Gepost op

Presentatie boek over omgekomen Surinaams Joodse Geus in Stadhuis te Vlaardingen

Ook de heer Overwater, schrijver van het boek “De Geuzen van 1940”en zelf oud-Geus, is als gast aanwezig.
De schrijver Siebe Idzinga heeft zelf zijn hele jeugd gewoond in het huis aan de Sportlaan 68 in Vlaardinger-Ambacht. Zelf dacht hij als eerste bewoners, tot hij erachter kwam dat de familie Fernades eerder in dat pand woonde.
De Surinaamse Jood Abraham Fernandes werd op 24 februari 1941, dus vandaag precies 68 jaar geleden gearresteerd omdat hij Geus was. Joke Petterson had gezien hoe de heer Fernandes  met een zwarte auto door politie werd gearresteerd en meegenomen.
Op 4 maart 1941 overleed hij ten gevolge van de martelingen door de Duitsers in het Oranjehotel, de Strafgevangenis in Scheveningen.
Dit was nog vóórdat de veroordeelde 15 Geuzen met de drie Februaristakers, de beroemde achttien doden uit het gedicht van Campert, geëxecuteerd werden.
Hij staat wel vermeld in diverse boeken zoals het boek van Overwater en het boek over het Verzets Herdenkings Kruis. Hij was de allereerste Vlaardingse Geus die door de Duitsers werd omgebracht. Na diens dood vluchtten zijn weduwe en haar dochters uit Vlaardingen.

De heer Idzinga overhandigt de eerste exemplaren aan de dochters van Fernandes.

Hierna ontvangt burgemeester Bruinsma een exemplaar. Deze vertelt pas in Suriname te zijn geweest, ook in Panamaribo waar op het Onafhankelijkheidsplein een monument staat voor de tijdens de oorlog in Nederland omgekomen Surinaamse verzetsstrijders. Daar blijkt de naam van Bram Fernandes zelfs tweemaal op voor te komen door een naamsverwisseling.
Burgemeester Bruinsma gaat na hoe het Geuzenmonument voor de omgekomen Geuzen aangepast kan worden .
Hij nodigt beide dochters uit voor de komende jaarlijkse uitreiking op 13 maart a.s. van de Geuzenpenning en overhandigt hen een geschenk namens de gemeente Vlaardingen.
Het boekje zal in maart dankzij een subsidie aan alle aanwezigen worden uitgereikt.
De heer Overwater benadrukt dat al in 1965 een Boekenweekgeschenk gewijd werd aan de geschiedenis van de Geuzen als eerste Nederlandse verzetsgroep door drs. H. Paape van het NIOD. In 1996 schreef hijzelf het boek “De Geuzen van 1940” waarin iedere Geus met name vermeld staat, ook de heer Fernandes, met zijn overlijdensdatum. De informatie was dus bekend, maar er werd weinig aandacht aan geschonken.
Thans krijgt de heer Fernandes de erkenning en de aandacht waar hij recht op heeft. Hierop overhandigt de heer Overwater beide dochters twee van de laatste exemplaren van zijn boek.
Na dit officiële gedeelte volgt een informeel samenzijn, waarbij iedere aanwezige een exemplaar van het boekje door Jan Anderson krijgt uitgereikt.
Tijdens dit samenzijn heb ik nog uitvoerig met de heer Overwater en een schoonzoon van de heer Fernandes gesproken. Daaruit blijkt mij de impact van het gebeuren op het hele verdere leven van beide dochters. De heer Overwater verwondert zich over alle ophef daar alle informatie al lang bekend is, maar vindt het goed dat er nu de juiste aandacht aan wordt geschonken..
Het boekje is voor de prijs van € 2,50 te koop in de Vlaardingse boekhandel of bij het Streekmuseum Jan Anderson te Vlaardingen.

Dirk Docter

Gepost op

Museum krijgt geld voor oorlogsparafernalia

De collectie kreeg veel bekendheid doordat er voor een flink aantal nationale en internationale filmproducties gebruik van is gemaakt. Zo waren diverse attributen te zien in de film Zwartboek van regisseur Paul Verhoeven en de nieuwe BBC-verfilming van Het Dagboek van Anne Frank.

