Gepost op

RTV Drenthe documentaire genomineerd voor NL Award

In de RTV Drenthe documentaire “Interneringskamp Westerbork” komen vier mensen aan het woord waarvan de levens zijn verbonden met dit deel van de geschiedenis. De dochter van een NSB-burgemeester die op haar 18e werd geïnterneerd. De zoon van een Drentse NSB-keuterboer die tegen de zin van zijn vader bij de Waffen-SS ging. Een vrouw wiens NSB-vader van haar tweede tot haar vierde levensjaar in het kamp zat, en een medewerkster van het kamp; de diëtiste van het kampziekenhuis.

De NL-Awards zijn de jaarlijkse prijzen voor de beste publieke regionale producties.
De awards worden uitgereikt op 11 februari 2009 tijdens de ROOS Dagen .
Sinds 2005 worden de NL-Awards elk jaar uitgereikt in vijf categorieën (nieuws, sport, achtergrond, varia en internet). Een gouden award wordt uitgereikt aan de beste productie overall.

Gepost op

Website vol herinneringen van Indië–kinderen

Dat heeft filmproducent Simone van den Broek vrijdag gemeld. Voor de documentaire sprak zij tientallen Nederlanders die als kind in een jappenkamp gevangen hebben gezeten. In de film zijn slechts fragmenten te zien. Maar op de te lanceren website komen al hun verhalen integraal te staan. „Kinderen hebben die periode op een heel andere manier ervaren dan hun ouders", vertelt Van den Broek. „Het zoeken van slakken was voor de ouders bittere noodzaak. Maar voor de kinderen was het tegelijkertijd ook een soort avontuur".
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Opschudding in Italië rond collaborateurs

De fascist Benito Mussolini was van 1922 tot 1943 de wettige premier van Italië. Nadat de Grote Fascistische Raad hem had afgezet en de koning hem had laten arresteren, bevrijdden de Duitsers hem weer. Met steun van de nazi’s richtte Mussolini in het noorden van het land zijn Italiaanse Sociale Republiek (RSI) op, met Salo als hoofdstad.

De Italianen die voor de RSI vochten, „zijn en waren vijanden van de staat”, aldus oud-president Giuliano Vassalli van het constitutioneel hof donderdag in de krant La Repubblica: „Er is geen land in Europa waar de collaborateurs van het nazisme worden beloond.”

De 93-jarige Vassalli werd tijdens de oorlog zelf door de Duitsers opgepakt en zwaar gemarteld. Samen met historici en de Nationale Vereniging van Italiaanse Partizanen (ANPI), voert hij komende week actie tegen het omstreden wetsontwerp.

De wet voorziet in de instelling van een ”Orde van de Driekleur” met levenslang pensioen, zowel voor de antifascistische partizanen, die veelal communisten waren, als voor „de strijders die van mening waren dat het eerbaar was te kiezen voor de verdediging” van de RSI.

„Wat willen ze nog meer? Zij hebben alles al gehad”, aldus Vassalli verontwaardigd. Collaborateurs kregen in 1946 amnestie, toen communistenleider Palmiro Togliatti minister van Justitie was, in 1948 zaten de neofascisten al weer in het parlement en „nu zijn ze aan de macht”, aldus Vassalli. Tot de coalitie van premier Silvio Berlusconi behoort de Nationale Alliantie van voormalige neofascisten.

Gepost op

„Market Garden mislukte niet helemaal”

Het is op 6 juni 65 jaar geleden dat Amerikanen, Engelsen en Canadezen op de Franse kust landden. En op 17 september is het 65 jaar geleden dat operatie Market Garden van start ging. Deze aanval kreeg niet het gewenste resultaat doordat het bij Arnhem fout ging.

Rusland sloeg in 1943 en ’44 de Duitsers terug richting de Heimat. Dat ging met het grofst mogelijke geweld. Miljoenen Russische soldaten kwamen om. Boersma: "Bij de Russen telden mensenlevens niet zo." Het Rode Leger rukte in hoog tempo op richting Berlijn. Over één ding waren de communisten ontevreden: het uitblijven van een front in het westen. Ze vonden dat de westerse geallieerden een grootscheepse landing moesten uitvoeren op de westkust van Europa. "Rusland vergat daarbij dat het erg ingewikkeld is om over water aan te vallen."

