij voor de winkel. Het was zaak voortdurend alert te zijn. De bevolking werd d.m.v. overheidsbrochures, affiches en adviezen in kranten en  via de radio voorgelicht over hoe om te gaan met de distributie en de schaarste. Zuinigheid was het belangrijkste devies.

Inventief/creatief
Door de schaarste werd er gezocht naar alternatieven. Er werd veel geruild en vermaakt. Men was zuinig, zeer zuinig, alles kon gebruikt worden. In vrouwentijdschriften verschenen allerlei tips voor het hergebruik van oude materialen en over ¨de groote waarde van afvalstoffen¨. De onderlinge solidariteit was groot en in familie- en vriendenverband hielp men elkaar zoveel mogelijk.

Tentoonstelling
Aan de hand van de thema´s Poetsen en boenen, wonderen met lapjes, creativiteit en klein verzet, het leven gaat door en wat schaft de pot? komt de bezoeker oog in oog te staan met het dagelijks leven van veel Rotterdamse vrouwen tijdens de bezetting. Een opstelling vol traditie, herkenning en sentiment!

Tentoonstelling Moeder Past & Meet
Het dagelijks leven van Rotterdamse vrouwen tijdens de bezetting

Datum 3 mei t/m 25 oktober 2009

Locatie OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam,
Coolhaven 375, 3015 GC, Rotterdam
010-4848931

Bereikbaarheid Openbaar vervoer: Metrostation Coolhaven
Auto: navigatieadres Metrostation Coolhaven

Gepost op

Schindler’s List duikt op in Australië

Het dertien pagina’s tellende, vergeelde document is een doordruk van het origineel op carbonpapier. Het werd aangetroffen in een doos met knipsels uit Duitse kranten.

Het verhaal over de lijst van Schindler werd wereldberoemd, doordat de Amerikaanse regisseur Steven Spielberg het in 1993 verfilmde onder de titel Schindler’s List. Spielberg baseerde zich op het boek Schindler’s Ark van de Australische schrijver Thomas Keneally, dat in 1982 verscheen, en dat werd onderscheiden met de Booker Prize.

De lijst is inderhaast opgesteld op 18 april 1945. Olwen Pryke, co–curator bij de staatsbibliotheek van de Australische deelstaat Nieuw–Zuid–Wales, zei dat Leopold Pfefferberg de doordruk van de lijst in 1980 overhandigde aan Thomas Keneally. Pfefferberg, nummer 173 op de lijst van Schindler, probeerde Keneally er destijds van te overtuigen dat hij een boek moest schrijven over het onderwerp.

In 1996 kreeg de bibliotheek zes dozen met documentatiemateriaal van Keneally in handen. Toen was niet duidelijk dat de kopie van de lijst in een van de dozen zat. Tijdens recent onderzoek van de inhoud van de dozen werd de lijst pas ontdekt.

Oskar Schindler was een pragmatische nazi die in de Tweede Wereldoorlog als zakenman grote winsten maakte. Door zijn connecties werd hij na de inval van het Duitse leger in Polen eigenaar van een fabriek in de Poolse stad Krakau. Hij maakte gebruik van zeer goedkope Joodse arbeiders, waardoor hij kon produceren tegen uiterst lage kosten.

Later begon zijn geweten op te spelen en stelde hij een aantal lijsten op van Joodse arbeiders, die onmisbaar zouden zijn voor de productie in zijn fabriek. Met die redenering wist hij de nazi–bureaucraten te overreden en redde hij zijn werknemers van de dood in vernietigingskampen.

Schindler stierf in 1974 in Duitsland. In de Israëlische stad Tel Aviv wordt hij nog altijd geëerd met een standbeeld, met daarop een tekst die meldt dat hij 120 Joden heeft gered van de dood.
bron: www.reformatorischdagblad.nl