De subsidie is toegekend in het kader van het speciale programma Erfgoed van de Oorlog, een gelegenheidsproject om belangrijk materiaal uit de periode 1940-1945 te conserveren. De Vlaardingse collectie omvat onder meer carbietlampen, koffers, pakjes melkpoeder en kranten en tijdschriften uit de Tweede Wereldoorlog.

Het museum herbergt echter ook oudere collecties. Een van zijn pronkjuwelen is een Geuzengeweer uit de Tachtigjarige Oorlog.

Gepost op

Nieuwe bron over Kamp Amersfoort

„We zijn er altijd van uitgegaan dat van de kampadministratie slechts een klein deel bewaard was gebleven. De Duitsers zouden het archief in het laatste oorlogsjaar hebben vernietigd”, zei directeur M. Nibbering van het nationaal monument zaterdag. „In Bad Arolsen bij Kassel zijn echter gegevens over meer dan 17 miljoen door de nazi’s vervolgde mensen digitaal toegankelijk gemaakt. Daar is informatie over meer dan 27.600 Amersfoortse gevangenen te vinden.”

Speurwerk in de afgelopen jaren had ruim 8000 namen van gevangenen opgeleverd. In Kamp Amersfoort zaten vooral mannen gevangen. De gegevens uit de periode van mei 1943 tot het einde van de bezetting van Amersfoort en Leusden op 7 mei 1945 waren tot dusver echter onbekend.

Ook van de andere grotere concentratiekampen in Nederland, Westerbork en Vught, zijn gegevens van personen digitaal toegankelijk. „Maar over de mensen in die kampen was al meer bekend”, aldus Nibbering.

De gegevens over het concentratiekamp bij Amersfoort zijn nieuw. Het gaat bijvoorbeeld om de registratiekaarten die bij binnenkomst van gevangenen werden gemaakt, de reden van hun opsluiting in het kamp en waar en wanneer ze naar Duitsland of Polen werden getransporteerd. De informatie in het Duitse archief is gedigitaliseerd, maar uit privacyoverwegingen alleen ter plaatse voor wetenschappers en betrokkenen (oud-gevangenen, familie) te raadplegen.

Het Rode Kruis is nog bezig informatie, waaronder gegevens over gevluchte gevangenen, via de computer te ontsluiten. Het Rode Kruis schonk Kamp Amersfoort eind 2006 persoonlijke bezittingen (horloges, portemonnees en brillen) van 78 Nederlanders die via Amersfoort in kamp Neuengamme terechtkwamen. Het Rode Kruis zocht nabestaanden om de spullen terug te geven. De 78 nalatenschappen waarvoor dat niet lukte, werden aan Kamp Amersfoort overhandigd, totdat zich eventueel alsnog nabestaanden melden.

Gepost op

kwestie Williamson

21 januari
Williamson zegt voor de Zweedse televisie dat er in de Tweede Wereldoorlog geen Joden in de gaskamers zijn omgebracht. Er zouden geen 6 miljoen, maar ‘slechts’ 200.000 tot 300.000 Joden in de concentratiekampen zijn omgekomen.

24 januari
Paus Benedictus XVI heft de kerkelijke ban van Williamson op „uit vaderlijke barmhartigheid.” De bisschop, die in 1988 werd ge-excommuniceerd, kan pas weer volledig lid van de Rooms-Katholieke Kerk worden als hij het gezag van de paus en van het tweede Vaticaans concilie erkent. Williamson is lid van het priesterbroederschap Pius X, opgericht door de dissidente aartsbisschop Marcel Lefebvre.

27 januari
Williamson zegt bij zijn mening te blijven dat er in de naziconcentratiekampen nooit gaskamers zijn geweest. Dat is volgens hem de historische waarheid en het is daarom niet juist hem tot antisemiet te verklaren. De priesterbroederschap Pius X vraagt paus Benedictus XVI om vergeving voor Williamsons uitlatingen. Ze legt de bisschop een spreekverbod op.