Uiteindelijk kwam de aanval op 6 juni 1944. Duizenden boten brachten grote aantallen mensen en voertuigen aan land. Via een kunstmatige haven en amfibievoertuigen werden de troepen bevoorraad. "Bij de Russen was er nauwelijks verzorging voor de soldaten. Ze hoefden weining mee te nemen, waardoor het leger snel kon oprukken." Dat was wel anders bij de westerse geallieerden, die aan alles dachten. De grote hoeveelheden materiaal die ze meenamen, vertraagde de opmars echter.

Begin september 1944 bereikten de geallieerden de Belgisch Nederlandse grens. Er rees een conflict tussen de Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower en de Engelse generaal Montgomery. "Eisenhower wilde met een breed front de Duitsers verslaan. Maar Montgomery aasde op successen. Hij wilde in hoog tempo naar Berlijn." Uiteindelijk werd een compromis bereikt: de geallieerde troepen zouden over een uiterst smal front dwars door Nederland naar Arnhem oprukken om de Rijn over te steken. Daarna zouden ze een doorgang over de IJssel veroveren, om vervolgens niet op te rukken naar Berlijn, maar naar het Ruhrgebied, het hart van de Duitse wapenindustrie. "Eisenhower wilde zo snel mogelijk een einde aan de oorlog maken. Maar de Britse premier Churchill had de belangen van na de oorlog op het oog en wilde Berlijn veroveren."

De geallieerden maakten echter een grote fout. "Antwerpen was al bevrijd, maar was nog niet als haven beschikbaar. De toegang via de Westerschelde was nog niet open." Om die reden moesten de voorraden nog steeds vanuit Normandië komen, een enorme afstand. "Montgomery heeft achteraf zijn fout toegegeven." Daarnaast was het een probleem dat zich in Brabant veel Duitse eenheden bevonden, die de opmars van de geallieerden ernstig vertraagden. Uiteindelijk lukte het niet om de Rijnbrug bij Arnhem te veroveren.

Toch is operatie Market Garden volgens Boersma niet geheel mislukt. Vier van de vijf beoogde bruggen werden namelijk veroverd. "Het was ook niet mogelijk om de operatie later uit te voeren. Dan zouden de Duitsers zich te veel hebben versterkt en zou de operatie ook niet zijn geslaagd."

Dit is aflevering vijf van een zesdelige serie over thema’s die veel aandacht krijgen in 2009.

——————————————————————————–

Het Airborne Museum in Oosterbeek, dat de geschiedenis van Market Garden belicht, is momenteel wegens een verbouwing gesloten. Het gaat in de zomer weer open. Het museum houdt gedurende het jaar meerdere rondleidingen langs kenmerkende plaatsen van Market Garden en diverse andere operaties.

Op zaterdag 5 september wordt voor de 63e keer de jaarlijkse Airborne Wandeltocht gehouden, ter nagedachtenis aan Market Garden en de gevolgen ervan voor de bevolking. De herdenkingstocht heeft afstanden van 10, 15, 25 en 40 kilometer en is het grootste eendaagse wandelevenement ter wereld met ruim 30.000 bezoekers.

Gepost op

Oud-SS’er niet meer voor de rechtbank

Dat meldden Duitse media gisteren. De zaak zou zijn afgelast in verband met de slechte gezondheid van de 87-jarige, die in een bejaardencentrum in de Eifel woont.

Een medisch deskundige acht Boere niet in staat als aangeklaagde een rechtszitting bij te wonen „wegens veelvuldige en aanzienlijke gezondheidsproblemen”, citeerde het Duitse weekblad Der Spiegel de rechtbank. Uit het rapport zou blijken dat Boere onder meer ernstige hartproblemen heeft.

Noch de Duitse officier van justitie die de zaak wilde laten heropenen, noch de woordvoerder van de desbetreffende rechtbank in Aken was gistermiddag telefonisch te bereiken.

Boere werd na de Tweede Wereldoorlog in Nederland eerst bij verstek ter dood en vervolgens tot levenslang veroordeeld. Hij was toen al uit gevangenschap ontsnapt. Hij woont sinds 1954 in de Bondsrepubliek.

Omdat hij door een wet uit de oorlogsjaren bescherming genoot, kwam ook niets van uitlevering. Ook een verzoek om hem in Duitsland zijn straf te laten uitzitten, ging de mist in; het Nederlandse vonnis zou in zijn geval niet geldig zijn bij onze oosterburen.

Justitie in Duitsland wilde Boere nu toch opnieuw aan de tand voelen wegens het in groepsverband vermoorden van drie onschuldige Nederlanders: Bicknese, De Groot en Kusters. Boere schoot de mannen samen met medeplichtigen in 1944 dood uit wraak voor aanslagen op NSB’ers. Hij deed dat als lid van het Silbertannecommando. Boere bekende zijn betrokkenheid ooit wel.

Gepost op

Kunst onderzocht op Joodse afkomst

Dat liet directeur Siebe Weide van de Nederlandse Museumvereniging maandag weten tijdens de nieuwjaarsreceptie. Het onderzoek gaat vier jaar duren. Vrijwel alle 400 musea werken mee aan het onderzoek naar de herkomst van de collectie. Na afronding in 2013 publiceren de musea objecten waarover twijfel bestaat, waardoor eventuele erfgenamen zich kunnen melden.

In de jaren dertig en tijdens de oorlog bleven kunstvoorwerpen achter van Joden die op de vlucht sloegen. Ook werden Joden gedwongen objecten te koop aan te bieden of roofden de nazi’s kunst van hen. Veel objecten kwamen in de kunsthandel of op veilingen terecht, waar musea ze kochten voor hun collectie.

„Musea handelden te goeder trouw, omdat ze niet wisten waar de aankopen vandaan kwamen”, zegt Weide. Een uitgebreide speurtocht moet volgens hem duidelijkheid scheppen in deze ethische kwestie.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deed bij de Nederlandse Museumvereniging de suggestie voor het onderzoek. Het departement zal dan ook de kosten voor zijn rekening nemen.

Gepost op

Schrimm speurt naar nazimisdadigers

Kurt Schrimm is een kleine, onopvallende man die aan weinig woorden genoeg heeft. Al 25 jaar is hij de schrik van veel vergeten nazimoordenaars. Samen met zijn team zoekt de officier van justitie naar misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog die tot nu toe de dans ontsprongen.

Schrimm (1949) doet het licht aan in zijn werkkamer in Ludwigsburg in Zuid-Duitsland. Op tafel ligt een ordner met het korte opschrift ”Demjanjuk”. Een collega op de zogenaamde ”Zentralstelle” is al acht maanden onafgebroken bezig met de zaak van deze Oekraïense kampwachter. Schrimms map bevat alleen het hoognodige. De rechercheur houdt zijn armen wijd om te tonen hoeveel ordners zijn collega over de zaak heeft.

De Zentralstelle kondigde in november een nieuwe zaak aan tegen Ivan Demjanjuk, die nu in de Verenigde Staten woont. In 1988 werd hij in Israël ter dood veroordeeld voor zijn werk in het vernietigingskamp Treblinka, maar in 1993 vrijgesproken. De Duitsers willen hem nu vervolgen voor zijn hulp in een ander kamp, Sobibor. „De autoriteiten in de Verenigde Staten zeggen graag mee te werken.”

Of het ooit tot een rechtszaak komt, hangt eerst af van medewerking aan Duitse kant. De leider van de Zentralstelle is wel hoofdofficier van justitie (”Oberstaatsanwalt”), maar hij mag geen zaken voeren. Onderzoek van maanden -en soms jaren- moet Schrimm overdragen aan de collega-aanklagers bij het openbaar ministerie, die het dan zelfs kunnen afwijzen. „Bij de oprichting van ons bureau in 1958 is dat zo geregeld”, zegt Schrimm. „Waarom weet ik eigenlijk niet.”

Aan de achterkant van de villa klopt in de zogenaamde ”Kartei” het hart van vijftig jaar speurwerk. Het lijkt een ruimte vol saaie ladenkasten, maar in dit archief zitten 1,6 miljoen kaarten met namen en gegevens. Schrimms assistent haalt de kaart van Demjanjuk voor de dag. Een geel document in een plastic hoesje. Kort staan er de ontwikkelingen in de zaak op. Nummers verwijzen naar dossiers, zowel hier in huis als elders. Digitalisering van al de kaarten lijkt voorlopig niet haalbaar.

In een andere ruimte neemt Schrimm een dossiermap van de plank. „Verslag van archiefwerk in Moskou”, bromt hij na enig bladeren. Hij wijst op kartonnen dozen boven op de stelling. „Zuurvrij. Vijfhonderd jaar houdbaar”, klinkt het kort.

Detective
De opdracht van de Zentralle is in een paar regels samen te vatten, zegt Schrimm. „Wij moeten moorden uit de nazitijd oplossen. Wij beperken ons tot zaken waarbij de dader of het slachtoffer Duitser was. Of als er werd gehandeld in Duitse opdracht. Zodoende kunnen we ook in het buitenland werken.”

Zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog komt de vraag op: Bent u jurist of historicus?
Grinnikend: „Ongeveer 45 procent historicus, 45 procent detective en de laatste 10 procent pas jurist.”

Kunt u na zo veel jaren nog iets nieuws vinden?
„Nou ja, je kunt het tenminste niet uitsluiten. De Duitse autoriteiten hebben besloten dat ons bureau blijft bestaan zolang er een kans is dat we nieuwe zaken openen. Maar het is duidelijk dat de kans op succes met de dag geringer wordt.”

Schrimm was twintig jaar lang officier van justitie in zijn geboortestad Stuttgart. In 2000 werd hij leider van de Zentralstelle. „Begin jaren tachtig had ik me al gespecialiseerd in nazimisdaden. Zodoende was het een logische overstap naar dit werk.”

De opvallendste zaak die hij als officier deed was die tegen Josef Schwammberger. „Deze Oostenrijkse nazi had in Argentinië een nieuw bestaan opgebouwd. Die zaak heeft me in totaal meer dan vier jaar gekost.

Al in 1963 was Schwammberger bekend op het parket in Stuttgart. Maar pas in 1987 werd duidelijk waar hij zich ophield. De politie daar nam hem in voorarrest. Met iemand van de federale recherche ben ik naar Argentinië gegaan voor de identificatie. Na zijn vlucht in 1947 uit Frans krijgsgevangenschap waren zijn vingerafdrukken bewaard. Die hebben we in Argentinië gecontroleerd.”

En, klopten ze?
Lachend: „Ja, alle tien.”

Wat is de grootste hindernis in uw werk?
„Wij moeten meer dan zestig jaar na dato nog bewijzen dat het niet ging om doodslag maar om moord. Doodslag verjaart volgens de Duitse wet, moord niet. Maar het aantonen van iemands boze opzet wordt met de dag moeilijker. Vooral omdat er steeds minder getuigen zijn. Al jaren realiseren we ons dus dat ons werk naar een einde gaat.”

Tegelijk openen er zich nieuwe deuren voor de rechercheurs uit Ludwigsburg. „Tijdens de Koude Oorlog waren documenten uit Oost-Europa niet toegankelijk. Inmiddels kunnen we al die archieven uitspitten. Oekraïne en Wit-Rusland hebben we gedaan. Dit jaar hopen we in Moskou alles te gaan kopiëren.”

Hoe vindt u in die grote archieven wat u nodig hebt?
„Meestal gaan we uit van specifieke gebeurtenissen. In november 1943 bijvoorbeeld werden in de kampen rond Lublin in Polen binnen enkele dagen 40.000 Joden vermoord. We weten niet goed welke eenheden dit hebben gedaan. We zoeken dan processtukken waarin we aanwijzingen hopen te vinden.”

Als je het geluk hebt een aanwijzing te vinden, heb je echter nog lang geen zaak. „Soms stuit je op ene soldaat Friedrich Müller. Duitsland kent veel mensen met die naam. Zelfs met zijn geboortdatum is het een enorme klus bij de juiste persoon uit te komen. Als die dan nog leeft.”

In Zuid-Amerika ging het anders. Daar kregen de speurders zomaar een lijst van tienduizenden namen. „In 2005 ontdekten we dat vrijwel alle nazi’s die die kant uit vluchtten, een pas van het Rode Kruis hadden. De namen van alle pashouders zijn bewaard gebleven. Dat bracht ons ertoe alle Duitse namen in die lijst na te trekken. In totaal zijn het 800.000 personen, die niet zijn uitgesplitst naar nationaliteit. We zien alle bekende namen terug: Schwammberger, Mengele, Eichmann.

Tot nu toe heeft dit nog niets opgeleverd. Dit jaar gaan we er in Chili mee verder. Daarna pakken we Brazilië.

Deze maand hopen we ook nog naar Praag te gaan, waar archieven zijn over de Waffen-SS. Daarin zouden ongelooflijke toevalstreffers kunnen zitten. In maart gaan we naar Washington. Daar is een dossier van de acht mensen die vanwege hun naziverleden het Amerikaanse staatsburgerschap is ontnomen. Je weet nooit of daar een tweede Demjanjuk tussen zit.”