28 januari
Tijdens de wekelijkse algemene audiëntie benadrukt paus Benedictus XVI „zijn volledige en onbetwistbare solidariteit met de Joden.” Volgens hem blijft de poging om de Joden in de Tweede Wereldoorlog uit te roeien een waarschuwing voor alle mensen.

30 januari
Voor het eerst hebben hoge rooms-katholieke geestelijken kritiek op het besluit van het Vaticaan. Williamson zegt in een brief dat hij spijt heeft van de „onnodige commotie” die 
hij heeft veroorzaakt door de Holocaust te ontkennen. Hij neemt echter geen afstand van zijn beweringen. Hij verontschuldigt zich slechts tegen de paus en andere leiders binnen de kerk.
4 februari
Het Vaticaan wil dat Williamson zijn uitspraken over de Holocaust ondubbelzinnig en publiekelijk intrekt. Volgens een verklaring was paus Benedictus XVI niet op de hoogte van Williamsons opvattingen toen hij besloot de excommunicatie van de Brit op te heffen.
3Vandaag
Dit artikel is onderdeel van 3Vandaag, een pagina in het Reformatorisch Dagblad waarop een actueel of belangrijk thema wordt belicht. Deze keer:
Gezag Paus staat op het spel
De ophef over de rehabilitatie van bisschop Williamson gaat al lang niet meer alleen over de verhouding tussen Rome en Jeruzalem. Het gezag van paus Benedictus binnen zijn kerk staat op het spel.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

 

Gepost op

„Nazibeul Aribert Heim stierf in 1992”

Er zijn al jarenlang tegenstrijdige berichten of Heim dood of levend is. Maar uit het onderzoek zou blijken dat Heim op 10 augustus 1992 in Caïro is overleden aan de gevolgen van darmkanker. In de Egyptische hoofdstad zou hij zich jarenlang hebben schuilgehouden.

Op de lijst van meestgezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthalcentrum staat de in 1914 geboren Heim bovenaan. Hij voerde in het concentratiekamp Mauthausen gruwelijke experimenten uit op gevangenen.Ook in Buchenwald en Sachsenhausen was hij actief.

Uit het onderzoek blijkt dat Heim zich in Egypte tot de islam bekeerde en onder de naam Tarek Farid Hussein leefde. Er is een aktentas van hem gevonden met meer dan honderd documenten, waaronder een kopie van zijn paspoort, rekeningafschriften, persoonlijke brieven en medische papieren.

De uitkomst van het onderzoek is bevestigd door vele getuigen, onder wie de zoon van Heim. Die bezocht zijn vader in de jaren zeventig voor het eerst in Caïro en heeft hem daar in zijn laatste levenjaren lange tijd verzorgd.

Heim werd tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa opgepakt door de Amerikanen, maar werd na twee jaar gevangenschap plotseling weer vrijgelaten. Hij leed vervolgens een teruggetrokken leven als gynaecoloog in Baden Baden. Maar in 1962 werd hij getipt dat de politie op het punt stond hem aan te houden. Heim verdween.

Er deden sindsdien allerlei geruchten over hem de ronde. Het Simon Wiesenthalcentrum, gespecialiseerd in de opsporing van oorlogsmisdadigers uit het Derde Rijk (1933–1945), beweerde afgelopen jaar nog dat de voormalige kamparts nog in leven is. De nazi zou zijn gezien in het zuiden van Chili. Er werd een beloning van 315.000 euro uitgeloofd voor de tip die zou leiden tot zijn aanhouding.
 
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

‘Soldatenmaker’ in OorlogsVerzetsMuseum

tingieters in spé
Tingieter Jan Veenendaal neemt een grote collectie antieke gietvormen mee. Tijdens diverse demonstraties laat hij het vak van tingieter zien. De kinderen mogen zelf een figuur uit zoeken dat ze vervolgens gaan beschilderen. Na afloop mogen de kinderen hun figuur meer naar huis nemen.
Deelname aan het tingieten kost € 1,50 excl. entree museum.

soldatenmaker
De van Texel afkomstige Jan Veenendaal, beter bekend als ´de soldatenmaker´ is een specialist op het gebied van tingieten. Met zo´n 600 antieke gietvormen uit de periode 1880-1930, bezit hij de grootste verzameling in Nederland. Zijn collectie bestaat niet alleen uit soldaten, kanonnen en oorlogsschepen, maar ook uit talloze andere figuren.