Verwacht u nog eens een grote vis te vangen?
„Nee, de grote vissen zijn allemaal overleden. Mensen werden niet op hun twintigste officier. De verdachten die nu nog leven, zijn hoogbejaard en zaten in de lagere rangen.

Wel hebben we twee mensen hoog op ons lijstje. De eerste is Aribert Heim, een kamparts. Zijn erfgenamen hebben nooit een doodsbericht gehad, dus waarschijnlijk leeft hij nog. Maar we weten niet waar hij zit. Geruchten lopen uiteen van Spanje tot Chili.

De tweede is Alois Brunner, assistent van Eichmann en later kampcommandant. Mogelijk houdt hij zich op in Syrië, ook al weten we niet of hij nog leeft.”

Na jaren nauwgezet onderzoek kan de rechter altijd nog tot vrijspraak besluiten. Wat doet dat met u?
„Dat hangt helemaal af van de gronden waarop iemand onschuldig wordt verklaard”, zegt Schrimm schouderophalend. „Als jurist ben ik in de eerste plaats geïnteresseerd in de motivering.”

Maar ook bij vrijspraak op goede gronden is alle inzet voor niets geweest.
„Tja, dat hoort erbij. Ik heb een zaak gedaan tegen nazimisdadiger Julius Viel, die later naam maakte als journalist. Hij werd veroordeeld en ging in hoger beroep. Maar twee weken voordat de appelzaak diende, stierf hij. Wettelijk gezien moest hij onschuldig worden geacht, want in theorie had hij kunnen worden vrijgesproken. Dat is natuurlijk wel jammer, maar het frustreert me niet.”

Schrimm slaat op het dossier-Demjanjuk. „Met collega-onderzoekers spreek ik de zaken altijd grondig door. De mogelijkheid van vrijspraak brengt ons ertoe geen zaak zonder goed bewijs de deur uit te doen.”

Schwammberger was bij zijn uitlevering 78. Demjanjuk is nu 88. Heeft het zin oude mensen voor het gerecht te dagen?
„Door de zaak-Schwammberger kwam ik in New York bij een Jodin van 89. Zij zei me: Ik heb zo veel jaren op deze dag gewacht. Ik heb alles verteld aan mijn kinderen, mijn vrienden, aan iedereen. Nu eindelijk kan ik het vertellen aan de Duitse staat.

Er zijn verschillende redenen waarom misdadigers worden gestraft. De eerste is afschrikking. Dat gaat bij Demjanjuk niet meer op. De tweede is resocialisatie. Die heeft bij hem al plaatsgevonden. Maar als derde is er het element van genoegdoening aan de slachtoffers. Door die ontmoeting in New York weet ik dat dit na zestig jaar nog geldt.”

Hebt u bij nazimisdadigers wel eens berouw gezien?
Stellig: „Nog nooit. Schwammberger was een dader uit overtuiging. Hij had voor zichzelf verklaringen gezocht. Zijn overtuiging was niet veranderd. Hij had niets fout gedaan en had dus ook niets te betreuren.

Zes lange dagen bracht ik al pratend met hem door. In zijn Oostenrijkse dialect keuvelde hij uitgebreid over zijn jeugd. Aan het eind van zo’n dag zei mijn secretaresse eens: „Dit is een oude grootvader, geen massamoordenaar.” Zelf was ik te ervaren om me daardoor te laten inpakken.

Dat veranderde echter volkomen toen we over de oorlog begonnen. Hij verloor zijn zelfbeheersing en zijn gemoedelijkheid. Dat verschil zag mijn secretaresse ook.”

Hebt u in de archieven wel eens op uw eigen naam gezocht?
„Nee. Maar ik ken wel het verleden van mijn voorgeslacht. Mijn vader was soldaat in Frankrijk en waarschijnlijk nog in Nederland. Later ging hij naar het oostfront, waar hij gewond van vandaan gekomen is. Hij sprak er nooit meer over. Zes jaar oorlog vond hij lang genoeg.

Mijn schoonvader heeft ook bij Leningrad gevochten. Die is nu te oud om er over te praten, maar hij heeft er nooit over gezwegen.

Mijn grootvader was communist en werd in 1933 geïnterneerd. Door invloedrijke contacten werd hij bevrijd, waarna hij niet meer actief is geweest.”

Gaan Duitsers anders met de oorlog om dan andere Europeanen?
„Ja. In de omgang met Joden zijn Duitsers nog altijd heel voorzichtig. Na de oorlog wilde Duitsland een streep trekken onder het verleden. Daarom duurde het tot 1958 voordat dit bureau werd opgericht. In andere landen was dat niet veel anders.

Nu is dat heel anders. In 1958 schaamde de burgemeester van Ludwigsburg zich ervoor dat ons bureau zich hier had gevestigd. Vandaag is de burgemeester trots op ons.”

Heeft het Duitse volk de oorlog verwerkt?
„Nog niet helemaal. Als het over de bombardementen op Dresden gaat, zegt menige Duitser direct: „Ja, maar wij waren met alles begonnen – Wir haben alles angefangen. Zolang er van beide kanten nog overlevenden zijn, is de situatie niet volledig normaal.”

Vindt u het erg nazi-jager te worden genoemd?
„Wij horen dat niet graag. Wij jagen niet op mensen. Het gaat ons niet om nazi’s, maar om moordenaars. Net als de rest van politie en justitie proberen wij misdrijven op te klaren.”

Staat u met uw privénummer in het telefoonboek?
„Ja hoor. Toen ik als officier van justitie zaken tegen RAF-terroristen deed, heb ik een tijd niet in het boek gestaan, maar dat is al weer jaren geleden. Op het bureau krijg ik wel eens een anonieme brief met beschimpingen. Maar eigenlijk nooit dreigementen.”

U bent ook CDU-raadslid. Is dat geen vreemde combinatie?
„Nee, waarom zou dat? Er werd me gevraagd me kandidaat te stellen. Waarom niet, dacht ik. Daarmee kan ik iets doen voor de gemeenschap.”

——————————————————————————–

Zentralstelle

Het Hoofdbureau voor Opheldering van Nationaalsocialistische misdaden (Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen, kortweg Zentralstelle) werd eind 1958 in het leven geroepen. Steeds duidelijker bleek immers dat de grote processen in Neurenberg geen streep onder het verleden hadden gezet.

Toen een voormalige nazimisdadiger via het gerecht eiste dat hij weer ambtenaar kon worden, wist de Duitse justitie dat er nog veel werk was. Vandaar de Zentralstelle in Ludwigsburg.

Onderzoekers hebben berekend dat ongeveer 200.000 Duitsers en Oostenrijkers aan de Holocaust hebben meegewerkt. Na de oorlog zijn er tegen ongeveer 110.000 mensen onderzoeken geweest. Maar slechts een kleine 6500 personen zijn werkelijk veroordeeld. Deze balans zal waarschijnlijk niet meer veranderen.

De Zentralstelle vierde begin december het vijftigjarig bestaan. De laatste jaren werkt het bureau steeds meer samen met het Duitse Bundesarchiv. Onder voorwaarden is het materiaal in Ludwigsburg toegankelijk.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Boekenbeurs Hartenstein 2009

In 2009 staat de geschiedenis van de Operatie Market Garden waarvan de Slag om Arnhem een onderdeel was weer volop in de belangstelling. Bijna iedere plaats in Zuid-Nederland organiseert wel een activiteit in het kader van herdenking en bevrijding. Zowel  basis- als de middelbare scholen besteden dit jaar vaak extra aandacht aan het  begin van onze bevrijding. Op internet is enorm veel informatie over de jaren 1940-1945 te vinden , toch gaat de belangstelling van velen nog steeds uit naar het gedrukte boek. Veel van deze boeken zijn alleen tweede hands te verkrijgen. Al jaren is dit de enige boekenbeurs in Nederland waar uitsluitend tweedehands boeken en documentatie over de Tweede Wereldoorlog aangeboden worden. Er zijn echter ook boeken over Eerste Wereldoorlog, de periode tussen de beide oorlogen en de strijd in Nederlands Indië na 1945. Uiteraard zijn  de onderwerpen “Market Garden”en “Arnhem” ruim vertegenwoordigd. Er worden 30 boekenkramen rondom het museum opgesteld.

De gehele dag zijn bij het museum demonstraties te zien van de The Living History Group Holland.
Deze re-enactment groep die in historische uniformen gekleed is geeft een beeld van het leven en werken van de 1e Britse Airborne divisie in 1944. Om 14.00 uur geeft het Historische Trompetterkorps van de Verbindingsdienst een optreden. Het korps is gekleed in uniformen uit de 70er jaren.