Activiteit Tingieten voor kinderen
voorjaarsvakantie activiteit
Datum/tijdstip vrijdag 20 februari, 13.00 uur – 17.00 uur
Locatie OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Coolhaven 375, 3015 GC, Rotterdam
010-4848931
Kosten € 1,50 + entree museum
Volwassenen € 3,00 euro – kinderen t/m 12 jaar € 1,50 – R´damPas gratis
Bereikbaarheid Openbaar vervoer: Metrostation Coolhaven
Auto: navigatieadres Metrostation Coolhaven
Zie routekaartje op www.ovmrotterdam.nl

Gepost op

Administratie Kamp Amersfoort terecht

Zowel in het Duitse Bad Arolsen als bij het Rode Kruis in Den Haag ligt volgens directeur Maurits Nibbering van het voormalige concentratiekamp een schat aan informatie over meer dan 27.000 gevangenen.

Volgens Nibbering is er altijd van uitgegaan dat de kampadministratie grotendeels door de Duitsers is vernietigd. Na recente bezoeken aan het grootste nazi-archief ter wereld en het archief van het Rode Kruis moet dit beeld worden bijgesteld, zegt de directeur. ,,In Bad Arolsen is informatie over meer dan 27.600 gevangenen te vinden. Tot nu toe kenden we de namen van ongeveer 8000 gevangenen.”

Het gaat bijvoorbeeld om de registratiekaarten, die bij binnenkomst van gevangenen werden gemaakt, de reden van hun opsluiting in het concentratiekamp en waar en wanneer ze naar Duitsland of Polen werden getransporteerd.

De informatie in het Duitse archief is gedigitaliseerd, maar uit privacy-overwegingen alleen ter plaatse voor wetenschappers en betrokkenen (oud-gevangenen, familie) te raadplegen. Het Rode Kruis is nog bezig zijn informatie (waaronder gegevens over gevluchte gevangenen) digitaal beschikbaar te maken.

De schat aan informatie vraagt volgens Nibbering om nader onderzoek. Hij wil de komende tijd medewerkers naar Duitsland sturen om de gegevens te bestuderen. Hij probeert ook een lijst met namen naar Nederland te halen. ,,Zodoende kunnen nabestaanden zien of het zinvol is naar Bad Arolsen af te reizen.”

Kamp Amersfoort heeft onlangs van het Rode Kruis ook persoonlijke bezittingen (horloges, portemonnees, heupflesjes, brillen) gekregen van zeventig Nederlanders, die via Amersfoort in Duitsland terechtkwamen. De stichting gaat op zoek naar nabestaanden om de spullen terug te geven.

De twee stichtingen die zich bekommeren om de herinnering aan Kamp Amersfoort, hebben een jaren slepende ruzie bijgelegd. In 1994 moest Annemiek Littlejohn gedwongen vertrekken als vrijwilligster bij de stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Littlejohn, voor veel oud-gevangenen en nabestaanden het gezicht van het kamp, werd solistisch optreden verweten door het toenmalige bestuur.

De weggestuurde vrijwilligster richtte de stichting Hart voor Kamp Amersfoort op en bleef zich inzetten voor oud-gevangenen en hun familie. De toenadering tussen beide stichtingen kwam vorig jaar april op gang na het aantreden van Maurits Nibbering als directeur van Kamp Amersfoort. Nibbering: ,,Ik kreeg een brief van een oud-gevangene met het verzoek of ik alstublieft iets aan de ontstane situatie kon doen. We hebben nu besloten een streep onder de kwestie te zetten.”

De stichtingen blijven naast elkaar bestaan, maar gaan wel samenwerken, legt Nibbering uit. ,,Annemiek is erg goed in het achterhalen van gegevens over oud-gevangenen. We kunnen elkaar alleen maar versterken.” Het eerste project dat ze samen oppakken is het teruggeven van persoonlijke bezittingen van zeventig Nederlanders, die via Kamp Amersfoort in Duitsland terechtkwamen. De bezittingen zijn onlangs door het Rode Kruis overgedragen aan Kamp Amersfoort. De beide stichtingen gaan nu op zoek naar de nabestaanden van de eigenaren van de spullen.