De boekenbeurs is van 10.00 uur tot 16.00 uur geopend. Een bezoek aan de boekenbeurs is gratis.
Het Airborne museum is nog in verband met renovatie gesloten.
Zie ook www.airbornemuseum.com

Gepost op

Battlefieldtour operatie Amherst

In de nacht van 7 op 8 april 1945 worden 702 Franse parachutisten van het  2e en 3e Régiment de Chasseurs Parachutistes, onderdelen van de Britse  Special Air Service in Drenthe en zuidoost Friesland gedropt. Zij moeten verwarring stichten onder de Duitse troepen, diverse bruggen in Drenthe veroveren, het plaatselijke verzet stimuleren en organiseren en inlichtingen verstrekken aan de oprukkende Canadese troepen.
De codenaam voor deze actie is AMHERST.
De parachutisten komen verspreid over heel Drenthe en zelfs in Friesland neer. De Fransen leggen de volgende dagen overal in Drenthe en Friesland hinderlagen en leveren gevechten met de Duitsers waarbij ze ondersteund worden door het Verzet. Geïsoleerde groepjes parachutisten proberen vaak alleen maar te overleven en houden zich met hulp van de bevolking schuil.
Bij de gevechten sneuvelen 33 Fransen en komen 33 burgers om. Bij verschillende andere gevechtshandelingen of acties van de Duitsers komen bij de bevrijding naar schatting nog enkele tientallen burgers om.
  
De excursie gaat langs verschillende plaatsen waar de Fransen in actie kwamen..
Het vertrek is vanaf het NS station te Meppel. Vervolgens via Spier, waar de Fransen op 10 april slag geleverd hebben, naar de Stokersverlaatbrug in Appelscha. Deze brug is door de parachutisten in samenwerking met het plaatselijke verzet veroverd. De lunch is bij restaurant: “De Tuinen van Appelscha”. In de middag worden de plaatsen Gasselte, Orvelte en Westerbork bezocht.

De excursie staat onder leiding van W.Boersma, oud directeur van het Airborne Museum en gids van de Guild of battlefield Guides.
Het vertrek is om 09.30 uur vanaf het NS station Meppel waar om ongeveer 17.00 uur de excursie ook weer beëindigd wordt.
Kosten: € 40,– (incl. bustour, lunch en informatiemap)
Aanmelding voor 1 maart 2009 door overmaking van € 40,– op girorekening 51 13 751 t.n.v. Airborne tours te Oosterbeek o.v.v. “Excursie Amherst”. Maximum aantal deelnemers 50, minimum 30. Men krijgt alleen bericht als er geen plaats meer is of als de excursie niet doorgaat.
 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met W.Boersma, 0318-639633;
e-mail:  info@airbornemuseum.com of w.boersma@wxs.nl

Documentatie: Het boek “Operatie Amherst”, van J.H.Jansen. Uitgeverij Boom, Amsterdam ISBN 90 5352 770 2. Verkrijgbaar bij J.H.Jansen, tel: 0592 352967 en via de boekhandel.

Gepost op

5-Daagse reis naar de invasiestranden van Normandië

Bij deze reis zijn inbegrepen:
Vijfdaagse busreis met voorlichting, informatie, toelichting, commentaar en
achtergronden over de slag om Normandië aan de hand van authentiek
filmmateriaal.
Vier overnachtingen in hotel Campanile te Bayeux, 2-persoons kamers op     basis van halfpension (incl 3-lunchpakketten tijdens de tour).
Entree voor het bezoek aan vijf musea.
Excursies naar:
     *  Arromanches, kustbatterij Longues sur Mère, U.S.begraafplaats
         St.Laurent, Omaha Beach, Pointe du Hoc, Utah Beach, monument generaal
         Leclerc, St. Mère Eglise (plein, kerk, museum), La Fière met monument,
         Duitse begraafplaats La Cambe.
     *  Ranville, Batterij van Merville, Pegasus Bridge met museum en café,    
         aanvalsstranden Sword, Juno en Gold, monument Montgomery,
         Luc sur Mère, Courseulles, bezoek aan de stad Bayeux.
     *  Museum Le Mémorial de Caen, Tourville, Côte 112, Falaise, St.Lambert
        sur Dive, Moissy, Corridor van de Dood, Mont Ormel.
Iedere deelnemer ontvangt een uitgebreide excursiegids.

De excursie wordt geleid door  Wybo Boersma, oud-directeur Airborne Museum en gids van de Guild of Battlefield Guides en Robert Voskuil, redacteur van de Nieuwsbrief van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum en expert met betrekking tot de Slag in Normandië.        
 