Gepost op

Seminarie ontslaat bisschop Williamson

„Een katholieke bisschop kan namens de kerk alleen zijn mening geven over geloofskwesties en ethiek”, aldus Pius X-leider Bouchacourt in een fax aan het Argentijnse persbureau. Williamson gaf sinds 2003 leiding aan het seminarie bij de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Daar verschool hij zich afgelopen tijd op zijn kamer.

De 68-jarige Williamson ontkent dat er in de concentratiekampen van de nazi’s gaskamers hebben gestaan. Ook gaat hij ervan uit dat er niet zes miljoen, maar 200.000 tot 300.000 joden in die kampen zijn omgekomen. Het Vaticaan wil dat Williamson deze uitspraken publiekelijk intrekt. Dat is de bisschop vooralsnog niet van plan.

Het Duitse weekblad Der Spiegel meldt dat Williamson bereid is tot herziening van zijn opvattingen over de Holocaust als uit eigen onderzoek blijkt dat hij het bij het verkeerde einde heeft.

Hij leest momenteel een boek van de Fransman Jean-Claude Pressac om zijn standpunt over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog te toetsen, zei hij in een interview met Der Spiegel. De chemicus en apotheker Pressac ontkende aanvankelijk de moord op de joden in de Tweede Wereldoorlog, maar veranderde na een bezoek aan het vroegere concentratiekamp Auschwitz van mening. Het resultaat was het boek ‘Auschwitz: Techniek en werking van de gaskamers’. Williamson heeft de Engelse vertaling besteld.

Williamson is een van vier bisschoppen van de ultraconservatieve Broederschap Pius X wier excommunicatie onlangs door het Vaticaan is opgeheven. Die stap leidde tot grote opschudding toen bleek dat Williamson een notoire Holocaustontkenner is. Het Vaticaan eist nu van hem hij zich ’ondubbelzinnig distantieert’ van zijn uitspraken over de jodenvervolging.

„Het gaat om historische bewijzen, niet om emoties”, zou de bisschop het blad hebben gemaild. Volgens Der Spiegel moest het blad de vragen naar de bisschop in Argentinië faxen. Hij stuurde zijn antwoorden per email.

„Ik was ervan overtuigd dat mijn commentaar juist was op basis van onderzoek uit de jaren tachtig. Ik moet nu alles opnieuw bestuderen en naar de bewijzen kijken”, zegt Williamson in de mail.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Door nazi’s omgebracht, alle negen

”En toen waren er nog maar negen”, heet de expositie die vanaf volgende week in Kamp Vught te bezichtigen is. Ursula, Ernst, Hermann, Bernd, Klaus, Rosemarie, Ernst, Walter en Klaus. Het zijn de namen van Joodse jongeren uit Duitsland die in de jaren dertig een veilig onderkomen dachten te vinden op de Quakerschool in het Ommense kasteel Eerde.

Toen kwam de Duitse inval. Sommige kinderen doken onder, anderen vluchtten naar familie. Deze negen scholieren bleven op hun kostschool. Het personeel raadde hen af onder te duiken. Een filmpje in de expositie vertelt over een van de jongens die de kans kreeg te worden verborgen, maar uiteindelijk besloot het niet te doen. Misschien zouden ze op school de oorlog doorkomen? Die hoop bleek ijdel.

De negen stapten op 10 april 1943 in Ommen in de trein, want ze moesten zich melden in concentratiekamp Vught. Onderweg deden ze nog een briefkaart op de bus waarop ze directeur Hermans bedankten. Vanuit Vught voerde een trein hen weer de andere kant op, naar Westerbork. De negen zijn uiteindelijk naar Auschwitz gebracht. En omgebracht.

De expositie over de vermoorde tieners is opgezet door jongeren van diezelfde leeftijd, leerlingen uit havo 3 van het Vechtdal College in datzelfde Ommen. Ze deden onderzoek, interviewden een oud-leerlinge van de kostschool, maakten filmopnamen en teksten, timmerden en schilderden de stellages waarin de resultaten van hun verzamelwerk zijn uitgestald.