Reissom en toeslagen: Reissom € 510,– p.p.op basis van 2-persoonskamer.
– Toeslag 1-persoonskamer € 92,–.
– Reisverzekering en eventuele annuleringsverzekering zijn door de deelnemers zelf af  
  te sluiten.
– Betalingsvoorwaarden: Bij aanmelding € 100 en voor 20 april 2009  € 410.     
  Het minimum aantal deelnemers is 30, maximum 48.
 
  Voor informatie en boekingen, waarna u een boekingsformulier krijgt toegezonden:
  Airborne Museum “Hartenstein” Utrechtseweg 232, 6862 AZ, Oosterbeek.
  tel: 026-3337710; e-mail: info@airbornemuseum.com  of
  W. Boersma, e-mail: w.boersma@wxs.nl
 
Zie ook www.airbornemuseum.com

PROGRAMMA VAN DE 5-DAAGSE EXCURSIE NAAR DE INVASIESTRANDEN VAN NORMANDIË, 20 TOT EN MET 24 MEI 2009.

Woensdag 20 mei:

Bus reis naar Caen per luxe touringcar. De bus is voorzien van bar en toilet. Vertrek van de parkeerplaats (kerk) bij Airborne Museum in Oosterbeek. Opstapmogelijkheden in: Eindhoven, Nederweert en Maastricht. Dit afhankelijk van de woonplaats van de deelnemers. Onderweg is er een koffiestop bij een wegrestaurant. Aangeraden wordt een lunch voor deze eerste dag van huis mee te nemen. Tijdens de lange busreis zullen de gidsen informatie en toelichting geven over de Slag in Normandië en worden film vertoond over de invasie.

Donderdag 21 mei:   De Amerikaanse sector

 Vertrek naar Arromanches – Bezichtiging vanaf de hoge kust van de restanten van de kunstmatige haven en Gold strand. Bezoek aan het D-day Landings Museum (www.normandy1944.com). Bezoek aan de batterij van Longues sur Mer. 
De U.S. Begraafplaats St.Laurent sur Mer bij Omaha Beach; via exit D3 naar E l (lunch) en via exit Dl naar Point du Hoc. Via Carentan naar St. Marie du Mont (101st U.S.Airborne)- via exit 2 naar Utah-Beach. Vervolgens via exit 4 en Varreville naar La Fière (damweg bij de Merderet, monument lron Mike, de droppingzone van 82 U.S.Airborne divisie). Bezoek aan St. Mère-Eglise, het Airborne Museum(www.airborne-museum.org), het kerkplein en de kerk en het dorp.
Vervolgens een bezoek aan de Duitse begraafplaats La Cambe met het documentatiecentrum.

Vrijdag 22 mei:      De Brits – Canadese Sector.

 Bezoek aan het bruggenhoofd van de 6e Britse Airborne Divisie. Het Airbornekerkhof te Ranville. De batterij van Merville (www.batterie-merville.com), de begrenzing van het bruggenhoofd via Amfreville, Breville, Le Mesnil en de droppingzone. Bezoek aan het Airborne Museum bij de Pegasus bridge (www.normandy1944.com). Lunch in Café Gondrée.
 Tocht langs Sword beach (Casino Quistreham en La Breche) en Juno beach (Courseulles-sur Mere, D-Day tank, haven en pier met monument voor Charles de Gaulle). Vervolgens via Gold beach naar Bayeux waar gelegenheid is de stad of the Tapijt van Bayeux (www.tapisserie-bayeux.fr) te bezoeken.

 Zaterdag 23 mei:  De Duitse Sector.

Bezoek aan het museum  Le Mémorial de Caen (www.memorial-caen.fr). Vervolgens het monument 15th Schotse divisie bij Tourville.Via Schotse corridor naar Cote 112. (monument met oriënteringstafel). Daarna via de route Caen- Poolse begraafplaats-(lunch)- St.Lambert sur Dives-Moissy ( Duitse terugtocht) –Chambois (corridor van de Dood) naar Mont Ormel  (Poolse pantserdivisie). Vervolgens via Falaise of Vimoutiers (Tiger tank) naar Bayeux.

Zondag 24 mei:      Terugreis naar Nederland

Tussenstops bij een wegrestaurant waar gelegenheid is voor de lunch (eigen rekening)
Gedurende de terugreis nabeschouwing betreffende de oorlog in West-Europa en Normandië.

Door omstandigheden kan van het geplande programma en de route afgeweken worden.