Foto’s tonen het schoolleven op Eerde: eten, studeren, zwemmen in een zwembad dat de leerlingen zelf gegraven hadden. Er is een groepsfoto van leerlingen en docenten uit 1941. Een groot aantal van hen leefde vier jaar later niet meer. Vermoord door een nietsontziend regime. Geknakt in de bloei van hun leven.

De filmopnamen gaan vergezeld van het onheilspellende gerommel van een langsdenderende trein. Die trein ging naar een werkkamp in Duitsland, kregen de gevangenen in Westerbork te horen. Dat vertrouwden ze vaak toch niet, dus er heerste grote angst. Een werkkamp was het slechts voor een enkeling; veel Joden werden direct na aankomst vergast. Ook een aantal leerlingen van de Quakerschool in Ommen. Wellicht een groot deel van hun familie ook, maar dat blijft wat buiten beeld; de expositie richt zich op de leerlingen. ’t Is zo al erg genoeg.

Een leraar die de oorlog overleefde, gaf in de jaren zestig het dagboek van een van de vermoorde leerlingen uit. Diens ouders bleken echter nog te leven en lieten de verspreiding stopzetten. Het Vechtdal College kreeg voor deze tentoonstelling een exemplaar.

De expositie geeft de negen leerlingen een gezicht. Zoals Hermann Isaac, geboren in Frankfurt am Main. Vanaf januari 1939 was hij leerling op kasteel Eerde. De rest van het gezin verbleef al in Londen en wilde doorreizen naar de Verenigde Staten. Voor Hermann was ook een visum aangevraagd, maar door het uitbreken van de oorlog kwam het er niet meer van.

Als gevangene in Vught schreef hij een aantal keren naar zijn school om boeken en een muziekstuk op te vragen. Minder intellectueel was het werk dat hij moest doen: bij Moerdijk groef hij tankgrachten. Later, in Auschwitz, vertelde hij zijn medegevangenen verhalen over de kostschool in Eerde en over klassieke boeken. Op 21 januari 1945 overleed Hermann Isaac tijdens een transport. Hij was 20 jaar jong. Hij was een van de negen.

De expositie ”En toen waren er nog maar negen” is tot 26 april te bezichtigen in Nationaal Monument Kamp Vught.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Lijkschouwing Sikorski levert geen verrassingen op

Het lichaam van Sikorski werd in november in Warschau opgegraven voor een nieuwe lijkschouwing. In Polen wilde men voor eens en voor altijd weten of de generaal was overleden door een ongeluk, of dat hij was vermoord.

Sikorski was de leider van de Poolse regering in ballingschap. Op 4 juli 1943 stortte zijn vliegtuig neer, vlak nadat het was opgestegen van een Britse legerbasis op Gibraltar. De omstandigheden van Sikorski’s dood leidden tot speculaties over mogelijke betrokkenheid van de Britten of van de Sovjets.

Gisteren zei gerechtelijk lijkschouwer Tomasz Konopka dat Sikorski was overleden aan meerdere ernstige inwendige verwondingen. Dat strookt volgens de lijkschouwer met een val van grote hoogte of met een zwaar verkeersongeluk.

De Bulgaarse regering heeft gisteren gezegd dat Bulgarije een aantal belangrijke documenten uit de Tweede Wereldoorlog van Rusland terug wil, die het in 1944 uit Bulgarije heeft weggehaald. Onder de stukken zouden zich documenten bevinden over plannen van Bulgarije om de kant van nazi-Duitsland te kiezen.

Het hooggerechtshof in Rusland heeft gisteren een verzoek afgewezen om een onderzoek in te stellen naar de moord op duizenden Poolse legerofficieren in 1940 door het Rode Leger bij het Russische plaatsje Katyn. In 1940 werden meer dan 15.000 Poolse officieren en burgers vermoord op bevel van het Sovjetregime van Jozef Stalin. Moskou hield lange tijd vol dat de nazi’s achter de massamoord zaten.
bron: www.reformatorischdagblad.nl